Wanneer en in hoeverre zijn wij autonoom in hoe wij leven? Vaak vinden we het vanzelfsprekend dat we autonoom beslissingen nemen en een door onszelf bepaald leven leiden. We denken dat een leven waar we belangrijke beslissingen tegen onze wil in moeten nemen niet geslaagd kan zijn. Toch bepalen we veel dingen in ons leven niet zelf. De discussie rond wat een autonoom leven is, roept bij veel mensen veel vragen op. Proffesor Beate Rössler doet onderzoek naar autonomie en probeert in het Filosofisch Cafe antwoorden op te geven op die vragen.

Het is een zonnige dinsdagavond. Een van de eerste goede dagen van het jaar. Het is bijna acht uur maar nog relatief warm en dat weerspiegelt  zich in de overvolle terrassen in de stad. Het voelt alsof de zomer langzaam begint door te breken en de hoop stijgt dat we misschien eindelijk afscheid mogen nemen van het natte voorseizoen. En met mij wellicht vele anderen, want de stad lijkt erop uitgetrokken. Maar ondanks het goede weer is het terras bij Cafe Hofman bijna leeg. Waar de rest van de stad zich naar buiten heeft bewogen is het bij Cafe Hofman binnen overvol. Niet zo gek, want hier vindt namelijk het derde Filosofisch Café van dit seizoen plaats.

Het is dringen om naar binnen te komen en ik geef de hoop om een drankje te halen al meteen op als ik zie dat, door de grote hoeveelheid mensen, een pad naar de bar ontbreekt. Mensen staan schouder aan schouder. Ruimte om van plek te veranderen is er niet. Dus mensen kletsen wat met hun naasten of kijken verwachtingsvol naar de beamer, die boven het podium van het Café is opgehangen.

Het Filosofisch Café wordt een paar keer per jaar georganiseerd door het Studium Generale van de Universiteit Utrecht. In het café beklimmen filosofen het podium om te vertellen over de aannames en argumenten die schuilgaan achter de realiteit van alledag. Het doel; het leren bevragen van wat vanzelfsprekend lijkt. Vandaag is filosoof professor dr. Beate Rössler te gast. Als zij het podium beklimt, daalt de stilte in de daarvoor nog zo rumoerige zaal.

Rössler is sinds 2009 hoogleraar ‘ethiek en geschiedenis’ aan de Universiteit van Amsterdam en doet daar onderzoek naar autonomie en privacy. Haar onderzoek focust zich op het ethische belang van privacy en theorieën over autonomie. In 2017 publiceerde ze het boek ‘Autonomie’, dat lovend werd ontvangen. Het centrale thema van de avond is dan ook niet geheel onverwachts; autonoom leven.

Autonomie is het zelf bepalen welke keuzes we maken. Waar je woont, met wie je trouwt of wat je eet. Met die keuzes geven we betekenis aan ons leven. Rössler opent haar college met waarom zei anatomie zo interessant vindt. Namelijk, dat het onderwerp iedereen betreft. “Autonomie klinkt heel abstract, maar iedereen heeft er mee te maken. Iedereen denkt erover na.” Ze wilde weten waarom er zoveel spanning te zien is tussen een niet autonoom leven en een wel autonoom leven en weten waarom het voor ons altijd zo problematisch is om autonoom te zijn. Als Rössler spreekt is het stil in de zaal. Het enige geluid, Dat klinkt, komt van wat mobiele telefoons die foto’s maken. Waarop Rössler geestig reageert door aan het publiek te vragen dit niet te doen. “Het voelt dan een beetje als een concert.” Het publiek lacht. Rössler lacht. En dat zet wel de ontspannen toon voor de rest van de avond ondanks de ernst van het onderwerp.

In de lezing verteld Rössler dat er volgens haar twee redenen zijn die ons belemmeren in het autonoom leven. Ten eerste, dat we vast zitten in onze relaties tot anderen. We zijn te gefocust op wat anderen vinden en stemmen ons gedrag hierop af. De tweede reden is volgens haar, dat we vaak ook niet eens weten wat we willen, hoe erg we dat willen en dus hoe veel we daarin willen investeren. Ze legt uit; “We denken allemaal dat we autonoom zijn, en toch lijkt ons daarbij altijd iets in de weg te zitten. Regels, relaties, verplichtingen. Alsof je pas autonoom bent als je je van alles en iedereen hebt losgemaakt.” Volgens haar zit daar de denkfout wat betreft het denken over autonoom leven en berust het misverstand zich op het idee dat autonomie een soort abstract begrip is dat we nooit kunnen bereiken. “We denken aan het beeld van de lonesome cowboy die alles zelf besluit en daarbij geen rekening hoeft te houden met anderen.” Ze laat een korte stilte vallen. In het publiek klinkt wat gefluister. Of het gaat over de inhoud van de lezing of dat het moment van stilte gewoonweg de mogelijk geeft wat aan een ander te zeggen, is mij onduidelijk, maar lang duurt het gemurmel niet, want de professor gaat weer verder waarmee de stilte in het publiek wederkeert.

Het tweede misverstand over autonomie zit hem volgens haar in het idee dat autonomie kennelijk niet zo belangrijk is. Ze ligt toe; “Als we dat ideaal van de lonesome cowboy niet halen, denken we al snel: zie je wel, we kunnen niet zelf beslissen. Maar dat klopt niet, we hebben gewoon een verkeerd idee van autonomie.” Rössler verklaart dat deze gedachte haar motivatie was om haar boek te schrijven. Ze wILDE laten zien dat je ook in het dagelijks leven met al zijn ingewikkelde afwegingen wel degelijk autonome beslissingen kunt nemen. “Dat autonomie bínnen relaties tot stand komt, maakt het begrip helemaal niet minder belangrijk en fundamenteel.”

Gedurende het uur waarin Beate Rössler aan het woord is, is het publiek geboeid. Ook de professor zelf leek zich te vermaken. Aangezien ze bleef doorpraten, al zat ze al over haar tijd heen. Tien minuten na tijd, liet ze uiteindelijk het publiek naar huis gaan met de woorden; “Als je wacht tot autonomie tot je komt is dat tevergeefs. AutonOmie is een taak waaraan we moeten werken.”  Dat was het einde van haar lezing. En nadat ze vriendelijk het publiek bedankte, liep ze onder luid applaus het podium af.

Na een uur van concentratie brak de discussie los in Café Hofman. Hoewel Rössler zelf niet toegankelijk was voor vragen, leefde het onderwerp verder onder het publiek. En nam ik mijn autonome beslissing om na een leuke avond, een stukje rijker aan kennis naar huis te gaan. Tot het volgende filosofisch cafe.