Wie kent het niet? Je komt de bus in en zoekt het liefst een plekje waar nog niemand zit. En bij de volgende haltes denk je: please, kom niet naast mij zitten! Je wilt een plek waar je ongestoord op je telefoon kan kijken en muziek kan luisteren. Zelf ben ik precies zoals alle andere busreizigers. Ik ga helemaal achterin zitten, hopend dat er zo min mogelijk mensen instappen, zodat ook ik alleen blijf zitten.

Waar is de gezelligheid gebleven in de bus? De spontane gesprekken? De liefdes en vriendschappen die ontstaan in de bus? In elke bus is het doodstil. Zonde als je het mij vraagt. Als je naar foto’s en films van vroeger kijkt, waren mensen gezellig aan het kletsen. En als er nu toch iemand naast je komt zitten (shit), vertikken we het om een gesprek aan te gaan. Zoveel mogelijk afstand, oortjes in en verder met ons eigen ding. Terwijl de bus de perfecte plek is om mensen te ontmoeten, verhalen aan te horen en te vertellen.

De zin ‘we hebben elkaar in de bus ontmoet’ zal over een paar jaar uitgestorven zijn. Enkel op internet, school en in de club leer je mensen kennen. De busgesprekken zijn totaal verdwenen. En dat vergeten ouderen soms nog wel eens. Als er een ouder iemand de bus instapt, hoop je maar dat die niet naast jou komt zitten. Maar dan toch. Toch komt er een oudere vrouw naast jou zitten. ‘Ja mijn hondje is al een tijdje ziek. En Annemarie komt bijna nooit meer langs.’ ‘Oh, vervelend mevrouw.’ Dan bid je tot God dat het gesprek daar stopt. Maar nee, de vrouw ratelt maar door. Over de boodschappen, haar familie, bloemen, het weer. Het is duidelijk dat de vrouw haar ei kwijt moet. Hoezo vinden we dat tegenwoordig zo vervelend? Meestal doe je toch niks anders dan muziek luisteren, Netflix kijken of je sociale mediakanalen checken. Laten we met z’n allen weer een beetje socialer worden. Een gesprek met een vreemde kan bijzondere verhalen opleveren en er kan zelfs liefde of vriendschap ontstaan.

En dan hoor ik mezelf, na enige aarzeling, geanimeerd met deze mevrouw praten. Ze blijkt uit een buurt van mijn stad te komen, die ik niet ken. Nooit geweest daar, maar door haar verhaal over haar hondje leer ik haar een beetje kennen en kom ik een beetje in haar buurt. Ik leer haar man kennen en word er bijna verdrietig van als ze vertelt dat hij nog maar net is overleden. Ze heeft behoefte aan een praatje, ze is eenzaam. Ze vindt het fijn dat ik even naar haar luister. Het kost me weinig moeite en ik merk dat ik het leuk vind dat ze gedurende het gesprek zienderogen vrolijker wordt. Als we bijna bij haar halte zijn, geeft ze me een kneepje in mijn arm en een knipoog: ‘Je bent een lieverd hoor.’ Ze stapt uit, draait zich nog een keer om en ik zwaai haar na als de bus wegrijdt. Ik kijk nog wat dromerig naar buiten. En de rest van de busreis blijft mijn telefoon in mijn jaszak.