Een van de meest frustrerende momenten in de huidige maatschappij is een slechte internet connectie. Internetgebruikers gaan compleet door het lint als hun hypermoderne laptop of smartphone geen verbinding kan maken met het internet, thuis of op werk. Deze frustraties bouwen zich op tot heuse scheldpartijen en klaag mailtjes en belletjes naar de internetprovider die deze gebruikers onder hun hoede neemt.

Een slechte internetverbinding is niet alleen thuis een probleem, zo komt dit ook vaak voor op de Hogeschool Utrecht, op de Heidelberglaan 15 om precies te zijn. Op deze school staan onder andere communicatie, ICT en media centraal als studies. Allemaal studies waarbij een student een goede laptop en daarbij behorende internetconnectie nodig heeft. Daarom verrast het mij en mijn medestudenten dat het ‘eduroam’ netwerk ons vaak in de steek laat.

De Heidelberglaan 15 is een gloednieuwe school die afgelopen zomer voor het eerst werd gebruikt. Elk gemiddeld persoon zou dan verwachten dat een goede internetverbinding hierbij hoort, maar niks is minder waar. Je zit in de les, aandachtig te luisteren naar de docent die weer eens een enorm boeiend verhaal vertelt. Je raakt even afgeleid en wil kijken wat je beste vriend heeft gepost of social media. Vol enthousiasme tik je de juiste link in, en dan begint de hel pas echt. Een paar seconden wachten wordt een paar minuten en tot je grote schrik zie je dat er geen internetverbinding beschikbaar is. Nu moet je wel naar het enorm interessante verhaal van de docent luisteren.

Aangezien de meeste studenten een smartphone hebben, met vaak onbeperkt internet, zouden zij ook een zogenaamde ‘hotspot’ kunnen gebruiken voor het leuke kattenfilmpje of het nieuwste nummer van Lil’ Kleine. Nee, zo werkt dit niet. Er wordt verwacht dat er op een hypermoderne school met meerdere roltrappen er een internetverbinding is die het 24 uur en zeven dagen in de week optimaal doet. Misschien dacht het bestuur dat er meer geld in het foodcourt gestoken moest worden, in plaats van het internet. Dit is dan een zeer slechte keuze geweest.

Op de gangen en in de klaslokalen zijn de frustraties duidelijk zichtbaar. Als je goed om je heen kijkt zie je studenten in ellende om zich heen kijken, met de gedachte: “Wat moeten we nu, met elkaar in gesprek gaan?”. Misschien is het dan ook wel weer goed dat het internet niet werkt, want zo bouwen de slachtoffers een band op, want zij hebben allemaal tenminste iets gemeen: geen internet. Het kan dus ook voor een sociaal aspect zorgen, maar dat willen de jongvolwassen helemaal niet. Zij willen kattenfilmpjes met elkaar delen, niet met elkaar face-to-face in gesprek gaan. Misschien verwacht het bestuur van de school dat wij allemaal onze eigen wifi versterkers gaan meenemen voor een eerlijke bijdrage aan een goede internetverbinding.

De slechte connectie is niet alleen slecht voor de mentale toestand van de studenten, maar ook voor de fysieke. Het scheelt vaak niet veel voordat een gefrustreerde student zijn agressie afwerkt op een van de duizenden ramen of deuren van de school. Vuisten vliegen dan alle kanten op en er worden zoveel scheldwoorden afgevuurd dat het wel de slag om Berlijn lijkt in 1945.

Maar als deze frustraties op school blijven, scheelt dat veel voor de ouders en huisgenoten van de geplaagde studenten, toch…?