Tienduizenden leerkrachten in het basisonderwijs staakten afgelopen dinsdag. Op die manier protesteerden ze tegen de te lage salarissen en te hoge werkdruk in het basisonderwijs. Ook in Utrecht waren de meeste basisscholen dinsdag gesloten. Gilbert Schyns, ruim 40 jaar ervaring in het onderwijs en leerkracht van Daltonschool Rijnsweerd, bleef ook thuis. Hij vertelt over de reden waarom hij staakte en zijn baan als meester.

Waarom hebt u besloten om afgelopen dinsdag te staken?
Ik ben het alleen eens met de klachten over het salaris, niet met de klachten over een te hoge werkdruk. Als je het nieuws volgt, dan hoor je mensen klagen in het onderwijs. Mensen klagen te veel en er heerst een klaagcultuur, van ‘wat zijn we zielig’. Er is geen sprake van een te hoge werkdruk, want dat doen mensen zelf. Mensen leggen zichzelf die druk op. Maar we krijgen wel slecht betaald. We doen veel te veel werk waar we niet of slecht voor betaald worden, we zijn bijvoorbeeld buiten schooltijd nog veel te lang aan het werken. Als ons salaris hoger wordt, gaat die ‘klaagcultuur’ weg en kun je net als in het bedrijfsleven zeggen dat je daarvoor betaald wordt.  Dan willen er waarschijnlijk  meer hoger opgeleide mensen het onderwijs in. Daarnaast zou de gevoelde werkdruk verholpen kunnen worden door middel van cursussen over administratie, want veel mensen kunnen dat niet. Ik staak vooral voor de toekomst, niet voor mezelf.

'Ik staak vooral voor de toekomst, niet voor mezelf'

Arie Slob is de nieuwe minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs. Heeft hij al gereageerd op de staking?
Dat weet ik niet, want ondanks dat ik dinsdag niet op school was, ben ik thuis wel de hele dag met m’n werk bezig geweest. Ik weet wel dat het kabinet 430 miljoen euro gaat uittrekken om de werkdruk in het onderwijs te verlagen, maar dat gebeurt pas over een paar jaar. Dan krijg je misschien één kind minder in de klas of meer handen in de klas. Dat heeft absoluut geen zin, want er zijn al te weinig gekwalificeerde mensen die les kunnen geven. De regering heeft nu de uitgelezen kans om voor een kentering in het onderwijs te zorgen door het imago van de leraar te verbeteren. Als dat niet gebeurt, is dat een kans voor open doel missen. Dan is er over een paar jaar een excessief tekort aan mensen die in het basisonderwijs kunnen werken.

Hoe komt het dan dat er steeds minder mensen de opleiding tot leraar in het basisonderwijs doen?
Het onderwijs is zwaar, want je moet 30 kinderen lesgeven, monitoren, helpen. Je moet van iedereen alles weten en dat is niet eenvoudig. Daarnaast moet je leuke lessen geven, en de motivatie van de kinderen op peil houden. Bovendien moet je het zelf ook leuk blijven vinden. Kinderen zijn wisselend van stemming en werkopvatting, seizoenen spelen een rol, gebeurtenissen waar je geen vat op hebt. Je werkt de hele dag met levende have. Ik moet 30 kinderen managen, en mezelf, en collega’s. Dat kost veel energie. Je moet steeds de juiste sfeer creëren. Veel factoren kunnen er voor zorgen dat je niet lekker in je vel zit; dus de baan is gewoon zwaar. Dat is ten dele de schuld van de politiek. Veel jongeren kiezen voor een baan in het bedrijfsleven met beter salaris en betere arbeidsvoorwaarden, een auto en laptop van de zaak. Onderwijs is een prachtige uitdagende baan. Dat moet uitgestraald worden!

