Begin dit jaar hebben veel predikanten, voorgangers en anderen van de orthodox-protestantse kerk in Nederland de Nashville verklaring ondertekend. De verklaring komt oorspronkelijk uit Amerika, maar is nu ook overgewaaid naar Nederland. In de verklaring staat onder andere dat homoseksuele relaties en huwelijken niet toegestaan zijn.

Ook fractieleider Kees van der Staaij van de SGP heeft de verklaring ondertekend. Vanaf dat moment stonden de media en heel Nederland op zijn kop. Hoe is dit nog steeds mogelijk anno 2019, vragen veel mensen zich af. Liefde kies je niet, liefde is een gevoel.

Han is dj bij onder andere Van Roze Hand en heeft wekelijks de column ‘door een roze bril’ op radio 5 in het programma van Tineke de Nooij. Ze woont in Utrecht met haar vrouw Anne en wil graag dat de wereld een stukje harmonieuzer wordt. Dat homoseksualiteit ook gaat behoren tot de ‘normale’ norm. Ze vindt dat de Nashvilleverklaring laat zien dat we nog lang niet zo ver zijn.

De Nashvilleverklaring
“Het eerste wat ik hoorde over de Nashvilleverklaring was: “Kees van der Staaij heeft de Nashville-verklaring ondertekend.” Bam. Je weet van Nashville dat het conservatief is, maar dat het hier ook zo onderschreven wordt, daar ben je even niet op voorbereid. Het voelde een beetje gemengd. Aan de ene kant ben ik zo klaar met het gevecht. ‘Doe lekker, ik leef wel.’ Maar dat kan natuurlijk niet. Ik moet ook normaal kunnen leven en kunnen zeggen wat ik vind. Aan de andere kant: mensen die leven vanuit een extreme geloofsovertuiging zijn maar moeilijk van dat geloof af te brengen.

De knowhow over homoseksualiteit is bij deze groep mensen -en dat is te verwachten- dus klein. Als je niks weet kan het onbekende eng zijn. ‘Onbekend maakt onbemind.’ Als je jezelf wijzer maakt, wordt het misschien minder angstig. In mijn pubertijd waren er ook gereformeerde gezinnen waar ik wel eens thuiskwam. Voor die moeders was ik op voorhand al niet welkom. “Jij maakt mijn kind lesbisch”, werd gedacht. Dan dacht ik: “O, ik zal wel gevaarlijk zijn”. Je moet dan hard werken om te blijven zeggen tegen jezelf dat je wel deugt en dat het niet erg is wat je doet. Door de maatschappij werd ik zó hetero opgevoed, dat ik tot mijn achtentwintigste ook heb gedacht: hoe ik ben is niet helemaal normaal. Het heeft lang geduurd voor ik het beeld over mezelf bij kon stellen, dat het helemaal oké is wie ik ben.

Zeven jaar heb ik een relatie gehad met een meisje uit een gereformeerd gezin. De eerste twee jaar mocht ik daar niet binnen komen. Ik had vroeger een gave om grappig te zijn. En met die moeder kon ik ontzettend lachen. Dan zag je dat ze in de war raakte, want ik was ook zo’n ‘engerd’. Kennis te krijgen over homoseksualiteit is het enige dat helpt. Ik heb liever dat je honderd vragen aan me stelt, dan dat je één antwoord zelf bedenkt. Ik had ook een keer een collega waar ik een goeie klik mee had. Zij was strenggelovig en du moment dat het ter sprake kwam dat ik lesbisch was, kwam er een soort waas voor haar ogen. “Wat jij doet, klopt niet hoor Han. Dat je samen bent met een vrouw, dat kan echt niet.” En dan vroeg ik: “Maar wat vind jíj?”, maar nee, daar ging het niet om. Met die collega bleef ik een goede klik houden, zolang het maar niet over mijn geaardheid ging.

Nu gaat het Openbaar Ministerie kijken of er sprake is van strafbaarheid. En ja, dit is discriminatie van geaardheid. Ik weet alleen niet wat ze kunnen doen. Die tweehonderdvijftig mensen die het hebben ondertekend vervolgen? Het enige dat helpt is bewustwording. Het nare is wel, dat alle christenen nu over één kam geschoren worden. Terwijl er genoeg mensen zijn die het hier niet mee eens zijn. Je weet alleen niet hoeveel mensen er thuis ook zo over denken. Het liefst zou ik van de daken schreeuwen: “Ze zijn allemaal gek!”, maar dan doe ik hetzelfde als zij. Het ligt genuanceerder. Ik vind wel dat we het moeten blijven bevechten.

