Elke vierde vrijdag van de maand wordt er door improvisatiegroep Flunknarf een comedyshow neergezet in de Comedyhuis Club in Utrecht. Met suggesties uit het publiek worden er ter plekke de meest uiteenlopende scènes bedacht.

Om 20:00 uur openen de deuren van het pand aan de Oudegracht waar over een half uur de voorstelling zal beginnen. Bij binnenkomst zitten er twee vrolijke meiden achter de balie om de kaartjes te scannen. “De deuren van de zaal zijn nog niet open maar aan de rechterkant is een bar, daar kun je vast wat drinken halen en je jas ophangen. Alvast een fijne voorstelling” zegt een van de twee.

Het wordt al snel drukker en jong en oud staan met elkaar te praten. De deuren van de zaal gaan open en het gezelschap zoekt een plekje om te zitten.

De avond wordt geopend door Johan Hoekstra; “welkom bij weer een lekker avondje Flunknarf. Het is een volle bak, zo zien we het graag. Ik zal even uitleggen wat we gaan doen. Wij zijn een improvisatie comedy collectief dus we hebben eigenlijk niks voorbereid. We gaan alles ter plekke verzinnen en daar hebben we jullie een klein beetje bij nodig. Maar nu zal ik jullie eerst even voorstellen aan de spelers van vanavond. Een hartelijk applaus voor Ad-Just Bouwman, Thomas Hoogendoorn, Remco Koffijberg, Stefan Hendrikx en achter de piano Joep Hullegie.”

Het publiek applaudisseert luid  en de voorstelling begint. Er worden verschillende rondes theater opgevoerd waarin steeds andere regels gelden. Zo mogen de spelers de ene keer alleen éénlettergrepige woorden gebruiken in hun scène en in het volgende stuk krijgen ze juist een vaste tekstregel die wordt verzonnen door het publiek. De ronde die hierop volgt heet ‘ga je nou zingen?’. De bedoeling is dat wanneer een van de spelers zegt ‘ga je nou zingen?’ de andere speler spontaan in een lied uitbarst. “We zijn voor deze scéne opzoek naar een locatie waar veel stress heerst” legt Johan Hoekstra uit. “Heeft iemand een suggestie? Ja, die mevrouw daar. Een kinderkamer? Dat lijkt me een hele goede.” De spelers beginnen te improviseren en de liedjes die ze uit hun mouw schudden zorgen voor veel vermaak bij het publiek. Ze beelden uit hoe stressvol het leven als ouder is en dat het misschien makkelijker was geweest als het kind er niet was geweest. Ze beginnen weer te zingen ‘Oh dus nu ben ik opeens debiel, want ik zeg nou breng dit kind anders naar het asiel’. Als de sketch wordt afgesloten met de woorden ‘Dit is misschien een beetje gestoord, maar dit kind heeft ons libido vermoord’ galmt er hard gelach door de zaal.

Het is tijd voor een kwartier pauze en iedereen begeeft zich naar de bar om nog een wijntje te bestellen. De sfeer zit er goed in, Silvio (22) “Het doet me heel erg aan ‘De lama’s’ denken, dat keek ik vroeger regelmatig. De artiesten kiezen er ook echt voor om interactie te hebben met het publiek dus het is elke keer spannend of ze jou uitkiezen. Dit is de eerste keer dat ik naar zoiets als dit ga en ik vind het tot nu toe erg leuk. De sfeer was bij binnenkomst al erg aangenaam.”

Langzaam gaat iedereen weer richting de zaal voor het tweede deel van de voorstelling. De stukken cabaret worden afgewisseld met veel geïmproviseerde liedjes en stukken rap. De muzikale ondersteuning wordt verzorgd door Joep Hullegie die net als de spelers alle geluiden en deuntjes improviseert vanachter zijn piano.

Er wordt op een muzikale manier interactie gezocht met het publiek. Er wordt een radioshow nagespeeld waarin de twee ‘radiodj’s’ bellen met hun ‘luisteraars’. In deze korte gesprekken met het publiek halen ze inspiratie om ter plekke een liedje te verzinnen. Een jongen uit het publiek, genaamd Wouter, verteld dat hij vaak FIFA speelt. Er word een lied geïmproviseerd over dat hij alleen maar achter de playstation 4 zit en zijn moeder het zat is. “Je zit hier maar achter de PS-vier, je zit al vierentwintig uur alleen maar hier. Misschien zou je die spelers daar buiten moeten zoeken, en misschien een keer een leuk vriendinnetje moeten boeken. Maar nu zit je hier achter met vijf nul, en zelfs je vader zegt ja die Wouter is best wel een …”.

Op deze manier worden er nog een aantal liedjes gemaakt waar het publiek hard om lacht.

De voorstelling loopt ten einde en het publiek geeft nog een keer een daverend applaus voor alle spelers.