Het leven op de boerderij. Het lijkt zo romantisch, maar niets is minder waar. Veel boeren in Nederland hebben steeds meer moeite om financieel rond te komen. Miranda van Rijn, boerin van melkveehouderij de Zonnewijzer in Oud Amelisweerd, kan erover meepraten. Ze vertelt hoe de overheid en de gemeente Utrecht haar dwarszitten in haar bedrijfsvoering.

De melkveehouderij van Co en Miranda van Rijn is een echt familiebedrijf. De opa van Co startte met de boerderij in 1914. Hij vestigde zich op een unieke locatie, op het Landgoed Rhijnauwen. Dit landgoed is een bosrijk recreatiegebied, tussen Utrecht en Bunnik.

Co en Miranda hebben echter niet alleen de lusten van de boerderij, maar ook de lasten. Nederland produceert meer mest dan het verbruikt. In mest zit fosfaat. Een fosfaatoverschot is slecht voor het milieu. Het tast de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater aan. De Europese Unie heeft daarom een fosfaatplafond ingesteld voor Nederland. De Nederlandse overheid heeft vervolgens fosfaatrechten uitgedeeld aan alle melkveehouders. Op basis van het aantal koeien en de grootte van de melkproductie op 2 juli 2015, hebben boeren voor het jaar 2018 fosfaatrechten gekregen. Melkveehouders mogen sinds dit jaar niet meer fosfaat produceren dan het aantal fosfaatrechten dat zij bezitten.

‘’Wij hadden vorig jaar te weinig fosfaatrechten. We hebben tussen 2015 en 2018 iets meer koeien gekregen en onze melkproductie per koe is omhoog gegaan. Hierdoor zijn onze koeien in een andere categorie gekomen. Even als voorbeeld: Als een koe 25 liter melk op een dag geeft, produceert het veertig kilo fosfaat. Wanneer een koe opeens dertig liter melk op een dag gaat produceren, zorgt dat voor 41 kilo fosfaat. Doordat onze koeien dus meer melk zijn gaan geven, zijn ze ook meer fosfaat gaan produceren. Dit zorgde ervoor dat wij te weinig fosfaatrechten hebben gekregen.

Wij hebben 25 tot 30 koeien weg moeten doen

Wij hebben 25 tot 30 koeien weg moeten doen om onder ons fosfaatplafond te komen. Eerst doe je dan de oudere koeien weg, of degene die ziek waren en niet drachtig werden. We hebben uiteindelijk ook nog gezonde koeien naar de slacht moeten brengen die het hartstikke goed deden. Dat was nog niet genoeg. We gingen nog steeds over ons fosfaatplafond heen en daarom hebben we vorig jaar fosfaatrechten gehuurd. Als je op jaarbasis over het fosfaatplafond heen gaat krijg je boetes, en die wil je echt niet hebben.

Ik begrijp heel goed dat er regels zijn gekomen om de melkproductie te verminderen. In 2015 werd het melkquotum afgeschaft. Veel boeren zijn toen gaan uitbreiden. Als boeren geen regels krijgen, doet iedereen wat hij zelf wil. Er moeten nu eenmaal grenzen worden gesteld. De rijksoverheid zag het fosfaatrechtenstelsel al heel lang aankomen. Ze voeren het alleen pas sinds januari vorig jaar uit. Dit zorgde een lange tijd voor veel onduidelijkheid naar boeren toe.

Over de grens gelden hele andere regels. Het is heel frustrerend om te zien dat boeren in bijvoorbeeld Duitsland veel meer kunnen en mogen. Iedereen mag daar zoveel fosfaat produceren als hij wil. Alle moraalridders in Nederland zouden ook even over de grens moeten kijken. We willen hier allemaal wereldverbeteraars zijn en iedereen weet het altijd beter. De agrarische sector doet keihard haar best om zich te houden aan de klimaatdoelen, maar wij zijn niet de enige die dat doel moeten halen toch? Andere sectoren zouden zich ook kunnen aanpassen. Nu worden vooral de boeren de dupe van alle klimaat- en milieueisen.

Weet je wat zo jammer is, boeren kunnen zich moeilijk samen verenigen. Nederland heeft als land ook een fosfaatplafond. Als knelgevallen worden geholpen met extra fosfaatrechten, krijgen andere boeren die alles wel op orde hebben weer minder fosfaatrechten. Dit zorgt voor veel scheve ogen.

