Het aantal kerkgangers in Nederland loopt terug, en het christelijke geloof wordt steeds minder populair. Tegenwoordig bezoekt minder dan 1 procent van de Nederlandse bevolking wekelijks een kerkmis. Ook onder jongeren wordt het christendom minder populair. Wij spraken met Jan van Hoven, bestuurslid van de christelijke studentenvereniging NSU om erachter te komen hoe hij hier als overtuigd protestantse jongere in Utrecht tegenaan kijkt.

“Vijf jaar geleden werd ik lid van NSU toen ik aan de academische PABO studeerde. Toentertijd meldde ik me aan als lid van de vereniging omdat ik me verder wilde ontwikkelen in mijn geloof. Daarbij leek het me natuurlijk ook een goede plek om nieuwe vriendschappen te kunnen sluiten en veel gezelligheid mee te maken. Op dit moment studeer ik even niet, omdat mijn rol als bestuurslid bij NSU aardig wat tijd in beslag neemt. Ik ben nu nog een paar laatste weken bestuurslid, voordat ik aan een master onderwijswetenschappen ga beginnen.

Wij hebben een enigszins teruglopend aantal leden bij de vereniging, maar of dat te linken is aan het feit dat er minder christelijke kerkgangers zijn, is niet helemaal zeker. Het kan ook gewoon zo zijn dat er in het algemeen minder studenten zich bij een studentenvereniging aanmelden. Wat je wel merkt is dat je hier in een soort “geloofsbubbel zit”. Het is zo dat veel mensen om je heen gelovig zijn, en daarom heb je niet zo goed door dat er steeds minder mensen naar de kerk gaan. Dat valt dan gewoon minder op.

Bij ons is het eigenlijk altijd zo geweest dat het aantal leden automatisch groeide, maar nu kijken we als vereniging naar wat we kunnen doen om studenten binnen te halen en hoe we onze vereniging kunnen promoten, omdat het wel belangrijk is om die groei vast te houden. Wat ik net al zei, door die “geloofsbubbel” krijgen we vooral leden binnen door mond-op-mond reclame, die van familie of vrienden over ons horen. Daarbij staan wij met een kraampje bij de UIT (Utrechtse introductie tijd – red.) en er is een promocommissie die af en toe naar feesten en scholen toegaat.

Het lijkt er op dat sommige jongeren bang zijn voor bepaalde vooroordelen, en dat zij daarom minder goed durven te vertellen dat zij christelijk zijn en in God geloven. Ikzelf vind het absoluut geen probleem om te vertellen dat ik christelijk ben. Mensen mogen van mij vinden wat ze willen. Als mensen echt geïnteresseerd zijn in mijn verhaal, dan merken ze ook vanzelf wel hoe het voor mij in elkaar steekt. Ik krijg hier dan ook vaak positieve reacties op.
Het geloof biedt voor mij in deze maatschappij, waarin hoge prestaties en sociale druk aan de orde zijn, houvast en zekerheid. Ik heb in die zin altijd iets om op terug te vallen. Ik weet door het geloof dat ik goed genoeg ben, zelfs als ik faalangst heb, of mijn studie niet zo lekker loopt. Het geeft mij veel rust, en ik raad daarom ook zeker aan om te kijken of jij er als persoon iets aan kunt hebben.”