Afgelopen december werd Nederland opgeschrikt door hevige sneeuwbuien. Binnen de kortste keren lag er een dik pak sneeuw op de straten en dus werd de weg al snel onbegaanbaar. De gemeente Utrecht handelde adequaat door te gaan strooien op de wegen, maar is volgens de GroenLinks-fractie in de Provinciale Staten nalatig geweest, met name op fietspaden en busbanen.

Fietsers moesten door sneeuwbanken rijden om op het gemeentelijke fietspad te komen. Ook was het moeilijk om op vanaf het fietspad op de gewone rijbaan te komen. In sommige gedeeltes van Utrecht werd de sneeuw zelfs vanaf de weg naar op de fietsbanen geschoven, wat zorgde voor een gevaarlijke situatie. De bushaltes waren daarnaast in veel gevallen niet goed vrijgemaakt van sneeuw, wat ervoor zorgde dat ook de bus moeilijk begaanbaar was.

Thijs Weistra, raadslid van GroenLinks, stuit het tegen de borst: ‘de fiets en openbaar vervoer moeten een volwaardig alternatief worden voor de auto, maar juist voor deze verkeersdeelnemers was de weg slecht begaanbaar. Ik vind dat zorgwekkend, omdat mensen nu eerder de auto zullen pakken in het vervolg.’ GroenLinks heeft deze knelpunten aangedragen bij het College van Gedeputeerde staten, met de vraag hoe ze deze punten in het vervolg willen voorkomen. Daarnaast wil de partij ook weten of de fiets en het openbaar vervoer niet dezelfde aandacht verdienen als de autowegen.

Los van de knelpunten over het sneeuwvrij maken van de wegen, is het volgens GroenLinks ook niet duidelijk genoeg welke op welke route er nou wel of niet gestrooid wordt. De hoofdfietsroutes binnen Utrecht lopen voornamelijk door parken, maar die worden niet gestrooid. Op andere plekken eindigen stukken van deze hoofdfietsroute die gestrooid zijn plotseling in spekgladde wegen, omdat deze wel nog zijn bedekt met sneeuw en ijs. Zelfs op heel drukke schoolroutes.

Volgens de Utrechtse Janny Bijlen is het allemaal niet zo’n probleem: ‘Het hoort nu eenmaal bij dit weer dat het overal wat gladder wordt. Je moet gewoon goed oppassen wanneer je de weg opgaat, voor je het weet is het weer weg.’