Het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN) heeft afgelopen 23 december een dialoogbijeenkomst georganiseerd om radicalisering bij jongeren in Utrecht te signaleren. De bijeenkomst, met als thema ‘Mijn rol als opvoeder bij het signaleren van radicalisering,’ vond plaats in Buurthuis de Boog in Utrecht. Ongeveer veertig islamitische vaders uit de buurt Overvecht kwamen die avond rond 19.00 uur samen om zich te laten informeren over dit onderwerp.

Dit is niet de eerste bijeenkomst die door het SMN georganiseerd werd. De stichting is al jaren actief om radicaliseren bij jongeren in Utrecht tegen te gaan. Deze bijeenkomst valt onder hun programma ‘Weerbaar tegen jihadistische radicalisering,’ dat sinds november 2015 uitgevoerd wordt. De stichting doelt op het tot stand brengen van een positieve en proactieve beweging. Hiermee hopen zij het onderwerp radicalisering uit de taboesfeer te halen en meer weerbaarheid te creëren om radicalisering verder tegen te gaan.

Driss Kaamouchi leidde de afgelopen dialoogbijeenkomst. Hij is al jaren betrokken bij het signaleren van radicalisering, onder andere bij het SMN. Door middel van een PowerPointpresentatie werden de aanwezige vaders geïnformeerd. Hij legde uit wat radicalisering is en wat het proces hiervan inhoudt, welke cijfers hierover bekend zijn en wat de relatie hiermee is tot de wijk. Hij probeerde ook handvaten te bieden aan de ouders door een lijst af te gaan van dreigende factoren van radicalisering bij jongeren. Het uitreizen en terugkeren van jongeren in Utrecht werd ook aangekaart en is volgens Kaamouchi een probleem dat niet vergeten moet worden.

Kaamouchi probeerde met zijn presentatie niet alleen te informeren, maar ook een gesprek met de aanwezige vaders te starten over het onderwerp, dat in de Marokkaanse gemeenschap nog in een taboesfeer leeft. De belangrijkste vraag die hij stelde was volgens hem: “Wat kunnen wij voor elkaar betekenen in het kader van preventie?” Hij legde uit dat het spreken over dit soort onderwerpen essentieel is om radicalisering te kunnen herkennen en te voorkomen. Kaamouchi benadrukte in zijn presentatie dat een proactieve houding dient aangenomen te worden. “Ga het gesprek aan, stel vragen, geef signalen aan de gemeente en heb zelfkritiek. Val niet in de slachtofferrol.”

Vragen en opmerkingen als “Hoe kan je die ‘onbereikbare hangjongeren’ het beste benaderen om een gesprek aan te knopen?” en “Uitreizen is de schuld van de regering, zij geven onze kinderen die vrijheid middels een paspoort,” kwamen tijdens de dialoogbijeenkomst naar voren. Kaamouchi legde uit dat het scheppen van vertrouwen en het positief benaderen van jongeren essentieel is om vervreemding en afstand te voorkomen. Hij schetste hierbij ook een beeld van de jongeren die opgroeien in een zowel Nederlandse als Marokkaanse cultuur en wat de valkuilen daarvan kunnen zijn. Opnieuw benadrukte Kaamouchi dat ouders niet de alleen naar anderen moeten wijzen, maar ook zelf in actie moeten komen wanneer zij niet tevreden zijn. “Blijf niet alleen klagen, maar ga met mensen om de tafel. Als opvoeder heb je ook een taak, wat ga jij doen aan deze situatie?”

Aan het eind van de bijeenkomst werd verteld welke personen en instanties er te benaderen zijn voor hulp en vragen binnen dit onderwerp. Zo werd ook de ‘SMN Hulplijn Radicalisering’ genoemd. Deze telefonische hulplijn kan worden gebruikt wanneer ouders, verzorgers of familieleden zich zorgen maken over hun kind, dat mogelijk aan het radicaliseren is. Dit onafhankelijke initiatief is er ook ter ondersteuning en advies voor moskeeën, gemeenten en andere instellingen. Nadat er meer dan drie uur over dit onderwerp gesproken werd, sluitte Kaamouchi zijn presentatie af. Dit was de laatste bijeenkomst van het 2018. Volgens Mohammed Boudlal, een van de organisatoren van de bijeenkomsten, is er veel animo voor een volgende bijeenkomst. “Dit onderwerp raakt ons allemaal en blijft gesprekken aanwakkeren. Sommige onderdelen van de presentatie zijn niet eens aan bod gekomen. De bijeenkomst duurde langer dan gepland, maar dat is een goed teken.”