Het rapport dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) recent naar buiten heeft gebracht heeft de discussie over de milieuzone in Utrecht weer op laten waaien. In het dossier staat dat de vooruitgang in luchtkwaliteit de afgelopen jaren stagneerde. De Telegraaf kopte twee weken geleden al het volgende: Beperkt resultaat door milieuzone, meer maatregelen nodig voor schonere lucht. Maar of de resultaten van het rapport ook echt betekenen dat de milieuzone in Utrecht weinig tot geen effect heeft, blijft nog in het midden.

In het artikel wordt vermeld dat de milieuzone leidt tot een zeer beperkte verbetering van de leefkwaliteit voor Utrechtse burgers. In het rapport staat dat de luchtkwaliteit in 2016 zelfs verslechterde voor stikstofdioxide, fijnstof (PM2,5) en EC (roet).

Zowel de raadsleden van GroenLinks als de gemeente Utrecht beweren dat deze verslechterde luchtkwaliteit te wijten is aan weersomstandigheden als temperatuur, windsnelheid en windrichting, en dat de verslechtering van de luchtkwaliteit dus niet betekent dat de milieuzone geen effect heeft. Raadslid van GroenLinks Thijs Weistra zegt hierover: ‘De interpretatie van de Telegraaf klopt niet. Het RIVM heeft in het rapport gezegd dat de luchtkwaliteit in de afgelopen jaren niet erg verbeterd is. Dit is te wijzen wijten aan meteorologische omstandigheden. Die link met de milieuzone is helemaal fout.’

Maar hoe positief zijn de effecten van deze milieuzone nu daadwerkelijk voor de Utrechtse leefomgeving?

Sinds 2007 bestaat er in het centrum van Utrecht een verbod voor diesel vrachtauto’s die niet voldoen aan de Emissienorm IV. In 2015 werd dit verbod uitgebreid naar diesel personen- en bestelauto’s gebouwd van vóór 2001. De milieuzone wordt gehandhaafd in het gebied binnen de singels en een deel van het Jaarbeursterrein, en betreft ongeveer 400 straten. Dagelijks rijden in dit deel van de stad zo’n 5.000 personen- en bestelauto’s  en wekelijks zo’n 2.000 vrachtauto’s. De hele stad telde in 2015 3.500 personen- en bestelauto’s die niet aan de norm van de milieuzone voldeden, waarvan 250 in de binnenstad. Eigenaren van deze auto’s in de binnenstad mochten met hun auto het centrum niet meer niet in en konden deze tegen een vergoeding van gemiddeld € 1.400 inleveren. De afspraken van de zone worden gehandhaafd door middel van het beboeten van automobilisten.

Sinds de zone is ingevoerd vliegen er argumenten over en weer tussen voorstanders en sceptici. Naar aanleiding van het RIVM rapport laaide de discussie weer op, maar of de milieuzone daadwerkelijk geen zin heeft bleef nog onduidelijk. Hoe kan men eigenlijk bepalen wat de positieve effecten van een milieuzone zijn? ‘Dit is heel goed te bepalen op basis van berekeningen,’ vertelt hoogleraar aan de Universiteit Utrecht Maarten Krol. ‘De luchtkwaliteit in een stad of straat wordt namelijk bepaald door de achtergrond; de gassen van buiten de stad en de lokale bijdrage. Als je minder vieze auto’s de stad in laat, gaat de lokale bijdrage naar beneden. De achtergrond kun je daarmee helaas niet beïnvloeden. Er wordt gezegd dat deze gassen van buitenaf 92 procent van het totaal bedragen, maar dit verschilt per gas.’

Ook Krol noemt de meteorologische omstandigheden als grote invloed van de luchtkwaliteit: ‘De achtergrond hangt weer heel erg sterk samen met het weer. In een jaar met veel stabiele hoge-druk-gebieden, zijn er veel episodes met luchtverontreiniging, zoals de afgelopen dagen. Wind uit het zuiden tot oosten kan ook vervuiling vanuit België en Duitsland aanvoeren.’ Maar wat levert de milieuzone nu daadwerkelijk op? ‘Er is geen twijfel aan de (geringe en theoretische) verbetering van de luchtkwaliteit als je vervuilende voertuigen uit een stad weert,’ aldus Krol.

Kortom, landelijk beleid moet er komen, daar is eenieder het mee eens, maar tot die tijd wil GroenLinks er nog alles aan doen om vanuit de gemeente zelf de luchtkwaliteit proberen te verbeteren. ‘Natuurlijk moet er landelijk en Europees beleid komen op dit gebied. Maar ik zou het ook graag willen omdraaien: juist omdat de landelijke en Europese machten hier weinig tijd in steken, zijn wij in Utrecht verplicht om te doen wat we kunnen om gezondheid van de inwoners te garanderen. Met de milieuzone kunnen we met een relatief beperkte ingreep, toch veel betekenen.’

Ook Krol vindt dat de milieuzone in ieder geval moet blijven in Utrecht: ‘Ik denk dat het weer toelaten van deze voertuigen juist een raar signaal zou afgeven: de lucht is viezer, dus de vuile auto’s mogen weer de stad in.’

Op dit moment zijn er al afspraken gemaakt over de toekomst en hiermee de uitbreiding van lokale maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Bestelbusjes mogen bijvoorbeeld vanaf 2025 geen uitlaatgassen meer produceren in de binnenstad en over tien jaar wil Utrecht alle bussen elektrisch laten rijden. Weistra, die zelf in de binnenstad woont zegt hierover: ‘De maatregelen steunen op een groot draagvlak, dat merk ik vooral bij medebewoners. De mensen willen een gezonde lucht voor hun kinderen, en vinden het goed dat we ons beleid verder willen doorvoeren.’