Overgenomen uit Amerika is het Centrum Management Utrecht gestart met een goedwillend initiatief om de zichtbaarheid van kleine ondernemers te vergroten, met catastrofale gevolgen. Deelnemende verkopers plakken de ‘shop local’ sticker in hun raam in de winkelstraten van Utrecht, met als gevolg een vergroting van de sociale kloof tussen rijk en arm.

Hoewel het stimuleren van de lokale economie ongetwijfeld iets goeds is – het levert een grotere diversiteit aan winkels op, gevuld met gepassioneerde winkeleigenaren en het houdt de TL-verlichte toeristenmeuk op afstand. Het opgeven van de lage prijzen en het gemak van groothandel kost echter tijd en geld. Niet iedereen met een beperkt budget kan het zich veroorloven.

Geef de zelfgenoegzame kosmopolieten nou niet meer munitie om vanaf hun hoogopgeleid balkonnetje neer te tuffen op de gewone man en vrouw. Ze mogen genoegen nemen met ‘organic’, ‘glutenvrij’, ‘superfood’ en aluminium rietjes voor hun pleit om schuldgevoelens op te wekken, maar vooral verwondering. “Ik draag mijn steentje bij” – zegt de getrainde, progressieve twintiger met rijke komaf. Het uitspreken van de woorden: “Ik koop lokaal” is kool voor de ego-oven. Dat het koopgedrag van de heldencomplex hebbende een minieme bijdrage levert aan de lokale economie is toevallig mooi meegenomen.

Laat de mensen lekker die in de uitverkoop triplex-planken kopen bij de Praxis. Om de vruchten van het lokaal winkelen te plukken is geen sticker, label of nieuw ‘buzzword’ nodig. Koop er omdat de winkel en zijn producten je verleiden tot geldoverdracht en niet omdat je jouw superioriteit wil bewijzen aan anderen.