Het is de week van de pleegzorg. 31 oktober tot 7 november staat in het teken van pleegkinderen, pleegouders en iedereen die te maken heeft met pleegzorg. Utrecht is hard op zoek naar honderd nieuwe pleegouders.

De groei van het aantal pleegkinderen in Nederland
Bron: Pleegzorg Nederland

 

Natascha Peterink is in 2002 begonnen als gezinshuisouder. Dit is iets anders dan pleegouder, maar kinderen die bij haar wonen zeggen altijd dat ze in een pleeggezin wonen. Al 24 kinderen heeft ze onder haar hoede gehad.

Hoe ben je terecht gekomen bij de pleegzorg?
In 2003 bedachten mijn man en ik dat we best nog een kind erbij zouden kunnen hebben. Voordat ik gezinshuisouder werd, werkte ik als groepsleider met kinderen uit moeilijke gezinssituaties. Daar vond ik dat de kinderen er niet veel beter van werden. Zo dacht ik: ze kunnen beter bij ons komen wonen. Toen zagen we een oproep waarin pleegouders werden gezocht voor vier kinderen. Dan maar gelijk vier, dachten we. Voordat de kinderen bij ons in huis kwamen, gingen we het proces in. Dat is erg intensief en duurt een tijdje, maar uiteindelijk zijn we begonnen. Binnen vier maanden hadden we vier nieuwe pleegkinderen erbij.

Hoe was de dag, toen het eerste pleegkind voor de eerste keer kwam?
Dat weet ik nog goed, dat was heel vreemd. We hadden zelf twee kinderen, die waren toen nog erg klein. Het eerste pleegkind was een jongen van twaalf. In het begin was het onwennig en ook hij vond het spannend. Je bent heel erg aan het zoeken met elkaar hoe je de dag invult en wat hij leuk vindt. Die beginperiode is voor iedereen spannend. En voor hem was het erg fijn dat een paar weken later de volgende al kwam. Dat hij zich een beetje kon verschuilen achter de ander.

Je zei dat je zelf ook al kinderen hebt. Hoe gaan zij er inmiddels mee om?
Die vinden het prima, zij weten niet beter. De jongste van de drie is geboren toen we al pleegouders waren, zij heeft nooit anders meegemaakt. We zijn ook een periode gestopt, omdat we nog nooit met z’n vijven hadden gewoond. Als echt gezin. We zaten zelf in een lastige periode met 1 van de pleegkinderen. Twee andere kinderen gingen toen terug naar hun vader. En onze oudste dochter had het op dat moment echt niet leuk met één van de kinderen, ze hadden echt last van elkaar. Als de een haar kamer uitkwam, ging de ander haar kamer in. We hebben altijd gezegd: als onze eigen kinderen last ervan krijgen, moeten we het anders aanpakken. Het was dus een optelsom waarom we even wilden stoppen met het werk. Op dat moment hadden we het tien jaar gedaan en zijn vervolgens twee jaar gestopt.

Hoe hebben jullie die tijd met z’n vijven ervaren? Na twee jaar zijn jullie ook weer begonnen.
Het eerste jaar heb ik ontzettend genoten van de vrijheid. Na een tijdje wordt dat ook weer normaal. Net zoals ik nu gewend ben aan mijn soms beperkte vrijheid; er valt altijd wel iets te regelen voordat je iets kan ondernemen bijvoorbeeld. Het hele euforische gevoel van het begin vervaagde naarmate de tijd verstreek. Ik was ook weer op een groep met jongeren aan het werk en weer had ik het gevoel: O jongens, dit is toch niet goed voor deze kinderen. Onze oudste had ons ook verteld dat ze het niet erg zou vinden als er weer iemand bij zou komen. Ik zag toen weer een vacature staan en die bleef maar in mijn hoofd zitten. Na overleg thuis bleek dat iedereen het wel weer prima vond en zodoende!

Voelen de pleegkinderen als jullie eigen kinderen?

Nee, het voelt echt wel anders. Bij ons zijn altijd vier pleegkinderen, dat is ook weer anders wanneer je er maar eentje hebt. Je gaat er helemaal voor natuurlijk, toch voel je ook tussen die vier verschil. Met de een gaat het contact wat makkelijker en heb je een betere klik dan met de ander. Ik zeg altijd: Ik hoef niet per se veel van ze te houden, wel moet ik om ze geven. Als ik voel dat ik voor ze wil zorgen, dan is het goed. Soms ontstaat het houden van nog wel, maar het is wel echt anders dan met je eigen kinderen.

