UTRECHT – Het is een beeld van contrasten. De gelovige volwassene tegenover de kritische student Journalistiek, in gesprek over het geloof. Zijn de verschillen echt zo groot?

Uiteindelijk valt het reuze mee. Beiden zijn individuen met een eigen visie op het leven, maar de essentie van het geloof verschilt niet zo enorm veel van de denkbeelden van een ongelovig persoon. Er is ruimte voor discussie en het bespreken van leefwijzen. Hoe is het om als gelovige te leven in een land waar de jongeren de kerk massaal verlaten en het geloof steeds minder nadrukkelijk aanwezig lijkt te zijn? Dat is een van de vragen die interesse bij mij wekte om met Martijn van Houwelingen (34) in gesprek te gaan, evenals zijn werk als studentenbegeleider bij Stumass.

Bij Stumass begeleidt Van Houwelingen studenten met autisme in hun weg naar volwassenheid. Er wordt geholpen met de studie, het wonen en het sociale contact. Wat betekent de moeizame relatie tussen studenten met autisme en het geloof voor de vrijgemaakt gereformeerde Van Houwelingen en hoe kijkt hij aan tegen de uitdagingen die dit met zich meebrengt?

Jongeren met autisme hebben moeite met het aangaan van persoonlijke relaties, zo ook met God. Hoe ervaar jij dit bij je werk als begeleider?
‘’Ik denk dat het erg lastig voor ze is. Ze kijken namelijk heel exact, iets is zo of iets is niet zo. Het geloof blijft een kwestie van gevoel en interpretatie. De studenten weten allemaal wel dat ik gelovig ben. Ze houden er ook rekening mee, maar in principe begrijpen ze er niets van. Ik vind het zelf ook wel fijn, er ontstaan soms ook harde discussies door.’’

Waar gaan die discussies dan over?
‘’Uiteindelijk gaan de discussies altijd over ‘het leven’. Voor mij is het ook interessant om te kijken hoe zij het zien, en daar kan je ook inspiratie door opdoen. Ik vind het goed als mensen kritisch zijn. Het houdt mij ook scherp, omdat ik na moet gaan denken over de manier waarop ik zelf geloof. Er zijn zoveel argumenten aan te dragen waarom het geloof wetenschappelijk gezien niet zou kunnen. Daar word je heel bewust van als je met de studenten discussieert. Die hebben vaak ook heel veel feitenkennis, zelfs over de Bijbel waar ze zelf niet in geloven. Eigenlijk verbazen ze zich er vooral over dat er mensen zijn die geloven en er zulke bizarre ideeën erop nahouden.’’

Hoe probeer je het geloof in je werk te uiten?
‘’Het is natuurlijk niet de bedoeling dat ik de studenten met mijn geloof op ga zadelen. Dat is niet mijn taak, ik ben er om de studenten te helpen. Op het werk bid ik voor het eten, en ik praat met mijn collega’s over het geloof. Verder kan ik mijn eigen geloof goed los zien van mijn rol als begeleider. Als een student vloekt heb ik hier geen problemen mee en accepteer ik dit. Pas als mij wordt gevraagd hoe ik er vanuit gelovig oogpunt naar kijk zal ik daarover mijn mening geven.’’

Is de keuze voor je werk wellicht ook gebaseerd op gelovige principes?
‘’Uiteindelijk heb ik er denk ik zelf voor gekozen omdat het mij erg aanspreekt. Ieder beroep kan je op een christelijke manier invullen. Bij mijn werk is het heel belangrijk dat je de mensen met wie je omgaat ziet zoals ze zijn. Ze zijn allemaal geliefde kinderen van God, dit geeft ook een open houding om de ander te respecteren. Dat is een basishouding die ik vanuit mijn christelijk geloof misschien heb meegekregen, maar een ander kan die ook hebben. Ik denk dat de keuze voor dit werk niet bewust vanuit gelovig oogpunt is gemaakt, maar de invulling van mijn werk is wel bewust vanuit mijn geloof bepaald, zonder dat het verplichtend is.’’

Wat zijn de kenmerken van de gereformeerd vrijgemaakte kerk, hoe uit die zich?
‘’Het behoort tot de protestante stroming. Ik denk dat het voor ongelovigen een vrij zwaar gelovige kerk is. Niet in de zin dat we hoedjes of rokken moeten dragen, maar meer in de zin dat we de Bijbel vrij letterlijk nemen. Dat is al zo sinds mijn opvoeding, mijn vader was dominee en ik heb op een vrijgemaakt gereformeerde basisschool én middelbare school gezeten. Ik ben dus vrij beschermd opgevoed. Hierdoor bestaat ook een groot deel van mijn netwerk uit mensen uit de kerk. Het is geen hele grote gemeenschap, we zijn altijd een dikke minderheid geweest. Ik ga in principe nog elke zondag naar de kerk. Voor mijn geloof zou het goed zijn als ik elke dag uit de Bijbel lees en bid, maar ik kan me daar de laatste tijd niet meer goed toe zetten.’’

Waar komt dit door?
‘’Ik ervaar wat minder het idee dat het echt iets voor mij is. Ik ben me steeds meer in de wereld gaan begeven, meer mensen gaan ontmoeten die eigenlijk prima mensen zijn maar in strijd staan met het geloof. Ik vraag me weleens af of het niet allemaal schijn is, of we niet wíllen geloven en ons ergens aan willen vastklampen. Het komt op mij op dit moment heel nep over. Ik twijfel ook aan het hele idee van een God. Ik ben voor mezelf aan het zoeken hoe ik het geloof echt en levend kan maken, maar ik heb dat nog niet echt gevonden.’’

Denk je dat de twijfels die je nu ervaart een fase is, of dat je nu op een keerpunt zit waarbij je moet kiezen hoe je wilt geloven voor de rest van je leven?
‘’Ik denk beiden. Ik ben altijd op een bepaalde manier opgevoed, maar nu kom je op een punt dat je zelf kinderen hebt en dat je het geloof moet gaan doorgeven. Dan ga ik nadenken waar ik zelf echt achter sta en wat ik over wil dragen. Ik zie het bij mensen van mijn leeftijd wel meer, je moet keuzes gaan maken in de opvoeding van je kinderen. Tot nu toe gaan mijn kinderen mee naar de kerk, lezen we ze voor uit de Kinderbijbel en gaan ze naar vrijgemaakt gereformeerde scholen. Die keuzes zijn wel gemaakt toen ik nog minder twijfels had bij het geloof. Ik zal daar straks meer over moeten nadenken en een bewuste afweging moeten maken.’’

Heeft je werk hier een rol in gespeeld?

‘’Je gaat wel kritisch nadenken, zoals ik al zei. Uiteindelijk is voor mij de voornaamste waarde die ik altijd wil uitdragen naastenliefde. Je moet de ander even lief hebben als jezelf. Persoonlijk vul ik dat in met openheid en eerlijkheid.’’