De overheid is dit schooljaar met een pilot gestart om Boeddhistisch Vormingsonderwijs op basisscholen in Utrecht en omgeving aan te bieden. Silvie Walraven is een van de leerkrachten die de nieuwe lessen vormgeeft. Zij laat de kinderen kennismaken met de leer van Boeddha in de vorm van verhalen, speelse opdrachten en gesprekken. Positivisme speelt hierbij een belangrijke rol. Wat hiervan de waarde voor de kinderen is, wil ze hen zelf te laten ervaren.

“Naast aandacht voor het protestants christendom, het katholicisme, de islam, het hindoeïsme en het humanisme, zijn we dit schooljaar begonnen met het geven van boeddhistisch vormingsonderwijs. We merken dat er langzamerhand vanuit scholen steeds meer interesse is om de pilot uit te proberen en op die manier te zien wat de lessen inhouden. Hoe die lessen er uit komen te zien hangt heel erg van de wensen van de scholen zelf af. De school bepaalt bijvoorbeeld of we eenmalig een gastles of een half jaar een serie lessen geven en aan welke groepen. We zijn nu met vijf docenten. Ik geef les op drie scholen en dat worden er waarschijnlijk vier.”

Nieuwe vorm
“Traditioneel gezien beidt het rijk vormingsonderwijs van een van de grote levensbeschouwelijke stromingen aan, als ouders daar behoefte aan hebben. De klas wordt dan opgesplitst in groepjes: moslimkinderen worden bij een moslimdocent in de klas gezet en christelijke kinderen krijgen les van katholieke of protestantse leraren. Dat is de klassieke manier van vormingsonderwijs. Nu zie je dat er vaak voor nieuwe vormen wordt gekozen en daar is veel discussie over.
Een van de nieuwe vormen richt zich op het lesgeven aan de hele klas ongeacht de religieuze achtergrond van de kinderen. Ik ben heel erg voor die nieuwe vorm. Als je kijkt naar de onderliggende ethiek van verscheidene religies en levensbeschouwingen zie je dat er veel overeenkomsten zijn wat betreft normen en waarden. Doordat kinderen meer ervaren en meer kennis opdoen over religies, krijgen ze meer begrip voor de verschillende stromingen en meer respect voor elkaar. En als de hele klas erbij betrokken is, kun je makkelijker een dialoog voeren.
Als leerkracht kom ik dan in contact met docenten van andere stromingen. We krijgen onderling meer begrip voor elkaar: “goh, jullie gebruiken misschien een ander woord hiervoor, maar eigenlijk hebben we het over hetzelfde.” Als je weet dat je collega een islamitische les geeft over het omgaan met verlangens of begeerten, dan kan je daar weer op inhaken – wat heeft de Boeddha daarover gezegd?”

We doen alsof we allemaal onafhankelijk van elkaar kunnen bestaan, maar dat is onmogelijk

Ervaringen
“De lessen zijn niet zozeer filosofisch. We kunnen wel verhalen uit de boeddhistische leer gebruiken als inspiratiebron om daarmee het gesprek aan te gaan. Je vertelt een verhaal met een bepaalde boodschap. Kun je de ervaringen en de emoties van de kinderen erbij betrekken? Dat is steeds het uitgangspunt.
Als er een bord vol koekjes op tafel staat, wil het kind misschien het liefste zoveel mogelijk koekjes in z’n mond stoppen en ze niet delen. Is dat nou wel zo’n goed idee? Voelt het misschien fijner als je het lekkers deelt met anderen of als er met jou wordt gedeeld? Op deze concrete manier kun je thema’s als begeerte met de kinderen bespreken.
Het idee van onderlinge verbondenheid is een van de kerngedachten van dit onderwijs. In onze maatschappij is het individu heel belangrijk. Iedereen moet sterk zijn, voor zijn eigen mening opkomen en weten wat hij of zij wil. We doen alsof we allemaal onafhankelijk van elkaar kunnen bestaan, maar dat is onmogelijk. Je hebt bijvoorbeeld je ouders nodig om geboren te worden.
Over die verbondenheid laat ik de kinderen nadenken: wie zijn er allemaal nodig geweest om die koekjes hier op het bord te krijgen? Je hebt een boer nodig die het graan verbouwt, maar ook mensen die het in de winkel verkopen, de vrachtwagenchauffeur die het vervoert vanaf de fabriek naar de winkel, de mensen die in de fabriek werken, de insecten die nodig zijn om de gewassen te bevruchten, de verpakkingen die afkomstig zijn van de bomen die houthakkers in stukjes zagen en bij elkaar verzamelen. Je kunt zo eindeloos doorgaan en dat vinden de kinderen vaak heel leuk. We schrijven alles op papier en daar maken we een lange schakelketting van. Uiteindelijk komen de kinderen zelf met inzichten: “zijn we dan allemaal familie van elkaar?” Je hoort het ze haast denken en zich hierover verwonderen.”

