De inwoners in Zuilen hebben afgelopen week bij RTV Utrecht gemeld zich zorgen te maken over de bomenkap die plaats gaat vinden in de Adriaan Mulderstraat. Deze kap gebeurt in het kader van het bomenprogramma 2019. Anne Sasbrink van de Partij voor de Dieren gaf donderdag aan verschillende vragen te hebben over deze projectmatige bomenkap in het wekelijkse vragenuur.

“Waarom is gekozen voor een projectmatige kap in plaats van het vervangen van de op dit moment slechte en onveilige bomen?” begint Sasbrink. De volgende vraag luidt: “Hoeveel bomen wil het college kappen en hoeveel daarvan zijn nog in een goede conditie?”. Als derde vraag stelt Sasbrink: “Welke alternatieven zijn er om betreffende bomen toch te sparen?”. Hoe de keuze tot herplant is gevallen en of de bewoners daarin mee kunnen beslissen is het vierde vraagstuk. En tot slot stelt Sasbrink: “Waarom heeft de gemeente besloten de vorig jaar geplante haagbeuk nu al weer te verwijderen?”.

Wethouder Kees Diepeveen reageert: “Bij projectmatige bomenkap wordt gekeken naar de toekomstbestendigheid en gezondheid van bomen. De commotie die in de buurt is ontstaan is voor mij een reden om deze werkwijze nog eens tegen het licht te houden. Bomen moeten namelijk zo lang mogelijk blijven staan”. Diepeveen vervolgt: “Na nader onderzoek is gebleken dat 8 bomen nog in goede toestand waren en 6 in voldoende goede conditie. Dus van de 29 aangevraagde bomen zullen er 14 gespaard worden”. Op de vraag hoe de bewoners betrokken zijn bij deze beslissingen meldt Diepeveen: “Bij de keuze van de boom houden we rekening met de ruimte die een boom nodig heeft. In verschillende straten hebben de bewoners de keuze uit 3 verschillende soorten voor herplant”. Voor de haagbeuk wordt gekeken of er ergens anders een plek is om deze te planten. Een plek waar deze “beter tot zijn recht komt”.

VVD’er Gertjan te Hoonte wijst op het beleid om niet dezelfde soorten in dezelfde straat te planten om ziektes te voorkomen. Hij stelt de vraag: “Nu wordt er gesproken over het terugplaatsen van één soort, in hoeverre strookt dit beleid dan met elkaar?”. Diepeveen reageert dat het strookt als het om kleinere aantallen gaat.

Na aanvullende vragen van de PVV en de PVDA is het woord weer aan Sasbrink. Zij geeft aan nog veel vragen te hebben. Echter is het beleid dat er slechts één vraag gesteld mag worden. Uiteindelijk luidt de vraag: “Is er nu voor welke boom in het boomprogramma individueel gekeken wat de conditie omstandigheden en risico’s zijn of niet?”. Wethouder Diepeveen bevestigt dat er individueel wordt gekeken naar elke boom. “Daaruit blijkt dat ongeveer 15 procent een voldoende toekomstverwachting heeft. En mijn intentie is om het bomenprogramma echt nog even goed onder het licht te houden”.