UTRECHT – Roberto Gelato, de meest bekende ijssalon van Utrecht, is nu sinds een maand weer open. Vaak staat er een rij voor de salon. Laatst was die zo lang dat Roberto Coletti, mede-eigenaar van de ijssalon, loten uit ging delen aan de driehonderd wachtenden mensen die zo kans konden maken op een liter ijs. Ondanks dat ze nu net een maand weer open zijn, zijn ze heel het jaar druk bezig geweest.

“Mensen denken vaak dat we in het winterseizoen niks doen, maar dat is niet zo’’, zegt Roberto. “Ons beroep is bijna hetzelfde als een zanger. Een zanger die concerten geeft die doet in de tussentijd ook niet niks. Die oefent keihard om een goed concert te zingen. Dat doen wij ook. In de winter gaan we door met het maken van ijs. We proberen nieuwe smaken en technieken. We bereiden ons voor op het concert dat gaan komen, het zomerseizoen.’’

“Als ondernemer ben je meestal – hoop ik – gepassioneerd over wat je doet. Ik houd mensen en van ijs maken. Deze ijssalon is echt de plek waar ik van houd.’’ Roberto vertelt dat hij twintig jaar in loondienst heeft gewerkt. “Toen was mijn enige zorg of ik wel op tijd in en uit klokte. Nu is mijn zorg of ik de mensen wel blij maak.’’ Roberto wil altijd met iedereen een klein praatje maken. “Als het druk is kunnen we niet sneller werken, want dan gaat dat praatje verloren. We willen iedereen aandacht geven en blij maken. Ik ben echt gek op mijn klanten. Ze zijn net zo gestoord als ik.”

Roberto met zijn geliefde ijsmachine
Puck Wagemaker / SvJ

 

“Een ondernemer moet creatief zijn. Je moet anders dan anderen zijn om op te vallen. Ik maak van nadelen voordelen en sta open voor ideeën, deel deze en ga ernaar opzoek.’’ Wat bij Roberto leidt tot grenzeloze ideeën waar hij altijd voor honderd procent achter staat. “Dat maakt mij creatief.’’ In Nederland kan en mag alles volgens Roberto. Nederlanders zijn niet zo traditioneel en conservatief als de Italianen. “Hier ben ik vrij in alle smaken die ik wil maken. Ik heb een keer tranenijs en een keer bloedijs gemaakt. In Italië zouden ze daar gelijk aangifte tegen doen. Hier wilt juist iedereen graag een hapje proeven.”

Roberto schat dat hij inmiddels al zo’n vijfhonderd smaken gemaakt. Van frikandelijs tot aan pistache. “Ik heb geen favoriete smaak, maar chocola en amarena vind ik toch wel een van de lekkerste. Daar eet ik iedere dag een bolletje van.’’ De nieuwste smaak die eraan komt is chrunchy speculaas. “Het is nu nog wat kouder, dus speculaas in het ijs kan nog net. Dan moeten we het er nu ook maar van nemen.’’ Roberto heeft het ook nog over een nieuw idee: geluksijs. “Ik wil geluk verkopen en met het geld wil ik iets goeds doen voor de maatschappij. Wat weet ik nog niet en ik moet het ook nog wat verder uitwerken, maar ooit komt het er en daar ga ik zeker iets goed mee doen.’’

Het uitgangspunt van de ijssalon is dat er niet altijd gedacht moet worden aan geld verdienen, maar dat er ook gedacht moet worden aan hoe hun energie en vermogen in de maatschappij geïnvesteerd kan worden. “Ik wil mijn bekendheid gebruiken om iets goeds te doen.’’