Cinema is gebaseerd op het Amerikaanse toneelstuk ‘The Flick’, geschreven door Annie Baker. De toneeltekst is bekroond met een Pulitzer Prize en een Obie Award. Het stuk is naar het Nederlands vertaald door Ariane Schluter en wordt geregisseerd door Jeroen De Man. Het is een coproductie van toneelgroep Oostpool en het nationale theater en is 3 dagen te zien geweest in Theater Kikker. Het toneelstuk gaat over 3 jonge mensen die werken in een oude bioscoop.

Een grote groep mensen staat al te wachten totdat de deuren van de zaal opengaan. Eenmaal binnen is de set van het theaterstuk te zien. Het ziet er een beetje sneu uit, een aftandse bioscoopzaal met vieze stoelen en overal popcorn. Nadat iedereen is gaan zitten begint het stuk toepasselijk met een film. ‘Het einde van Casablanca’ wordt geprojecteerd tegen de bioscoopstoelen aan. Dit geeft een vreemd effect, alsof het publiek (van het toneelstuk) vanuit het filmscherm naar de bioscoopzaal kijkt. Wanneer het filmfragment ten einde komt lopen 2 werknemers van de ‘bioscoop’ naar binnen. De jongens beginnen met het opvegen van de popcorn. Voor Avery (Emmanuel Ohene Boafo), een van de werknemers, is dit de eerste werkdag. Sam (Mark Kraan), de andere werknemer, legt hem alles uit over het opvegen van de popcorn en het opdweilen van gemorste frisdrank. De ongemakkelijkheid aan het begin van hun relatie straalt af op het publiek. Het is nog erg onduidelijk waar dit contact toe gaat leiden. Zij leren elkaar echter, al popcorn vegend, kennen. Avery is een student en blijkt een gepassioneerde filmliefhebber te zijn. De reden dat hij  in deze bioscoop wil werken is dan ook de ouderwetse 35mm-filmprojector die zij nog steeds gebruiken. Sam is 35 jaar oud en woont nog thuis. Hij houdt erg van films en discussie na discussie volgt. Als toeschouwer ga je vanzelf met ze meedenken. ‘‘Noem één goeie Amerikaanse film die in de afgelopen 15 jaar gemaakt is’’, vraagt Avery. Veel namen van regisseurs en films komen langs. De filmliefhebbers in het publiek kunnen hier erg van genieten, soms hoor je iemand die zachtjes met de acteurs op het podium meepraat.

Na elke scène wordt het donker in de zaal. De acteurs hebben kort de tijd om alle popcorn die zij hebben opgeveegd omver te gooien, zodat zij dit in de volgende scène weer kunnen opruimen. Het publiek lacht iedere keer dat dit gebeurt. Na enkele tijd komt er een nieuw personage op het podium. Haar naam is Roos (Eva Laurenssen). Zij werkt ook in de bioscoop en bedient de projector. Het moment dat zij op het podium staat verandert de energie. Roos is stoer en erg aanwezig. Er wordt gelachen om bijna alles wat zij zegt en doet. De jongens lijken eerst een beetje geïntimideerd door haar te zijn, met name Sam. Avery en Roos kunnen het al snel goed met elkaar vinden. Ze heeft echter wel een probleem met Sam, dat is duidelijk te zien. Waarom precies, is nog niet duidelijk.

Terwijl het stuk doorgaat ontwikkelt de vriendschap tussen de drie mensen zich steeds meer. Ze stellen zich steeds kwetsbaarder op naar elkaar en er is een diepere laag in hun karakters te zien. Ook al bespreken de personages soms erg heftige onderwerpen met elkaar, het toneelstuk blijft er luchtig over. In alles blijft de humor aanwezig.  

Richting het einde van het toneelstuk is de kwetsbaarheid van de personages nog duidelijker te zien. Ook hun minder goede eigenschappen worden zichtbaar, wat maakt dat de personages als levensecht ervaren worden. Dit maakt ze dan ook zo herkenbaar. Het verhaal zou ervaren kunnen worden als alledaags, er gebeurt niet iets spectaculairs; de essentie zit voornamelijk in de onderlinge verhoudingen tussen de personages. Nadat het stuk geëindigd is hangt er een interessante sfeer. Het gevoel dat dit stuk achterlaat levert stof tot nadenken op.