Wat moet de politiek dan veranderen, zodat er weer meer mensen de Pabo gaan doen?
Zij moeten arbeidsomstandigheden creëren die er voor zorgen dat meer mensen de opleiding tot leraar in het basisonderwijs willen doen. Dus: meer salaris. De politiek moet de chaos en klachten vóór zijn. We moeten nu alles zelf betalen, maar de arbeidsomstandigheden moeten gewoon zoals in het bedrijfsleven worden. We zouden bijvoorbeeld gewoon een laptop van school moeten krijgen. Men roept dat wij mee moeten doen met de top van Europa, maar de regering doet er niks aan qua inkomen. Men wil wel vooraan lopen, maar wil er geen geld aan uitgeven.

'Men wil wel vooraan lopen, maar wil er geen geld aan uitgeven'

Zijn er in het verleden vaker stakingen geweest in het basisonderwijs?
In 1983 was er een staking, en toen moesten we uiteindelijk inleveren qua salaris, omdat er geen geld was in verband met de crisis. In 1995 kregen we zestien extra vrije dagen, zodat de werkdruk lager werd. Daardoor kwamen er invalkrachten, maar na een tijdje moesten leraren elkaar gaan vervangen. Jaren later verdwenen die zestien vrije dagen gewoon in het taakbeleid en daar hebben we geen cent voor teruggekregen. Verder heeft minister Ritzen destijd het verschil in salariëring laten onderzoeken tussen onderwijsgevenden en vergelijkbaar opgeleide ambtenaren. De uitslag was schokkend: Ambtenaren verdienden 10% meer. Maar er werd niets mee gedaan, omdat er weer geen geld voor was. Eigenlijk is het imago van het onderwijs altijd al slecht geweest. Het beeld van onderwijsgevenden is te laag en om dat op te lossen is een flinke salarisverhoging nodig. Mensen werken veel en veel harder dan pakweg 10 à 15 jaar geleden.

Maar zijn jullie door de jaren heen dan niet meer gaan verdienen, ondanks dat jullie harder werken?
In het basisonderwijs kunnen we nauwelijks promotie maken. Voor het geld hoef je het niet te doen. Mijn lijfspreuk is dan ook: ‘Ik heb geen carrière, maar ik heb een leven’. We zijn wel meer gaan verdienen, maar dat was met de inflatie mee. We zijn veel harder gaan werken, maar die salarisverhoging stond niet in verhouding tot hoeveel harder we zijn gaan werken. Je hebt heel veel indrukken in het onderwijs, daardoor heb je sneller het gevoel dat je overbelast bent. De laatste jaren voor je pensioen is het echt een kwestie van doorzetten.

Wat verwacht u dat er gebeurt als minister Slob nu geen actie onderneemt?
Ik ben benieuwd, ik weet het niet. Leraren hebben gezegd dat ze een week willen gaan staken als er na deze staking niks gebeurt, maar dat kan de onderwijsbond niet betalen. Misschien dat ze drie dagen gaan staken, in plaats van een week. Maar ik hoop dat minister Slob met een plan komt. Er moeten beloftes komen, bijvoorbeeld ‘nu de helft van de salariseisen inwilligen en over vier jaar zijn jullie de eersten om de rest aan te vullen’. Onze eis is dat we even veel gaan verdienen als de leraren in het voortgezet onderwijs, maar daar wil de huidige regering nu geen geld voor uit trekken. Sander Dekker heeft, toen hij staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap was, gezegd dat leraren in het voortgezet onderwijs harder werken dan leraren in het basisonderwijs. Dat is denigrerend. Daarnaast moet de regering ons salaris gelijktrekken met dat van ambtenaren die even hoog zijn opgeleid als wij. Het onderwijs is en blijft een afvalbakje, en door het geklaag van onderwijsmensen toe te laten, blijft dat zo. Minister Slob moet nu meteen gaan bouwen aan het imago van het onderwijs. Eigenlijk moeten we door middel van propaganda, bijvoorbeeld via filmpjes, laten zien dat het een fantastisch beroep is, want ik geniet iedere dag van mijn werk met leergierige kinderen!