'Aan een tentoonstelling had ik nooit gedacht,’ vertelt Sahin Yildirim. Sahin is schrijver van onder andere het boek Een halve eeuw in Nederland, en initiatiefnemer van de reizende tentoonstelling 50 jaar Marokkaanse migratie in Nederland. Deze heeft van 5 tot 28 december zijn tijdelijke plek gevonden in het stadhuis in Utrecht.

Hoe heeft u de tentoonstelling kunnen ontwikkelen?

Aan een tentoonstelling had ik nooit gedacht, maar na al die interviews na mijn eerste boek werd ik benaderd door een vriendin. Zij sprak toen over een foto-expositie. Hiernaast werd ik ook benaderd door een documentairemaker en hebben we literatuuravonden georganiseerd. Na mijn boek over de Marokkaanse gastarbeiders besloot ik het plan van een foto-expositie daadwerkelijk te ontwikkelen. Deze tentoonstelling gaf de gastarbeiders het gevoel; “We zijn niet vergeten.” We hebben tot nu toe veel waardering, respect en erkenning ontvangen.

Met wie heeft u dit uiteindelijk ontwikkeld?

We hebben dit als Atlas Cultureel Centrum ontwikkeld, een groep met een aantal tweede generatie kinderen van gastarbeiders. De samenwerking verloopt erg goed, we hebben hiernaast ook een comité opgericht.  

U bent een schrijver, wat spoorde u aan om over deze onderwerpen te schrijven?

Ik heb zelf in 2009 Communicatie en Media gestudeerd. Later heb ik ook mijn master aan de VU gedaan. Het was altijd een droom van mij om een boek te schrijven. Op een dag sprak ik mijn oom en kwam ik erachter dat ik zelf een migrantenkind bleek te zijn. Mijn oom vertelde me verschillende verhalen over hem als Turkse migrant, over bijvoorbeeld zijn taalproblemen, de huisarts en de non-verbale communicaties. Ik besloot daar toen tijdens mijn studie een verhaal over te schrijven en stuurde die naar de krant. Toen mijn verhaal werd gepubliceerd kreeg ik veel positieve reacties en aandacht. Uiteindelijk heb ik 105 Turkse gastarbeiders gesproken. Ik merkte dat ik geen eenzijdig beeld wilde en besloot toen ook Nederlanders die in aanraking waren geweest met de Turkse gastarbeiders te interviewen. Uit al deze gesprekken kwam mijn boek 50 jaar, 50 verhalen, bestaande uit verhalen van 25 Turkse gastarbeiders en 25 Nederlanders.

 Wat zijn de kernpunten van de boeken die u geschreven heeft?

Migratie, dit speelt altijd mee. Ik houd ook erg van die term. Wat in mijn boeken ook erg naar voren komt is dat er altijd een verbinding is met mijn eigen verhaal, de verbinding met familie. Ook is geschiedenis een kernpunt, ik ben altijd een grote liefhebber geweest van geschiedenis. Tot slot ook het verdiepen in de andere cultuur.

 Ja, over andere cultuur gesproken. U heeft ook over de Marokkaanse gastarbeiders geschreven. Hoe is u dat afgegaan?

Ik zag het als een uitdaging om als Nederlandse Turk over de Marokkaanse gastarbeiders te schrijven. Na mijn boek over de Turkse gastarbeiders kreeg ik veel vragen over de Marokkaanse migranten. Ik ben toen naar Marokko gegaan om me daar in hun cultuur te verdiepen. Hier in Nederland ben ik ook bij veel oude gastarbeiders op bezoek geweest, en leerde veel over hun cultuur. Ik ben bijvoorbeeld echt opgevoed volgens de Nederlandse cultuur, ik hou mijn schoenen binnen vaak gewoon nog aan. Bij de Marokkaanse gezinnen doe je je schoenen uit, is het belangrijk dat je meteen je ouders groet en dat je altijd op tijd bent voor het eten. Ik wil niet zeggen dat dit bij alle Marokkaanse gezinnen zo gaat, want tussen de generaties zijn er grote verschillen, die zijn niet met elkaar te vergelijken.

 Bent u van plan meer boeken te schrijven? En weer over soortgelijke onderwerpen of gaat u zich op een andere boeg wagen?

Ik ben sowieso van plan meer boeken te schrijven. Ik heb ook al plannen voor mijn nieuwe boek. Deze gaat over de komende 50 jaar, de derde en vierde generatie en wat voor veranderingen er plaats vinden. Ik wil me gaan richten op de toekomst. We deelden een gezamenlijk verleden en zullen ook een gezamenlijke toekomst aangaan, als multiculturele samenleving, wat ik overigens een prachtig begrip vind.

 Wat maakt de tentoonstelling anders dan uw boek Een halve eeuw in Nederland?

We hebben van die 50 verhalen nu 50 foto’s hangen. Ook hebben we landelijk spullen verzameld van de gastarbeiders. Denk hierbij aan een houten koffer en een glazen fles van een fabriekswerker.

 Welk publiek wilt u hiermee trekken?

We willen een zo breed mogelijk publiek trekken. Om deze reden zijn we toen in Gouda in een cultuurhuis gaan zitten en in Den Haag zelfs in de bibliotheek.

 Het is een reizende tentoonstelling, zijn er nog plannen voor andere plekken?

Jazeker, het staat vast dat we naar Arnhem gaan, ook gaan we hoogstwaarschijnlijk naar Amsterdam en Rotterdam. Onze plannen gaan bovendien ook de internationale kant op, want we willen ook naar Brussel en Marokko. In Marokko dan de steden als Rabat en Casablanca, maar ook drie noordelijke steden zoals Nador en Al Hoceima, waar 85 procent van de Marokkaanse gastarbeiders vandaan komen.

 Hoe loopt de tentoonstelling tot nu toe?

Er is veel publiek, in Den Haag en Gouda was de fototentoonstelling helemaal geslaagd. Tijdens de openingen komen er veel mensen. Men toont veel interesse. We ontvangen ook groepen van minimaal 12 personen gedurende fototentoonstelling. Zo komen er bijvoorbeeld veel mensen van maatschappelijke organisaties, moskeeën en kerken langs.

 Is er diversiteit in het publiek dat eropaf komt?

Jazeker, we nemen vaak de aanmeldingen door en zien dan dat er naast Marokkanen ook bijvoorbeeld Surinamers en Polen zich aanmelden. Vaak oriënteren zij zich op wat zij dan voor hun doelgroep kunnen doen. Dit komt natuurlijk omdat het ook heel actueel is.

Tot slot, vindt u dat de Nederlandse bevolking momenteel genoeg op de hoogte is van het gastarbeidersverleden?

De nieuwe generatie is niet genoeg op de hoogte, ik ben er dan ook van overtuigd dat er meer aandacht naartoe moet gaan. In het nieuws staan er veel negatieve verhalen terwijl er erg veel succesvolle migranten bestaan. Wat belangrijk is, is dat we ons nu focussen op onze gezamenlijke toekomst en daar moeten wij allemaal aan bijdragen.