Kinderen komen en gaan, hoe is dat?
Dat is heel wisselend. Als kinderen weggaan omdat ze weer terug naar hun ouders gaan, dan vind ik dat alleen maar fijn. Dat is ook het uiteindelijke doel, dat ze weer terug kunnen naar hun eigen ouders. Voor mezelf kan ik het wel jammer vinden, maar dan denk ik: dit is waarvoor we het doen. Daar heb ik dan het minst moeite mee.
Als kinderen weggaan omdat het hier niet goed gaat, kan het soms wel als opluchting voelen. Dan was het een periode heel zwaar en veel. Toch is het dan ook verdrietig, want dat is dan niet zoals we het bedacht hadden.
We hebben ook wel eens gehad dat ouders uiteindelijk geen toestemming gaven.
Als kinderen hier wonen, moeten de ouders wel aan hun kind laten zien dat dat goed is. En niet telkens zeggen: ‘Ik vind het vreselijk dat je daar woont, kom maar weer snel thuis, ze kunnen er niks van.’ Dat hebben we ook wel eens gehad met een ouder die de toestemming niet gaf. Voor dat meisje was dat echt ondragelijk. Als ze dan bij haar vader was geweest, kon ze ons gewoon een tijdje niet aankijken. Ze had dan zoveel ellende over ons gehoord. Het duurde dan echt een paar dagen voordat ze weer een beetje gewoon kon doen en zich weer kon ontspannen. Dat meisje is uiteindelijk ook weggegaan omdat haar vader geen toestemming gaf. Ze kwam ontzettend in een loyaliteitsconflict, waardoor ze uiteindelijk weg is gegaan. Dat vind ik echt héél verdrietig. Dat was echt niet nodig geweest. Dat meisje had vriendinnetjes, op school ging het goed en toch moest ze weg. Dat vind ik dan echt verschrikkelijk.

Heb je dan nooit dat je iemand heel erg mist of contact wil blijven houden?
Ja met sommigen heb ik nog steeds contact. We hadden een jongen die bij ons kwam wonen toen hij acht was en als zestienjarige wegging. Nu is hij bijna 21. Hij ziet ons ook echt als zijn ouders, zijn eigen ouders leven niet meer. Hij komt hier nog regelmatig en viert Sinterklaas en Kerst mee. Bij alle belangrijke gebeurtenissen is hij erbij en dat voelt heel vanzelfsprekend. Als zoon voelt hij toch niet, maar hij komt wel heel dichtbij haha. Met sommigen heb ik alleen contact via Facebook, dan vinden ze het prima via een afstandje. Sommigen komen nog wel eens langs. Zo hebben we een jongen gehad die lang bij ons heeft gewoond en die zoekt soms wel contact, maar als ik dan reageer, vindt hij het denk ik toch te eng.

Deze week is het de Week van de Pleegzorg. Vind je het belangrijk dat hieraan aandacht wordt besteed?
Ik lees regelmatig dat er behoefte is aan pleegouders. Wel denk ik dat zo’n week goed is. Als je elke dag hetzelfde hoort, komt de boodschap op een gegeven moment niet meer over. Als er af en toe wat extra aandacht aan wordt besteed, gaan mensen misschien wat actiever nadenken of het iets voor hen is. Dan wordt er extra bij stilgestaan.

Wat voor mensen zou je aanraden pleegouder te worden?
Ja, dat is lastig te zeggen. Ik zou het niet iedereen aanraden. Je moet goed zijn in afstand bewaren tussen de kinderen en jezelf. Sommige mensen zouden misschien zich te veel gaan hechten aan de kinderen en al het leed op zich nemen. Nee ik geloof echt niet dat elk persoon geschikt is als pleegouder of gezinshuisouder. Als je denkt, ik heb ruimte in m’n huis en hart, er kan er eentje bij, dan kan ik het aanraden. Doe goed onderzoek naar de verschillende soorten pleegzorg en onthoud: als je iets aangaat met een kind, is dat voor een tijdje. Het is geen speelgoed. Je kunt het niet zomaar aan de kant schuiven.