Jamiro Sol, student Musician 3.0 aan Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, begon vijf jaar geleden aan zijn studie. In die tijd richtte hij zich niet alleen op het maken van muziek, maar werd ook een stuk bewuster van zijn toekomst en de manier waarop hij kan leven van zijn muziek.

“Toen ik begon aan mijn studie, was het niet alleen mijn doel om geld te verdienen met mijn muziek, maar vooral om goed genoeg te worden als muzikant. Het gevolg daarvan zou zijn dat ik met muziek mijn geld zou kunnen verdienen. Geld is niet het doel, maar ik ben niet voor 12.000 euro muziek gaan studeren om vervolgens postbode te worden. Mede door de investering en de groei die ik heb doorgemaakt verwacht ik dus wel van mijn muziek te kunnen leven. Op wat voor manier weet ik nog niet, maar ik heb het vertrouwen dat ik sowieso ergens in een tak van muziek geld ga verdienen. Je bent als muzikant afhankelijk van andere mensen als je financieel succes wil behalen. Muziek is entertainment. Als er geen interesse is voor je muziek krijg je geen contracten, geen optredens en verkoop je geen songs. Je bent afhankelijk van de mening van anderen. Soms is dat best lastig. Er zijn wat bandcontests en muzikantenbeurzen, maar voor zover ik weet is er geen programma om jonge muzikanten verder te helpen. Vanuit een gesubsidieerd programma bijvoorbeeld.

Jezelf naar binnen werken bij een poppodium zonder boeker of gelikte promo video’s is haast onmogelijk. Je moet vaak al enigszins ”established” zijn voordat er je een podium wordt verleend. Het vinden van muzikanten, het regelen van optredens, het verspreiden van je muziek; het is allemaal een beetje behelpen. Maar ik verwacht ook niet dat het je zo allemaal in de schoot geworpen wordt. Als je op wilt vallen zal je het hardste moeten werken en het meest van jezelf moeten laten horen.

Ik denk dat Nederland een van de lastigste landen is om als muzikant je draai te vinden. Het is enerzijds heel klein, maar dat maakt het ook veel moeilijker om er tussenuit te springen. Er zijn weinig poppodia en minder inwoners dan in andere landen. Daar komt ook bij dat Nederlanders heel erg kritisch en vaak een beetje verwend zijn. De muzikanten zijn, voor zover ik heb meegemaakt, vaak ook een tikkeltje arrogant. In Duitsland waar ik muziek studeerde lagen de kansen en podiums voor het oprapen. Evenals de muzikanten. Iedereen had zin om lekker te spelen, te toeren, muziek te maken en door te breken. Hier hoor ik al gauw “Leg je bedrijfsplan maar op tafel” en als iemand niet binnen de eerste twee maanden wat aan je kan verdienen moet je een ander gaan zoeken. Daarom heeft Duitsland momenteel wel mijn voorkeur.

Er is uiteraard ook een verschil in muziekgenres en de daarbij horende salarissen . Hoe commerciëler en toegankelijker de muziek, hoe meer luisteraars. Hoe meer luisteraars, hoe meer geld. Daarom zijn er veel muzikanten die enerzijds hun eigen stijl muziek maken, en daarnaast in dienst van een label commerciële liedjes voor andere artiesten schrijven. Dat verdient beter.

Het conservatorium is vaak een graadmeter voor hoe goed je medespelers zijn. Tuurlijk past niet elke muzikant goed in je band, maar het conservatorium heeft wel een bepaalde ondergrens als het aankomt op vaardigheden. Al moet ik zeggen dat ik voor mijn gevoel op de opleiding in Duitsland in 3 jaar meer had kunnen leren dan in de 5 jaar op het conservatorium in Nederland. Mijn studie heeft mij veel geleerd, maar vooral veel dingen waarvan ik nu denk “Ja, waarschijnlijk kan ik het wel maar ik heb er nu verder weinig aan”. Nu ben ik 6 jaar studie verder en heb ik nog steeds niet het idee dat ik ver genoeg ben om zo de markt op te gaan. Ik denk niet dat er genoeg kansen zijn op de arbeidsmarkt voor afgestudeerd conservatorium muzikanten. Je kunt muziekles gaan geven, en dat is het enige. Verder moet je het zelf uitzoeken. Een bandje vinden en dan doorbreken. Dat is eigenlijk altijd het stappenplan.

Tijdens de studie heb ik niet genoeg geleerd over de zakelijke kant van muzikant zijn. Het was beroerd. Er is vanuit de studenten meerdere malen gevraagd om extra colleges of gastdocenten, maar dat is er eigenlijk nooit van gekomen. Er waren twee gastdocenten die hebben verteld over subsidieaanvragen voor grote kunstprojecten. Dat was het wel zo’n beetje. Geen colleges over Spotify, YouTube, publishers, programmeurs of hoe je jezelf als muzikant moet profileren in de grote boze wereld. Dit komt misschien vooral omdat meer dan 90% van mijn medestudenten niet in dezelfde muziekhoek actief is. Ik ben singer songwriter, maar ook dj. Als je geen liedjes schrijft is de gebruikelijke Spotify en YouTube kant van de business minder relevant.

Ik had graag een duidelijke uitleg over de structuur van de muziekmarkt gehad. Wat doet een boeker, wat doet een publisher, wat doen labels of hoe werken poppodia? Wie doet wat en waarom? Ik noem maar: ik heb thuis een album in elkaar gezet, inclusief artwork. Hoe krijg ik dit album op Spotify?

Voor alle aankomende muziekstudenten heb ik een advies: wees je heel bewust van wat je wilt gaan leren. Als je weet wat je wilt worden, een popmuzikant of een songwriter: oefen nog even verder en probeer dan het Conservatorium van Amsterdam of de Rockacademie. Wil je breed muzikaal uitgedaagd worden en veel experimenteren: ga naar Musician 3.0 aan het Conservatorium in Utrecht.”