Uit onderzoek, dat de rekenkamer heeft gedaan, stelt de rekenkamer Utrecht dat er voldoende voorzieningen zijn in Utrecht om het mogelijk te maken mensen met een ernstige lichamelijke beperking langer zelfstandig thuis te laten wonen. Niettemin stelt de rekenkamer ook dat het aanbod voor deze mensen en hun mantelzorgers ontoereikend is. De rekenkamer Utrecht heeft onderzoek gedaan naar zelfstandig wonende mensen met een ernstige lichamelijke of psychische beperking.

De Wet maatschappelijke ondersteuning beoogt mensen met een ernstige lichamelijke beperking langer thuis te laten wonen en te laten participeren in de samenleving. Maar volgens de rekenkamer zijn de informatievoorzieningen onvoldoende en wordt er volgens het onderzoek van de rekenkamer nog een te groot beroep gedaan op de eigen kracht en zelfredzaamheid van de doelgroep. Ook blijkt uit het onderzoek dat veel mantelzorgers zich te zwaar belast voelen.

In Utrecht wonen, volgens de Volksgezondheidspeiling 2016, 30.000 mensen met een ernstige beperking en door de groeiende bevolking en de vergrijzing zal dit aantal blijven stijgen. Volgens de rekenkamer moet de gemeente Utrecht beter inspelen op deze ontwikkelingen. Zij doelen hierbij vooral op de woningmarkt en op de inrichting van openbare ruimte. Als woningen en openbare ruimtes ingericht worden met oog op deze doelgroep is het mogelijk om de doelgroep langer zelfstandig te laten wonen.

Het onderzoek waaruit blijkt dat het aanbod ontoereikend is, is afgenomen onder 69 inwoners van Utrecht met een ernstige beperking en onder 44 mantelzorgers van inwoners met een ernstige beperking. Uit het onderzoeksrapport dat de rekenkamer Utrecht onlangs heeft uitgebracht, blijkt dat er onder de doelgroep en hun mantelzorgers vooral behoefte is aan informatie omtrent de voorzieningen. Momenteel hebben de doelgroep en de mantelzorgers moeite met het vinden van de juiste voorzieningen door versnippering van informatie.

Uit het onderzoek blijkt ook dat de mantelzorgers van mensen met een ernstige beperking zich te vaak te zwaar belast voelen. Zij zouden meer behoefte hebben aan financiële, proactieve en praktische ondersteuning. Anneke van Grij (53) is mantelzorger van haar 82-jarige moeder. ‘’Mijn moeder heeft een aantal jaar terug een herseninfarct gehad waardoor zij lichamelijk beperkt is geraakt. Zij is nu afhankelijk van de zorg die ik, samen met mijn neef, aan haar verleen’’, aldus Anneke. Anneke heeft zelf haar vrijwilligers werk op moeten geven om mantelzorger te kunnen zijn voor haar moeder. ‘’Mijn gezin draait op het inkomen van mijn man en ik deed vrijwilligerswerk om mijzelf bezig te houden en mijn steentje bij te dragen in de samenleving. Toen mijn moeder beperkt raakte heb ik geen moment getwijfeld en ben ik gestopt met mijn vrijwilligerswerk en ben ik, samen met mijn neef, fulltime mantelzorger geworden. Ik doe dit nu een jaar en ik merk dat het mij zwaarder valt dan verwacht’’, aldus Anneke. Anneke en vele mantelzorgers met haar voelen zich tamelijk zwaarbelast. Onder de mantelzorgers is er de meeste behoefte aan meer financiële ondersteuning, zo blijkt uit het onderzoek van de rekenkamer. Voor Anneke geldt dit niet. ‘’Voor mij gaat het niet op dat ik behoefte heb aan meer financiële ondersteuning, omdat mijn gezin en ik ook voordat ik mantelzorger werd al niet van mijn inkomen leefde, maar ik kan het mij wel voorstellen. Als iemand ernstig beperkt is en je moet daar de volledige zorg voor dragen is dit bijna te vergelijken met een fulltimebaan.’’

Naar aanleiding van het onderzoek heeft de rekenkamer verschillende aanbevelingen geschreven voor de gemeente Utrecht. Hierover wordt 14 december 2017 of 25 januari 2018 vergaderd.