Er is nog niet veel bekend over vrije scholen, maar toch is het een school die in tegenstelling tot de meeste scholen met 25% groeit. Ines Scheffer (47) is directrice van de drie vrije scholen in Utrecht waaronder de vrije scholen op de Maliebaan en op het Hieronymusplantsoen. Zij vertelt waarom de vrije school zo groeit en wat de idealen van de vrije school eigenlijk zijn.

De vrije school heeft als school een sterke overtuiging van hoe een school moet werken. Hangt deze overtuiging samen met een bepaalde religie of levensbeschouwing?

Ja die levensbeschouwing is de antroposofie, als je dat betrekt tot school houdt dat in dat de lessen die kinderen krijgen aansluiten bij de levensfase waarin die kinderen zitten. De kleuters (4 tot en met 6 jaar) leren door middel van nabootsing en spelen. Kinderen hebben een magisch bewustzijn dus in de eerste klas (groep drie op een reguliere school) worden veel sprookjes voorgelezen. Dat zijn verhalen die passen bij de levensfase waar ze in zitten. De kinderen kunnen pas echt vanaf groep vier abstract gaan denken, dus dan kunnen wij ook abstracter onderwijs aanbieden. Dat is dus vanuit de antroposofie, Rudolf Steiner heeft het leerplan voor de school geschreven. Dat is geschreven in 1913, daarna heeft het leerplan zich wel erg ontwikkeld. En we gaan ervanuit dat er meer is dan alleen het hier en nu.

De vrije school wordt vaak geassocieerd met een bepaald stereotype mens, de ecologische veganistische geitenwollensokkendrager. Klopt deze stereotypering?

Nee dat was vroeger echt zo, maar de vrije school is juist heel hip geworden. Er komen veel hoogopgeleide ouders die absoluut geen geitenwollensokkendragers zijn. De vrije school is de laatste vijf jaar met 25% gegroeid. Dus dan kan het niet een soort stereotype mens zijn dat hier rondloopt.

Hoe komt het dat de vrije school zo groeit terwijl de meeste scholen juist krimpen?

Je ziet dat mensen steeds bewuster kiezen en dat steeds meer mensen er genoeg van hebben dat hun kinderen alleen maar op cognitieve resultaten worden afgerekend. Zij hebben al lang door dat het leven meer is dan alleen presteren. Je moet ook sociale capaciteiten hebben. Denken, voelen, willen en doen is bij ons heel belangrijk. Zo geven wij ook onderwijs in ambachten zoals breien en timmeren. Het voelen doen we door middel van verhalen en zingen.

Worden de leerlingen van uw vrije school bekend gemaakt met verschillende culturen?

Ja heel veel, we zijn niet bezig met het Nieuwe Testament, omdat dat heel christelijk is, maar we behandelen wel het Oude Testament, omdat dat ook heel belangrijk is in het jodendom en de islam. Ook hebben we het in de lessen over het boeddhisme, de islam en de oude Perzische cultuur.

Waarom behandelen jullie zoveel culturen?

Dat is zodat leerlingen niet zo snel vooroordelen krijgen, want juist omdat die kinderen verschillende verhalen horen vanuit verschillende invalshoeken weet je dat er niet een absolute waarheid is.

Zijn de kinderen in de lessen veel bezig met de actualiteit en het nieuws?

Nee, tenzij een leraar hoort dat een kind ergens mee zit dat het kind van thuis heeft meegekregen over het nieuws. Dan zal de leraar er wel op in gaan en het bespreken in de les.

Waarom niet?

Omdat kinderen de actualiteit van de dag ook al meekrijgen vanuit huis en wij zijn meer met de actualiteit bezig zoals je die nu voor je ziet. Dus we hebben het nu bijvoorbeeld over dat het winter is en dat de bomen kaal zijn. Wij willen niet de kinderen nu al te veel stress en zorgen geven. Het idee is dat je je verbonden voelt met de wereld om je heen. Dat is heel troostrijk ook. En de actualiteit is voor kinderen vaak moeilijk te relativeren. Als er in Parijs een bomaanslag is dan zullen kinderen bang zijn en denken dat het morgen hier gaat gebeuren. Het is niet dat we het voor ze achter houden, maar we gaan het niet extra voor ze voeden, dat krijgen ze toch wel mee. We willen laten zien dat de wereld meer is dan die bomaanslag in Parijs. Overal om ons heen is het nu winter, want dat is ook een werkelijkheid.