UTRECHT- De groei van de ledenaantallen van jongeren partijen staat stil. Niet veel meer jongeren dan vroeger besluiten om lid te worden van een politieke jongeren partij. Rik dekker is wel lid van een jongeren partij, de Jonge Socialisten. "Het is leuk om actief te zijn binnen de Jonge Socialisten, het is een energieke club met haar eigen draai."

Rik Dekker is voorzitter van de Jonge Socilisten afdeling in Utrecht. Naast voorzitter is Rik ook fractievoorzitter van de gemeenteraad in Lopik en is hij werkzaam als beleidsmedewerker bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Rik is per toeval de politiek ingerold, en doet dit tot op de dag van vandaag nog steeds met veel passie en plezier.

Hoe ben jij in aanraking gekomen met de politiek?

“Dat is een heel lang verhaal. Toen ik zeventien was zag ik een advertentie in de krant staan, dat ze bezig waren om een jongeren raad op te zetten in mijn woonplaats Lopik. En daar heb ik me voor aangemeld, dat is uiteindelijk niets meer geworden. Maar omdat ik me had aangemeld ben ik een keer uitgenodigd om mee te lopen met de wethouder. En van daaruit ben ik steeds verder de politiek ingerold.”

 Hoe is het om als jongere actief te zijn binnen de politiek?

“Heel leuk maar soms een beetje frustrerend. Het is heel leuk, voor mij is het ook een hobby waar je veel lol in kan hebben en waar je heel veel mooie dingen mee kan doen. Maar soms is het ook frustrerend omdat je soms een verschil ziet tussen de aanpak die jongeren willen en de aanpak die de oudere politici liever zien.”

Je bent lid van de Jonge Socialisten, vanwaar de keuze voor deze partij?

“Ik ben lid geworden van de PvdA en daar kwam eigenlijk automatisch bijna voor niets het lidmaatschap van de JS bij, dus daarom ben ik lid geworden. En toen ben ik benaderd met de vraag of ik een keer langs wilde komen voor een borrel, en daarna ben ik er langzaam ingerold. Je zit dan toch wel dat de JS een iets energiekere club is die toch wel haar eigen draai heeft, dat is ook een van de redenen waarom ik actief ben geworden.”

Je bent ook voorzitter, wat voor extra taken en verantwoordelijkheden horen hierbij?

“Daar hoort natuurlijk bij dat je de leiding hebt, en dat je het bestuur moet coördineren zodat de afdeling een beetje draait. Ik moet er ook voor zorgen dat er activiteiten zijn en dat er contact is met de PvdA afdeling en de fractie in de gemeenteraad, en dat dit contact wordt onderhouden.”

Welke standpunten van de partij vind jij het belangrijkste?

“Een van de standpunten die ik belangrijk vind is bestaanszekerheid, bijvoorbeeld op het gebied van werk dat je niet elke keer een half contractje krijgt voor een bepaalde tijd en dat je daarna weer onzeker bent. Dus contractzekerheid vind ik belangrijk, dat je niet na een jaar of twee jaar alweer weg moet.”

Sta je achter alle standpunten van de partij?

“Nee, dat kan ook bijna niet. Standpunten worden natuurlijk bepaalt door een grote groep, daar wordt over gestemd en gediscussieerd. En soms is de uitkomst van de discussie niet helemaal zoals je zou willen. Daardoor sta je niet altijd even goed achter alle standpunten. Een standpunt waar ik bijvoorbeeld niet achter sta is het standpunt van de JS over het koningshuis. De JS heeft vorig jaar gestemd dat zij niet is voor het behouden van het koningshuis is, en daar ben ik het niet mee eens ik vind dat afschaffing niet nodig is.”

 Wat zijn jouw ambities voor de toekomst op politiek gebied?

“Dat ga ik nog wel zien, ik ben op dit moment JS-voorzitter en fractievoorzitter van de PvdA in de gemeenteraad van Lopik. En ik ben dit jaar voor het eerst aan het werk na mijn studie. Dus ik zie wel wat de toekomst brengt. Eventueel doorgroeien binnen de PvdA zou zeker leuk zijn. Maar we gaan het zien.”

 Waar moet het toekomstige kabinet volgens jouw aandacht aan gaan besteden?

“Honderdduizend dingen. Ik denk dat het vooral belangrijk is om naar duurzaamheid te kijken en naar bestaanszekerheid. Meer vaste contracten en zekerheid over je inkomen, woning en werk. Duurzaamheid vind ik belangrijk voor de bestaanszekerheid van onze toekomst en die van ons nageslacht.”

 Stel je zou de bevoegdheid hebben om een wet aan te passen of in te voeren, wat zou je dan veranderen of invoeren en waarom?

“Dat is een goede vraag, honderdduizend dingen. Er zijn altijd wel kleine dingen die je wilt veranderen. Maar ik denk dat ik dan de socialezekerheidswetten zou veranderen, dus de bijstandswet, WAO en de WIA. En dan op een manier dat er meer vertrouwen komt in de mensen die het nodig hebben. Er is namelijk nu nogal wat wantrouwen, zoals controles, herkeuringen en continue controles of je nog aan alle voorwaarden voldoet. Ik zou er dan voor willen zorgen dat er wat meer rust komt voor de mensen die gebruik maken van deze voorzieningen. En dat er wat meer vertrouwen in wordt gegeven.”

En op lokaal gebied?

“Op lokaal gebied zou ik in Utrecht de tweedelingen beter willen aanpakken. Je ziet namelijk duidelijk onderscheid in de stad tussen verschillende wijken. Hier wordt wel al veel aan gedaan maar dit is eigenlijk niet genoeg. De verdeling van de maatschappelijke lasten tussen wijken zou in Utrecht wel beter kunnen.”