Op het eerste gezicht lijkt het een bibliotheek, zoals er zoveel zijn, maar zodra de klok 15.00 uur slaat op dinsdagmiddag 30 oktober verandert een deel van de bibliotheek in een Taalcafé. Het is een plek waar anderstalige Utrechters en vrijwilligers met elkaar in gesprek kunnen gaan om de Nederlandse taal beter onder de knie te krijgen. Vrijwilligers en deelnemers gaan elke week met kleine groepjes mensen in gesprek om te praten over bijvoorbeeld familie, sport of hobby’s.

Een rustige sfeer heerst in de Bibliotheek bij de wijk Kanaleneiland. Een paar mensen zijn aan het studeren, een paar lezen een boek en een groepje verzameld zich in de hoek van de bibliotheek. Zij komen allemaal voor een doel: de Nederlandse taal goed leren spreken en schrijven. In het Taalcafé wordt er onderscheidt gemaakt tussen mensen. Deelnemers die al vaker zijn langs geweest zitten bij elkaar en alle nieuwe mensen worden bij elkaar geplaatst.

Samira (24) zit apart met een persoonlijke begeleider. Ze kan niet goed Nederlands, maar wil het wel graag leren. Haar vriendin leert ook Nederlands en kan al zinnen maken. Bij haar begeleidster geeft ze aan dat het haar leuk lijkt als zij dat ook kan. Een boek en een schrift worden erbij gepakt om de juiste uitleg te geven. Haar begeleidster pakt het schrift en schrijft de werkwoordsvorm van ‘gaat’ op: ga, gaat en gaan. Vervolgens wordt er een zin voor haar bedacht waarbij Samira moet aangeven welk woord het beste in de zin past. “Oke Samira, ik … morgen naar school”, vertelt haar begeleidster. “uhh…gaan?”, zegt ze. Ze heeft het helaas niet goed waarna nog een uitgebreide uitleg volgt over werkwoordspelling. Na veel hakkelen, zit er niet echt schot in de zaak. Haar begeleidster moet mededelen dat het niet makkelijk is om dat uit te leggen: “Samira, ik denk dat dit nog een stap te ver is voor je. Het is misschien beter als we verder gaan waar we gebleven zijn.”

Verderop in de bibliotheek zijn er ook mensen bezig met het ontwikkelen van de taal. Iedereen krijgt een sticker op de borst geplakt. Op die manier kan iedereen elkaars naam onthouden en leren uitspreken. De nieuwe deelnemers zijn in een kleine groep gezet met een vrijwilliger. De vrijwilliger leidt het gesprek en helpt mensen als ze niet uit hun woorden komen.

Liza (21) komt uit China en is sinds kort in Nederland komen wonen. Zij begint te praten met Rolien. Rolien is een vrijwilliger en vraagt waar ze vandaan komt en of ze al een klein beetje Nederlands kan. Zinnen verstaan lukt haar, maar zelf spreken is nog lastig. Gelukkig kan Liza ook goed Engels, maar in die taal wordt nauwelijks gesproken tijdens de bijeenkomst. Rolien vraagt hoe lang ze al in Nederland is en het antwoord dat ze geeft moet dan wel in een hele zin worden gegeven. Liza denkt goed na over wat ze moet zeggen: “Een jaar geleden ik ben naar Nederland gekomen.” Rolien vertelt dat ze de juiste woorden gebruikt, maar niet in de goede volgorde. Vervolgens geeft Rolien haar de juiste zin: “Ik ben een jaar geleden naar Nederland gekomen.”

Mohammed en Sarah zijn al vaker naar het Taalcafé gekomen en nemen plaats aan een tafel. Marleen is ook een begeleider en vertelt ze dat ze even een gesprek met elkaar moeten hebben en wat dingen kunnen lezen die op tafel liggen. Marleen moet nog wat zaken in orde maken en komt daarna helpen. Mohammed en Sarah praten niet heel lang met elkaar, want Marleen is al snel klaar met haar werk. “We gaan een spel spelen. Kennen jullie het spel kwartet?”, zegt Marleen. De deelnemers kijken haar vragend aan, want ze hebben nog nooit van dit spel gehoord. Marleen geeft een vlotte speluitleg waarna ze van start gaan met het kwartetspel. De taalvaardigheid van Mohammed en Sara gaat zichtbaar vooruit. Het spel is een mooie stap in de goede richting.

Het Taalcafé is elke dinsdag in de Bibliotheek in de wijk Kanaleneiland tussen 15.00 en 17.00 uur. Niet alleen bij Kanaleneiland kunnen deelnemers terecht, maar ook op andere plekken in Utrecht staan vrijwilligers klaar om hun kennis over te brengen. Kijk voor meer informatie op taaldoetmeer.nl