Plantaardig eten heeft de toekomst, dat kun je goed zien aan de enorme drukte op VeggieWorld. Vooral de standjes met nep-kaas zijn populair; tientallen mensen wringen langs elkaar om een stukje te bemachtigen. Er is feta, camembert, mozzarella, maar ook smeerkaas en parmezaan. Vaak op basis van kokosolie of cashewnoten. Creatief, door het oog niet van echt te onderscheiden en het smaakt bijna hetzelfde als 'echte' kaas. Maar het belangrijkste: het is veganistisch, en dus beter voor dier en milieu.

Inmiddels kennen we waarschijnlijk allemaal wel iemand die vegetarisch eet. Misschien eet je zelf al wat minder vlees, of zelfs helemaal niks meer. Veganisme gaat nog net een stapje verder. Als veganist eet je namelijk helemaal geen dierlijke producten, dus ook geen kaas, melk of eieren. Daarnaast koop je ook geen andere producten waar dieren voor gebruikt zijn, zoals leren schoenen, bont of cosmetica dat op dieren is getest. Afgelopen weekend vond VeggieWorld plaats in de Jaarbeurs: een internationale veganistische beurs die eerder al heeft plaatsgevonden in steden als Berlijn, Parijs en Zürich.

Op de bezoekers is geen pijl te trekken, er loopt van alles rond. En het zijn er veel: duizenden mensen reisden af naar de Jaarbeurs, nieuwsgierig naar het fenomeen veganisme. Volgens Veerle, oprichter van ProVeg, een belangrijke partner van VeggieWorld, was dit vroeger wel anders. “Toen ik zelf nog studeerde was er een klein veganistisch festival in de hal van de universiteit van Amsterdam, waar zo’n 500 mensen aanwezig waren. Naar schatting lopen op VeggieWorld zo’n 8000 mensen rond. Ons einddoel is een vegan wereld. We werken er concreet naartoe om voor 2040 een halvering in de consumptie van dierlijke producten teweeg te brengen. Vóór het eind van deze eeuw denken wij ons doel bereikt te hebben: een volledig veganistische wereld. Maar het liefst zie ik het natuurlijk nog binnen mijn eigen leven gebeuren.”

Maar ja, helemaal stoppen met het consumeren van dierlijke producten: het is niet zomaar wat. Op de beurs wordt wel duidelijk dat veel mensen deze levensstijl al volgen en zich hier voor inzetten. Voor Veerle, bezoeker van VeggieWorld, was de keuze niet moeilijk. “Ik eet al zo’n 6 jaar vegetarisch, waarvan 2 jaar compleet vegan. Mijn ogen zijn echt geopend na het kijken van de documentaire Cowspiracy. Na het zien van deze beelden ben ik van de ene op de andere dag compleet veganistisch gaan eten. En daar ben ik best trots op.”

Veganisme gaat hand in hand met duurzaamheid. Er zijn dan ook veel standjes die zich, naast natuurlijk 100 procent veganistisch te zijn, hard inzetten voor het milieu. Zo ook het merk ‘Pretty Eco’. Hun producten zijn op zijn minst opvallend te noemen: ze produceren notitieboekjes gemaakt van olifantenpoep. Esmay Verschuren, oprichter van Pretty Eco, begon een aantal jaar geleden met het verzorgen van olifanten in nood uit Sri Lanka. Hier ontdekte ze dat het mogelijk is om papier te maken van hun uitwerpselen. Ongeveer de helft van het papier bestaat uit olifantenpoep, de andere helft uit gerecycled rijstpapier. 10 procent van de winst gaat naar de olifanten in nood toe. “Maar het papier ruikt niet naar uitwerpselen hoor!” verzekert Mario Natelli, medewerker van Pretty Eco, ons lachend. “De poep wordt zo’n zes uur gekookt, waardoor er geen bacteriën meer in zitten.”

Een paar standjes verder staan Jill en Mijs achter een rijkelijk versierd tafeltje. Ze zijn niet te missen: het standje is volgehangen met tassen met de tekst ‘Ik dop mijn eigen boontjes’. Dit slaat op de vleesvervangers van het merk BOON, gemaakt van, je raadt het nooit: bonen. “Vaak worden voor vleesvervangers soja gebruikt en dit moet geïmporteerd worden. Onze bonen worden verbouwd bij boeren die uit de buurt komen. Onze burgers zijn dus lekker én goed voor het milieu!”

Vragen over dit artikel? Mail dan naar utrechtoostsvj@gmail.com