Ik denk dat de rest van Nederland geen flauw idee heeft over de beperkingen van de meeste boeren. Op Facebook plaatste ik pas een artikel waarin het fosfaatrechtenstelsel wordt toegepast op auto’s en het aantal gereden kilometers. Ik hoop dat burgers onze problemen zo iets beter begrijpen. De regels die voor boeren gelden, veranderen iedere keer weer. Daar hebben wij echt heel veel last van. Iedereen in Nederland maakt gebruik van ons. We moeten allemaal eten. Als de overheid zo doorgaat, worden boerenbedrijven in Nederland echt heel zeldzaam. We worden steeds meer een uitstervend ras.”

Onze boerderij is een meerwaarde voor de stad Utrecht

Alsof de overheid het Co en Miranda nog niet moeilijk genoeg maakt, kwam de gemeente Utrecht vorig jaar met de mededeling dat zij de pachtprijzen voor het land van Co en Miranda gaan verdubbelen. In een tijdsbestek van vijf jaar moet de pacht van 22 duizend euro per jaar naar 45 duizend euro per jaar. Of de familie van Rijn zich dan nog steeds op Landgoed Rhijnauwen bevindt, is nog maar de vraag.

‘’Wij hadden altijd een aangepaste pachtprijs omdat ons land in een recreatiegebied ligt. De gemeente gaat de prijzen nu ineens standaardiseren. Dat betekent dat wij evenveel gaan betalen als alle andere boeren in de provincie Utrecht. We hebben bij de gemeente aangegeven dat we geen levensvatbaar bedrijf kunnen runnen met deze pachtverhoging. We zijn daarover samen in gesprek, maar ondertussen heeft de gemeente de pachtprijs dit jaar al verhoogd.

Voor ons is het moeilijker om winst te maken dan ergens anders in de provincie. Ons land is heel versnipperd. Dat kost meer tijd om te bewerken dan een stuk land dat rechttoe rechtaan is. Tijd is geld in het bedrijfsleven. Daarnaast hebben wij een monumentaal grasland. Wij hebben last van schaduwranden van het bos en hebben veel blad op ons land. De opbrengst per hectare is bij ons dus een stuk lager dan een kilometer verderop.

Ik wil hier het liefst samen met de gemeente uitkomen. Als dat niet lukt ben ik bereid om de media erbij te halen. Heel Utrecht wil dat wij hier blijven. Dat weet ik zeker. In de zomer is onze boerderij een keer per maand open en organiseren wij allerlei activiteiten voor kinderen. Daarnaast organiseren we ook kinderfeestjes, rondleidingen en krijgen we regelmatig schoolklassen op bezoek. Hierdoor zijn we bekend geworden in Utrecht. Onze boerderij is echt een meerwaarde voor de stad Utrecht en ik hoop dat de gemeente dat gaat inzien.

Ik hoop we hier nog honderd jaar blijven zitten

We organiseren deze activiteiten vooral omdat we het heel erg leuk vinden. Het is belangrijk dat kinderen uit de stad zien hoe het leven op de boerderij er aan toe gaat. Ze maken kennis met dieren en zien hoe melk geproduceerd wordt. Dit is voor ons wel heel belangrijk als neventak. Dankzij de extra activiteiten kunnen wij onze boterham verdienen. Dat gaat met alleen de melkproductie niet lukken.

Ik kan niet met zekerheid zeggen dat wij hier over een paar jaar nog boer zijn, maar daar wil ik niet aan denken. Ik wil alleen denken over hoe we hier wél verder kunnen. In het begin lag ik nachten wakker. De eerste keer dat er een brief van de gemeente op de deurmat lag, schrok ik mij wezenloos. Ik maak me nog steeds zorgen, maar ik slaap gelukkig wel weer goed. Mijn man slaapt vaak nog steeds slecht. De boerderij is echt zijn ziel en zaligheid.

Dit is het familiebedrijf van mijn man. Die zitten hier al ruim honderd jaar en ik hoop dat we hier nog honderd jaar blijven zitten. We moeten hier alleen de kans toe krijgen van de gemeente. Daar moeten we dan maar vanuit gaan.’’