Het is de grootste publiekstrekker van Utrecht: de Domtoren. Ook het bijbehorende Domplein trekt veel bezoekers. Velen van hen weten echter niet dat onder het plein waar ze lopen, gigantische historische schatten liggen. Schatten van wel tweeduizend jaar oud. Door de ‘DOMunder ontdekkingstocht’ is iedereen een beetje archeoloog.

Bij binnenkomst in de hal van het UCK (Utrechts Centrum voor Kunsten) valt gelijk het kleine trappetje naar een duister gat op. De meeste bezoekers zijn nu ook binnengedruppeld. We zijn met een bont gezelschap. De groep bestaat uit Oostenrijkers, Fransen, twee Kroaten en een Indiër. Onder de twee gidsen ontstaat een beetje paniek: ‘In welke taal moeten we ze in godsnaam gaan rondleiden?’ Een van de twee gidsen blijkt gelukkig een goede talenknobbel te hebben dus die neemt de buitenlandse toeristen onder zijn hoede, de Nederlandse bezoekers gaan met gids Rob (72) mee.

DOMunder is een initiatief van Theo M.A. Van Wijk en Paul Baltus. Het is gestart in 2005 onder de naam Stichting Domplein/Initiatief Domplein. Het doel van DOMunder is om op unieke wijze de tweeduizend jaar oude geschiedenis van het Domplein te laten zien. Ook boven de grond hebben Van Wijk en Baltus een aantal projecten gerealiseerd. De ‘Castellum Markering’ is een markering op de grond van de Utrechtse binnenstad van de oude Romeinse muren die ondergronds nog steeds aanwezig zijn. Ook het doek op de gevel van de Domkerk is een initiatief van de stichting van de twee heren.

Nadat we zijn afgedaald naar de middeleeuwse ondergrondse kelders onder het UCK, trakteert Rob ons op een vliegensvlugge geschiedenisles. Hij vertelt over het ontstaan van het fort Trajectum rond 50 n.C., de opkomst van Utrecht als kerkelijk centrum in de 7e eeuw en de bouw van de Sint Maartenskathedraal in de 11e eeuw. In 1253 legde een vuurzee een groot deel van de stad en de Dom in as. In 1254 werd daarom opdracht gegeven voor de bouw van een nog grotere kathedraal op de plek van de romaanse kerk. De Domtoren echter werd pas gebouwd in 1321 en de constructie hiervan duurde tot 1382.

In 1674 slaat het noodlot toe. Op een warme zomeravond ontstaat er een gigantische storm. De storm is zo sterk dat een groot deel van het schip van de kathedraal instort, met daaronder mensen die juist in de kerk een schuilplek zochten voor het natuurgeweld. Een gigantische klap voor de stad en haar bevolking, want pas na honderdvijftig jaar werd besloten om het puin om te ruimen. Het open gedeelte wat nu tussen de Domtoren en de kerk ligt werd gedoopt tot Domplein. We eindigen met een kort filmpje waar alle gebeurtenissen die net de revue zijn gepasseerd nog eens worden samengevat.

Na deze reis door de Utrechtse geschiedenis in vogelvlucht worden we mee naar buiten genomen, het Domplein op. Op het plein is een kleine ingang gemaakt met ijzeren palen eromheen waar je onder het plein kan komen. We gaan twee trappen af en bevinden ons opeens onder het wereldberoemde Domplein. We staan midden op Via Praetoria, een van de hoofdwegen van het oude Trajectum. Hier gaat de ontdekkingstocht verder. Onder de grond is het erg donker, dus aan alle bezoekers worden speciale zaklantaarns uitgedeeld. Op deze zaklantaarns zitten sensoren die geactiveerd worden als ze op andere sensoren in de ruimte worden gericht. De bezoekers krijgen dan via een oortje een verhaal te horen over de bezienswaardigheden in de ruimte.

De bedoeling is dat je zelf op ontdekkingsreis gaat door de ruïnes van de oude Dom en het fort van de Romeinen. Het is donker, maar door de zaklantaarn zie je gelukkig net genoeg. De zaklantaarns worden gericht op de sensoren en de verhaaltjes beginnen af te spelen. Zo is te horen dat de archeoloog Van Giffen deze opgravingen heeft blootgelegd in 1949. Leuk detail is dat hij zelf ook nog iets heeft achtergelaten voor de archeologen die na hem kwamen. Die vonden zijn vijl en een puntenslijper. Het mannetje wat in je oortje tettert noemt dat ‘de archeologie van de archeologie’.

Plotseling klinkt een oorverdovende knal en snelle lichtflitsen. Er hangt iets in de lucht: het is de storm van 1674. Je wordt meegetrokken in de storm door de lichten en het geluid. Op de schermen is te zien dat de bezoeker middenin de kathedraal staat. Het geluid van de wind, regen en onweer wordt steeds harder. Dan, na een enorme knal, begeeft de kerk het. Het schip stort in en de brokstukken vliegen je om de oren. Na een minuut is het weer rustig en is de ravage goed te zien. Na bijgekomen te zijn van deze belevenis vinden de bezoekers weer rustig hun weg door de gangen, vergezeld door hun zaklantaarn.

Het is een mooi schouwspel om de lichten zo door de gangen te zien gaan. Gids Rob vindt deze opgravingen erg belangrijk om te laten zien. “Iedereen kent het plein, maar niemand weet wat eronder zit. Mensen weten uit de geschiedenisboeken dat het er is, maar hier kun je het echt zien. Je kunt het bijna aanraken, dat mag dan wel niet maar het zou kunnen” lacht hij. “Ik vind het een mooi verhaal om te vertellen. Er is nog zoveel meer te ontdekken want we hebben nu slechts zes procent blootgelegd. De mensen vinden het ook erg leuk, want we hebben zo’n veertigduizend bezoekers per jaar.”

De bezoekers zijn zelf ook erg onder de indruk van DOMunder. Barb (55) is op vakantie in Nederland vanuit de Verenigde Staten. Ze vond vooral de gidsen hun werk erg goed verstonden. “Ik heb gisteren de Domtoren beklommen en om het vandaag van onder de grond te zien biedt je wel een heel nieuw perspectief. Ik was erg onder de indruk van de gids die vier talen tegelijk probeerde te spreken, terwijl hij ook nog eens een geschiedenisles gaf. Het enige minpuntje is het weer hier” voegt ze lachend toe.

Janneke (66) is bezig met de Limesroute. Dit is een fietsroute van Katwijk tot Arnhem waarbij de deelnemer langs de oude noordgrens van het Romeinse Rijk in Nederland fietst. “Hierdoor bezocht ik vandaag dus DOMunder. Ik vond het erg leuk hoe het gepresenteerd werd en ik weet zeker dat het voor kinderen ook leuk en leerzaam is.” Yura (23) en Ines (24) uit Kroatië waren het met Janneke eens. “Het is heel interessant om te zien dat hier vroeger dus een enorme kerk stond. We vonden het gebruik van de zaklantaarns ook erg gaaf. Ook de gidsen konden op een zeer leuke en levendige manier vertellen.”