De Utrechtse fotograaf Jan Banning studeerde sociaal economische geschiedenis in Nijmegen met het idee om onderzoeksjournalist te worden. Toch heeft hij zichzelf ontwikkeld als fotograaf, waarin hij zijn studie duidelijk laat terugkomen met zijn maatschappelijk gerichte foto’s. Hij legt zijn focus op het publieke en politieke debat, waarin hij opzoek gaat naar het uiterste de wereld.

Allereerst had Banning de beslissing genomen om niet naar de School voor Journalistiek te gaan in Utrecht, maar om een universitaire studie te gaan doen in Nijmegen met de gedachte dat een studie geschiedenis hem verder ging helpen dan een journalistieke studie. ‘Eenmaal in Nijmegen kwam ik erachter dat ik heel visueel ben ingesteld. Achteraf gezien denk ik dat ik dat van mijn moeder heb. Zij was illustrator in haar vrije tijd. Ik schilderde aanvankelijk ook een beetje, maar dat was waardeloos hoor’. Zegt Banning lachend. Hier ontstond wel zijn visuele interesse.

In 1981 gebeurde er iets bijzonders wat Banning zijn gerichtheid veranderde. Midden in Nijmegen in de Piersonstraat ontstonden er rellen rond een ontruiming van kraakpanden. Banning had altijd al politieke interesse, had zelf in kraakpanden gewoond en voelde zich hier nauw tot betrokken. Samen met een groepje journalisten en andere fotografen heeft hij hier een boek over genaakt om deze gebeurtenis te documenteren. ‘De behoefte om met mijn foto’s deel te nemen aan het publieke debat is gebleven.’ Aldus, Banning.

De behoefte om met mijn foto’s deel te nemen aan het publieke debat is gebleven

‘Aansluitend wilde ik meer met schrijven en fotografie doen. Ik stuiterde op een bizar verhaal over een dorpje in het zuiden van Spanje ergens in Andalusië wat vrijwel in zijn geheel in hongerstaking was gegaan zes jaar na afloop van de Franco dictatuur’. Banning had altijd al sympathie voor de anarchisten in dit verhaal en de Spaanse burgeroorlog was een van zijn grote interesses. Banning: ‘Ik dacht verrek zou dit een heropleving zijn van de anarchisten, die door Franco de kop in zijn gedrukt.’

Banning nam voordat hij vertrok een Teleac (voor beginners) cursus Spaans en ging daarna met zijn notitieboekje en camera op pad. ‘Dankzij het feit dat ik drie weken doorbracht in dat dorpje waar eigenlijk niemand echt Engels sprak, ging mijn Spaans met sprongen vooruit. Zo kon ik tenslotte toch een inhoudelijk redelijk zinvol stuk schrijven voor de Groene Amsterdammer, al was het verhaal zelf beroerd: uitermate gênant. Het was wel goed gedocumenteerd: ik zat tenslotte nog steeds op mijn geschiedenisstudie.’  Aldus Banning. 

Vervolgens dacht Banning dit kan ik beter, want hij wilde echt de journalistiek in. Hij nam een sabbatical jaar. ‘Deze is een beetje uit de hand gelopen want die is nog steeds aan de gang.’ zegt Banning lachend. ‘Niet omdat ik tabak had van die geschiedenis studie. Want die heeft mij uiteindelijk heel erg gevormd hoe ik dingen benader.’ Banning heeft tijdens zijn sabbatical vrij snel zijn focus gelegd op de fotografie. Toch schrijft hij nog steeds. En research is voor hem uitermate belangrijk. ‘Ik zorg dat ik geen onzin verkoop maar dat het goed gedocumenteerd wordt’

Het schrijven was een tijdje op de achtergrond verdwenen, omdat hij veel optrok met journalisten. In de jaren tachtig heeft hij zelfs een relatie gehad met een journaliste en gingen ze daarom vaak met z’n tweeën op pad. Zijn beste vriend was ook al journalist, dus zij werkte veel samen. ‘Dit kwam ook allemaal doordat ik al in dat wereldje zat. Nijmegen was toch een hele linkse stad, een soort Havana aan de Waal, maar ook een klein wereldje, dus om elkaar daarin te stimuleren was er een klein groepje ontstaan die ging samenwerken.’ Dit groepje begon bij het boek over de Piersonstraat en vele van die groep spreekt Banning nog steeds. 

Ik zorg dat ik geen onzin verkoop maar dat het goed gedocumenteerd wordt

Nu schrijft Banning weer veel zelf omdat hij meer alleen is gaan werken. ‘Mijn werk is steeds meer richting kunst verschoven, dat kan je ook zien aan mijn inkomsten bijvoorbeeld.’ In de jaren tachtig was hij natuurlijks straatarm als student en starter. Rond de jaren negentig begon hij te verdienen van de inkomsten die hij kreeg vanuit de media. ‘Ik maak geen foto’s zodat iemand die fijn aan de muur kan hangen, want ik blijf publiceren en het blijft belangrijk omdat ik deel wil blijven nemen aan maatschappelijke kwesties.’