In Buurthuis de Boog te Utrecht werd afgelopen 23 december een dialoogbijeenkomst georganiseerd voor islamitische vaders uit de buurt Overvecht. Het thema van deze avond was ‘Mijn rol als opvoeder bij het signaleren van radicalisering,’ georganiseerd door het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN). Driss Kaamouchi, die jaren werkzaam was bij het SMN, presenteerde de bijeenkomst. De aanwezigen gingen met elkaar en Driss in gesprek.

Hassan Lahit en Achmed zijn twee vaders die net als veel andere aanwezigen meepraatten tijdens de bijeenkomst. De naam van Achmed is gefingeerd, hij wilde niet met zijn echte naam in de publiciteit. Achmed liet tijdens de dialoogbijeenkomst weten dat hij van mening is dat de overheid meer moet doen om radicalisering te voorkomen en te signaleren. Daarnaast zei hij dat er vanuit de gemeente meer geld geïnvesteerd moest worden in locaties voor jongeren in Overvecht. Hassan is een van de vaders die ook mee heeft geholpen bij het organiseren van deze bijeenkomst. Daarnaast is hij veel te vinden in het buurthuis. Na afloop van de bijeenkomst gingen Achmed en Hassan in gesprek.

U sprak net over de taken die de overheid volgens u op zich moet nemen, maar deze bijeenkomst ging over de rol als opvoeder bij het signaleren van radicalisering. Wat haalt u als ouder uit deze bijeenkomst?
Achmed: “Ja, wat moet ik zeggen… Ik heb niks met dit onderwerp.”
Hassan: “Ga je niet met mensen over dit onderwerp praten?”
Achmed: “Nee, ik heb daar niks aan. Wat moet ik daarmee? Ik ben een vernederlandste kerel. Ik heb mijn gezinnetje en mijn goede kameraden. Ik zie mijn kind ook niet in dat wereldje.”

Dat zeggen de meeste ouders toch?
Hassan: “Klopt. We hebben heel veel bijeenkomsten gehad en er was geen enkele vader die zei dat hij zijn kind zag radicaliseren.”
Achmed: “Luister, mijn kind niet. Ik heb mijn kind mijn vriend gemaakt. Ik praat met hem op allerlei manieren, ook in straattaal. Ik praat ook over verkering en meisjes. Normale vaders doen dat niet.”

Gaan jullie met jullie kinderen ook over dit onderwerp praten?
Hassan: “Ik praat met mijn kinderen over alles. Ze hebben deze bijeenkomst zowat live gevolgd. Ik heb heel veel foto’s van vanavond naar hen gestuurd.”
Achmed: “Mijn zoon is 22. Waar moet ik over praten? Wanneer een kind elf jaar of jonger is, kan je hem nog besturen. Wanneer ze ouder worden, dan weten ze genoeg. Ze weten dan hoe zij hun leven verder moeten indelen.”

Hoe gaat dat dan thuis?
Hassan: “Het eerste wat je moet doen, is het delen met je vrouw. Bij de Marokkaanse gemeenschap zitten man en vrouw vaak niet op één lijn. Als een kind iets doet en de moeder ziet het, wordt dit niet verteld aan de man.”
Achmed: “Ja, vaak gebeurt dat bij onze gemeenschap.”
Hassan: “De vrouw is vaak de advocaat van de kinderen.”
Achmed: “Bij mij thuis is het heel normaal. Wat er thuis gebeurt, daar bemoei ik mij niet mee, daar is zijn moeder voor. Ik houd me bezig met alles buitenshuis, dat moeten we zo houden. Ik leer mijn kind met de maatschappij mee te gaan en voedt hem niet streng op met onze religie.”

Zien jullie belang bij het bespreekbaar maken van het onderwerp radicalisering?
Achmed: “Je kan het wel bespreekbaar maken, maar je moet wel de juiste groep mensen hebben. Dezelfde mensen met hetzelfde idee. Maar die kan je niet zo snel treffen, want iedereen heeft een apart groepje waarmee hij omgaat.”
Hassan: “Waarom denk je vanuit groeperingen? Radicalisering is een punt dat iedereen aangrijpt. Zolang wij niet met zijn allen iets gaan doen, bereiken we bijna niets.”
Achmed: “Ja, daar heb je gelijk in.”
Hassan: “Dus eigenlijk moet je zeggen; ik sta hier, ik sta open, ik doe mee.”

Wat nemen jullie mee naar aanleiding van deze bijeenkomst?
Achmed: “Ik neem de informatie wel mee en zal er met anderen over praten. Ik douw het niet in m’n binnenzak.”
Hassan: “Heb jij goed geluisterd naar Driss?”
Achmed: “Ik heb goed geluisterd. Ik ga met Driss nog een gesprek voeren zonder iedereen die er nu is. Even een bakkie koffie of thee doen met hem.”