Ik hoor het mezelf nog zeggen “Ik hou het écht bij twee bier vanavond gasten!”. Uren na deze uitspraak sta ik toch stomdronken op de stoep van de Nobelstraat. De kroegen sluiten hun deuren en mijn vrienden zijn gaande de avond huiswaarts gegaan. Weer sta ik daar alleen, met een lege maag en een droge bek, wensende dat ik hetzelfde had gedaan. Je zou toch denken dat ik onderhand wel wat wijzer zou zijn? Maar nee.

Na een babbeltje met de bewaker besluit ik het toch nog even te proberen met die leuke brunette van eerder die avond. Niet geschoten was immers altijd mis toch? Al strompelend verman ik mezelf en probeer een leuke openingszin te verzinnen, tevergeefs. Eenmaal aangekomen kan ik er alleen nog “euhh.. zoenen?!” uitkrijgen. Balen, dan maar voedsel. “Je had toch al niet zo’n zin om te regelen vanavond” vertel ik mezelf terwijl ik naar het Eethuis waggel.

Met een tevreden gevoel en gevulde maag loop ik naar buiten. Het is tijd voor het volgende punt op mijn warrige agenda.

Thuiskomen, maar hoe? Niet, want je zou het immers niet te laat maken. Dus met de bus heen gaan kon wel. De bussen reden niet meer en eerlijk is eerlijk.. geld voor een taxi was er niet. Wederom weet ik een dame met een bed in het centrum niet te paaien. Dus ik sta er alleen voor.

Het thuisfront is een flinke wandeling van twee uur. Voor mij voelde voorgaande keren toch altijd langer. Leuk zou het niet worden dat was zeker. Toen ik mijn lot geaccepteerd had liep ik moedeloos weer naar binnen om een flesje water te bestellen, voorbereidend op de barre tocht die komen ging.

Het water at ik en vul ik nogmaals bij in de wc. Snel mijn blaas legen en dan begin ik mijn slopende tocht richting Utrecht centraal, huiswaarts. Geen vijf minuten lopen verder trekt iets mijn aandacht. In één van de vele grimmige zijstraten van het Utrechts uitgaansgebied loopt een onverzorgde man. Met net te veel verscheurde kledingstukken aan. In zijn linkerhand een halve liter “De Klok” bier en in zijn rechter een afgetrapte stadsfiets. Het zou toch niet? Voor ik de situatie volledig begrijp schreeuwt de man al twee magische woorden naar me, “fiets kopen!?”

Bijna uit automatisme vraag ik “hoeveel?”. Wetende dat ik nu mijn kaarten goed moet spelen om deze tweewieler te scoren heb ik een moment van nuchter denken.

Nu nog onderhandelen denk ik, waarmee de man met de fiets begint. “Twintig euro dan is die van jou” zegt hij met gebroken Nederlands. Ik keek hem strak aan en schudt mijn hoofd. Alsof ik beledigt was met zijn openings bod, want uit ervaring wist ik dat hij zou breken. Nu was het wachten, wie het eerst sprak zou verliezen. De schooier opende zijn mond als eerste, van binnen was er vreugde, maar mijn gezicht ontplooide niet. “Okee, voor jou tien euro. Laatste kans.” Nu is het mijn beurt. Ik bied hem vijf euro, mijn laatste geld. “Nee.. nee.. nee.. TIEN EURO laatste kans.” zegt de man.

Dit is mijn moment, ik heb hem. Terwijl ik in mijn jas grijp geef ik mijn laatste bod: “Vijf euro en twee sigaretten”, tegelijkertijd geef ik het aan. De fietszwerver twijfelt. Met een wazige blik in zijn ogen kijkt hij nog even rond. De straat is leeg. Geen andere kopers in de buurt. Het moet wel. Hij pakt het aan en gaat akkoord, hij overhandigt de fiets. Het is me gelukt. Ik kan naar huis.