COLUMN- Iets wat je in Nederland standaard leert en waar je mee wordt opgevoed is, natuurlijk, fietsen. Van kleins af aan begin je hier al mee. Eerst met zijwieltjes, daarna zonder en in groep zeven krijgen we zelfs nog een fietsexamen. Waar je menig kind het meest blij mee kan maken is een nieuwe fiets voor zijn verjaardag. En dit geldt denk ik ook voor volwassenen.

Wat fietsen zo heerlijk maakt is de vrijheid die het je geeft. Je sjeest er zo mee weg en gaat er mee naartoe waar je maar wilt, tot vlak voor de deur. Dit in tegenstelling tot het openbaar vervoer waar je altijd op moet wachten en waar de haltes soms wel erg ver lopen van de eindbestemming zijn. Je kan je fiets praktisch overal neerzetten, je kan er dag en nacht mee weg en je hoeft er geen 9292 bij te pakken.

Dolgelukkig was ik, toen ik na een paar maanden ‘bussen’ een prachtige nieuwe fiets naast mijn huis in Utrecht had staan. Alleen was dit geluk van korte duur. Na een maand verdween de fiets als sneeuw voor de zon. Tot mijn grote verdriet was mijn stalen ros gestolen. Oké, ik heb het de dief wel een beetje makkelijk gemaakt. Iedereen heeft waarschijnlijk wel een extra hangslot aan zijn fiets hangen, zo ook ik. En ik gebruikte hem altijd braaf. Totdat ik op dag 30 vergat het extra slot te gebruiken. De volgende ochtend liep ik vrolijk naar buiten, keek naar m’n vaste ‘parkeerplek’ en weg was mijn fiets! Binnen 12 uur. Eigenlijk niet eens zo vreemd als je bedenkt dat Utrecht, na Delft en Enschede, de derde stad van Nederland is waar de meeste aangiften van fietsdiefstal gedaan worden.

Ik wil bij deze alle Utrechters waarschuwen dat zelfs één nacht je extra slot vergeten je fataal kan worden. Zorg dus goed voor jezelf, zet je fiets goed op dubbel slot en wees dankbaar voor de vrijheid die je fiets je geeft want voor je het weet is hij weg.

Oh, daar komt de bus, ik moet rennen!