Juni, de maand van lange avonden, laatste loodjes, stokbrood met eiersalade in de buitenlucht, én de maand waarin ook de állerlaatste aspirant studenten horen of ze welkom zijn binnen de muren van een schoolgebouw naar keuze. Echter gaat het beginnen aan een studie niet zelden gepaard met het beginnen aan een nieuwe stad, wat ons brengt bij het onontkoombare keuringsfenomeen: de hospiteeravond. Het jachtseizoen is geopend. Mails uitsturen tot je vingers bloeden. Coulance kennen we niet. Wees de leukste. Nu.

Een keus heb je niet. Het is óf je storten in de wereld van leukdoenerij en smeekbedes, óf elke dag trouw de trein pakken van je geboortedorp naar je studentenstad en vice versa. Dan weet ik het wel. Ik heb inderdaad een jaar geleden voor optie één gekozen en kreeg een halfjaar later – met een licht gekrenkt zelfbeeld – de sleutel overhandigd van een fijn huisje in de Vogelenbuurt. Toch zijn er zat medelotgenoten die nog steeds heen en weer pendelen of teren op slaapplekken bij vrienden omdat het vinden van een kamer in de Domstad nog steeds niet heeft mogen baten. En hier komen na de zomer weer duizendtallen nieuwe kamerbehoevenden bij. Wanneer ik zelf door mijn facebook scroll – vanuit de luxepositie vanaf mijn Utrechtse bank – krijg ik inmiddels om de haverklap berichten voorgeschoteld van mensen die zich aanbieden zonder verdere eisen te stellen.

Studentenhuisvesting is haast een sport geworden. Een wedstrijd tussen facades waarbij enkel de eerste plaats wat voorstelt en kwalificatie een zegen is en geen garantie. Geen wonder dat de tactieken en spelregels van deze sport gedocumenteerd staan in de vorm van youtube-filmpjes onder de zinspreuk ‘hospiteren kun je leren’. Ervaringsdeskundigen die met louter goede intenties vertellen hoe je de beste versie van jezelf kunt zijn. En dan heb ik het over tientallen filmpjes met duizenden views elk. Zelf heb ik de filmpjes nooit een kans gegeven. Wellicht hadden ze me één van de twaalf avonden kunnen besparen, ik weet het niet. In ieder geval geloof ik dat een goede hospiteervoorbereiding een mythe is. Zo heb je net besloten om vanavond het verhaal te vertellen over die ene keer in de dierentuin toen je per ongeluk op een aap ging zitten – en ineens wordt de vraag voorgeschoteld welk soort koekje je zou zijn als je zou moeten kiezen. Ai, hier was je niet op voorbereid. Snel, wees grappig. Een mariakaakje? Nee dan zullen ze me saai vinden. Een Jodenkoek? Doe normaal. Een stroopwafel? Nee die zooi gaat tussen je tanden zitten. Tijd is om! ”Ehhh een kletskopje ha ha” stamel je uit en je beseft dondersgoed dat dit antwoord lang niet zo leuk is als dat van je joviale, vijf jaar oudere, coole buurman die ‘likkoekje’ zei. Daar ga je, je kunt het schudden.
Zo weer de trein in, terug in de neerwaardse spiraal, op weg naar het ouderlijk front om morgen hetzelfde eind weer af te leggen. Maar eerst volgens vast protocol het Whatsappje afwachten: ”Hoi! Je bent het helaas niet geworden maar we wensen je veel succes bij het vinden van een kamer! Liefs van ons.”