UTRECHT- Lijn 12... Een ware tragedie die zich iedere dag opnieuw voordoet. Een menigte spartelende studenten, met allemaal één doel: Een plekje bemachtigen in de beruchte buslijn. Allen zijn zij bereid zich tot op het laatste sardientje in het overvolle blik te persen.

Wanneer ik onderweg ben van Utrecht Jaarbeursplein naar de Uithof, waar ik word klaargestoomd voor een carrière in de journalistiek, begeef ik mij temidden van honderden gelijkgestemden.

Zodra ik perron C8 nader is mijn hoop op een dag die rustig van start gaat meteen vervlogen. Ik word meegezogen in een stroom van individuen die allen hetzelfde doel na streven. Een plekje in die ene bus. Ik begeef mij in het gezelschap van een slordige 100 man die een dagelijkse stoelendans doet rondom 50 zitplaatsen. Het voelt als een sport om een plekje te bemachtigen. Overigens fijn dat ik op deze manier dan tóch nog aan mijn dagelijkse portie sport toe kom.
Ik denk de concurrentie te slim af te zijn door deze bus aan mij voorbij te laten gaan. Ik wacht op de volgende. Met mijn OV-chipkaart in de aanslag, zoek ik een strategisch plekje op het perron. Met een flinke dosis optimisme en vol goede moed zie ik de volgende bus al tegemoet. Ik droom vast weg bij de gedachte daadwerkelijk een plekje in de bus te bemachtigen.
Maar voor ik het in de gaten heb dient de volgende golf Uithofgangers zich aan. Ook zij, allemaal uit op hetzelfde. Allemaal in de wetenschap dat de kans van slagen nihil is gooien zij zich voor de leeuwen. Een zitplek is hun prooi. De omgeving lijkt even niet te bestaan.
Wanneer bus 12 voor rijdt, de deuren zuchtend en krakend open zwaaien is perron C8 veranderd in een heus middeleeuws slagveld. Een elleboog in mijn zij. Een klap van een fjällräven kånken. Ik weet mij uiteindelijk, voorzien van een uitgebreid scala aan blauwe plekken de bus in te manoeuvreren, mijn ov-chipkaart langs de paal te halen. Een haastig goede morgen voor de buschauffeur kan er nog nét vanaf. Ik ben één van hen. Verstand op nul en blik op oneindig. Vechtend voor die ene plek… Die ineens. Vergeven is.
Ik sta wiebelig op mijn benen. Ik heb mijn buurman inmiddels al drie keer de haren uit het hoofd getrokken bij gebrek aan houvast wanneer de buschauffeur zonder enige blijk van empathie door de bochten giert. Na elke bocht raakt mijn maag meer en meer van streek. Al moet ik zeggen dat niet alleen de ruimgenomen bochten zich hier schuldig aan maken. Ook de geur van studentenzweet, ongepoetste tanden en verlate ontbijtjes maken dat ik mijn reis kotsmisselijk voortzet.
Wanneer na een ruime twintig minuten de Uithof dan eindelijk in zicht is, gaat een golf van ontlading door de bus. De vrijheid is nabij.

En dan te bedenken dat de schooldag nog van start moet gaan…