Aandachtsoefening
“De aandachtsoefeningen vormen de rode draad binnen de lessen. Het is een cliché, maar we leven nu in een hele drukke tijd. Mobieltjes, televisie en computers geven ons continue prikkels. Ervaring leert dat het prettig is om daar af en toe niet mee bezig te zijn, om rustig te zitten met de focus op je ademhaling. Het gaat dan niet om iets religieus, maar puur om het trainen van je aandacht. Doe alles met aandacht, want dan pas ervaar je de kwaliteit. Of het nou iets ‘werelds’ of iets spiritueels is. Je kunt een mindfulness-oefening overal doen, je hebt je ademhaling immers altijd bij je.”

Alles moet vanaf kleuter af aan al gemeten worden

Maatschappelijke druk
“Ik heb zelf heel lang in Azië gewoond. Daar heb ik les gegeven op een Nederlandse school in Nepal en later op een lokale school in Bhutan. Ik woon nu alweer 5 jaar in Nederland en Ik zie dat de westerse maatschappij veel druk legt op zowel volwassenen als kinderen. Dat is iets dat we zeker ook niet moeten vergeten tijdens de lessen.
Mijn collega Karin Pronk vertelde over een van haar lessen over positieve kwaliteiten in jezelf. De kinderen moesten voor een spiegel hun eigen positieve kwaliteiten benoemen en mochten het daarna opschrijven of tekenen op papier. Zij merkte dat kinderen in groep 4 en 5 dat vrij gemakkelijk en met plezier deden. Voor de kinderen in groep 7 en 8 was het echter heel moeilijk om iets positiefs over zichzelf te zeggen en dat vind ik erg zorgwekkend. We weten dat veel volwassenen worstelen met een laag zelfbeeld, maar dat zulke jonge kinderen moeite hebben om het goede in zichzelf te zien, is schokkend.
Alles moet vanaf kleuter af aan al gemeten worden. Tot op zekere hoogte is dat wel belangrijk, maar ik denk dat het emotionele gedeelte dat bij de opvoeding en het onderwijs komt kijken veel te veel onderbelicht wordt.
De algemene tendens is dat alle cognitieve vakken het belangrijkst zijn.
Ik wil de kinderen meegeven dat ze liefdevol en vriendelijk zijn voor zichzelf en voor anderen. Dat is een van de redenen dat ik het onderwijs in ben gegaan.
Je hebt in het boeddhisme heel veel verhalen als inspiratiebron, maar uiteindelijk gaat het om de psychologie van je geest en hoe je die kunt transformeren, zodat je positiever naar jezelf en anderen toe bent. Iedereen wil gelukkig zijn, niemand wil lijden. Probeer zoveel mogelijk mensen te helpen en als dat niet kan, probeer ze dan in ieder geval niet te schaden. Als je kijkt naar het ethische uitgangspunt, dan is ons doel om een mooiere wereld te creëren.”