Han’s ‘homoleven’
Ik heb geluk gehad dat mijn ouders al vanaf mijn zevende dachten: “Ik denk dat daar een klein potje in schuilgaat.” Toen ik dertien was vertelde ik mijn moeder dat ik verliefd was op een meisje en hoopte ik dat ze zou zeggen dat het wel over zou gaan, maar ze zei: “Wat leuk. Is zij ook verliefd op jou?”. Toen dacht ik: “Zie je wel, het is toch niet normaal.” Mijn moeder vond namelijk alles normaal wat gek was. Mijn interne angst overstemde de steun die ik van buitenaf kreeg. Daar heb je een naam voor leerde ik: interne homofobie. De eigen afkeer is vaak nog heviger dan die van de mensen om je heen. Dan heb je een klusje met jezelf te klaren. Van mijn dertiende tot mijn zeventiende zat ik in de knoop met mezelf. Toen was het klaar: “of ik het nou wil of niet, dit is het verhaal. Ik heb er maar mee te dealen.” En na twee keer zoenen met een jongen was ik er wel uit. Het was geen kwestie van een keuze, zoals weleens wordt gesuggereerd. Het bleek mijn natuur. Ik vond jongens leuk, maar op het moment dat daar iets fysieks mee moest gebeuren was ik weg.

In mijn puberteit ben ik een paar keer bedreigd. Ik ging ’s nachts een keer naar huis en toen stonden er twee jongens mij op te wachten. “Vuile pot, zullen wij even laten voelen wat een echte vent is?” Ik kende die jongens dus ik riep terug: “Ik weet waar jullie wonen. Je kan me van alles aandoen, maar dan staat zo de politie op de stoep.” “We pakken je nog wel een keer! Vuile pot!”. Op zo’n moment ben je echt doodsbang. En als volwassene heb ik ook een aantal nare opmerkingen gekregen. Nu negeer ik liever de reacties, omdat ik zo klaar ben met het gevecht. Ik ‘strijd’ door middel van mijn talkshow ‘Oudroze’ en als DJ draai ik veel in het gay circuit.

De strijd is nog niet gestreden
Theoretisch is er vooruitgang geboekt. We worden niet meer opgesloten, we mogen trouwen, maar het is nog niet over de hele linie geaccepteerd, laat staan dat men ermee om kan gaan. Ik bracht vorig jaar mijn vrouw een keer naar haar werk hier in Utrecht. Ik kus haar. Er komt een jonge vrouw aan met een kinderwagen en die schreeuwt: “GET A ROOM!”. Toen ben ik echt een dag van slag geweest.

In mijn talkshow ‘Oudroze’ kwamen prominente Nederlanders langs om te praten over hoe ze uit de kast waren gekomen. Wat denk je? De zaal zat vol met homo’s en lesbiennes. Fijn, maar potdomme, alsof ik hen iets moet leren. Neem je heterovrienden mee, dacht ik dan. De Gay Straight Alliance die er op veel scholen is, is er voor de homokinderen. Maar het idee erachter is dat de hetero medeleerlingen en docenten de veiligheid en zichtbaarheid waarborgen. Ik denk ook dat er nog veel te halen is bij onze hetero medemens wat betreft bewustwording en acceptatie.

Ik vind het belangrijk dat gemeenten blijven sympathiseren. Zoals Utrecht nu op verschillende plekken de regenboogvlag heeft gehesen, of het regenboogzebrapad tijdens de Gay Pride. Blijf dat doen. Blijf uitdragen dat je met homo’s sympathiseert. Ik zou willen dat er ooit een moment komt dat er niet automatisch vanuit wordt gegaan dat ik verliefd ben op een man als het over mijn partner gaat. Ik ben bang dat ik dat niet meer ga meemaken. In bepaalde kringen verbetert het, maar als je nu die Nashville-verklaring ziet, dan hebben we echt nog een grote klus te klaren. De Bijbel is blijkbaar nog belangrijker voor hen en alles wat afwijkt van hun norm verwerpen zij.

Laat ons
Wat ik nu nog nodig heb voor een echt tolerante samenleving? Dat is lastig. Wereldwijd is dat harmonie. Laat het. Laat ons. Laat de mensen. Voor mij gaat het alleen maar over liefde. Als je liefde kan voelen, voor wie of wat dan ook, dan zit je hart op de goede plek.”