De Utrechtse tentoonstelling Caravaggio in het Centraal Museum loopt als een speer. De tentoonstelling onder wie de drie Utrechtse caravaggisten Caravaggio nabootsen, trekt in de eerste vier weken ruim 40 duizend bezoekers. Mathijs Meinderts had de functie om educatief materiaal te leveren. Hij schreef de teksten voor de audiotour en het publiekboekje. Hij schreef dus de vertaalslag van de informatie naar het publiek. Hij vertelt over het grote succes van de tentoonstelling.

Hoe is de tentoonstelling Caravaggio tot stand gekomen?

”Het Centraal Museum heeft van oudsher een omvangrijke collectie van oude meesters, waaronder de Utrechtse caravaggisten. De kunstenaars van de tentoonstelling hebben in Utrecht gewerkt en een enkeling komt oorspronkelijk uit Utrecht. Gerard van Honthorst is hier bijvoorbeeld een van. De aanleiding voor de tentoonstelling is dat we veel Utrechtse caravaggisten in de collectie hebben.”

Wat is er uniek aan deze tentoonstelling?

”De tentoonstelling is uniek omdat de werken van de Utrechtse caravaggisten in hun context worden geplaatst. Je kan dus werken van Caravaggio zelf zien, maar ook van anderen tijdgenoten die net zoals de drie Utrechters geïnspireerd raakten door het werk van Caravaggio. Het laat verder ook zien dat de kunstenaars elkaar weer inspireerde en dat het soms niet alleen Caravaggio is die een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van de Utrechters.”

Wat vindt u van de hoge bezoekersaantallen tot nu toe?

”Dat is natuurlijk waanzinnig! Hetgeen wat ik erg leuk vind is dat mensen heel verrast zijn door de rest van het Centraal Museum. Het is misschien niet het grootste of bekendste museum van Nederland, maar het heeft een mooie collectie. Het is leuk dat je zo’n grote tentoonstelling kan organiseren wat zo’n groot succes is geworden. Verder is het ook leuk dat de tentoonstelling het Centraal Museum bekender maakt.”

De schilders schilderen ongeveer dezelfde taferelen als Caravaggio en proberen hem deels na te bootsen. Waarom denkt u dat dit in de smaak valt?

”De schilders schilderen over dezelfde onderwerpen, maar het leuke is dat zij de onderwerpen net even anders schilderen dan Caravaggio zelf. De schilderijen van Dirk van Baburen hebben bijvoorbeeld iets Hollands. Bij van Baburen zitten er bij een aantal schilderijen ‘Hollandse koppen’ tussen. Ik weet niet per se of de tentoonstelling in de smaak valt, maar ik denk dat het misschien logisch is omdat de kunstenaars uit Nederland kwamen en omdat een groot deel van hun oeuvre in Nederland geschilderd is voor Nederlandse opdrachtgevers.”

Wat betekent de grote populariteit van de tentoonstelling voor de toekomst van het museum?

”Als ik heel eerlijk ben denk ik dat veel mensen op de naam Caravaggio afkomen, maar ik hoor ook dat veel mensen juist verrast zijn door de Utrechtse schilders. Gerard van Honthorst is bijvoorbeeld echt een publieksliefhebber. Ik hoop voor het Centraal Museum dat er nog meer van dit soort tentoonstellingen kunnen komen en dat mensen het museum makkelijker kunnen vinden.”