De YouTubers ‘Bondgenoten’ laten zien hoe Nederland reageert op ethische kwesties. Zoals een moslima die wordt genegeerd in de snackbar, een hoofddoek die wordt afgetrokken of de reactie op een homostel dat over straat loopt. Elke video weer is het schrikbarend hoe intolerant Nederland nog is. En in de video van 13 december wordt dit ook keihard duidelijk in Utrecht.

Een van de jongens speelt een Joodse man en draagt een keppeltje. Nu gaan de YouTubers bekijken hoe Utrechters hierop reageren. Uit onderzoek van EenVandaag blijkt dat 47 procent niet openlijk Joods durft te zijn in Nederland. Met deze achtergrondinformatie gaan de jongens de straat op. De een draagt het keppeltje, de ander filmt stiekem.

De jongens lopen midden in het centrum van Utrecht. Het begint redelijk rustig. Mensen staren hem soms wel wat na, maar verder gebeurt er niet veel. Na een tijdje loopt er een jongen voorbij: “Vieze homo”. Verder niks. Wat heeft homoseksualiteit sowieso met joden te maken? We kijken nog even verder. Een dakloze biedt hem een krantje aan, maar de jongen weigert hem. “Kankercapella”. Capella betekent in het Catalaans ‘bezetter’. Als een jood dus een boekje weigert van een dakloze is het een ‘kankerbezetter’. Duidelijk.

In een wijk verderop gaat het wel heel ver. Een jongen roept, nadat de jongen met het keppeltje is langsgelopen keihard: “Kankerjood!”. De jongens besluiten er iets van te zeggen en lopen op de jongen af. Maar wat blijkt, hij ontkent het keihard en wil weg. Het liefst zo snel mogelijk.

Nu hebben we het alleen nog maar gehad over de reacties. Op beeld blijkt dat veel mensen hem nastaren en raar aankijken. Hoe durft Nederland zich tolerant te noemen. En hoe durft Nederland te zeggen dat we respect hebben voor elkaar. Dat blijkt dus van niet. Als land en als stad moeten we ons schamen voor deze burgers. Het kan toch niet, dat we anno 2019 (!) nog steeds raar opkijken van een keppeltje? Het is hetzelfde als een hoofddoek, alleen een ander geloof. Ik schaam me diep voor de mensen die zich niet durven te uiten voor hun geloofsovertuiging door het volk dat in mijn stad en land rondloopt.

Tegelijkertijd moet ik mezelf ook even ter verantwoording roepen. Hoe tolerant ben ik? Wat gaat er door mijn hoofd als ik een keppeltje zie? Of een hoofddoek? Zolang ik het nog registreer, ook al is het maar een nanoseconde, valt het me op. De doorsnee Nederlander is voor velen (met mij) nog steeds iemand zonder sterk herkenbare religieuze kledij. Ook de streng gereformeerden die ik dagelijks naar hun christelijke school zie fietsen bekijk ik anders dan mijn niet-gelovigen studiegenoten. Dus ben je afwijkend, dan ben je een bezienswaardigheid. En misschien wel eng, want waarvoor staat die ander? Heeft hij dezelfde ideeën als ik? Voedt zij straks haar kinderen net zo op als ik? De vraag is: een beetje kijken kan geen kwaad, toch? Maar leidt dit tot uitschelden, veroordelen, pesten en zelfs bedreigen en mishandelen? De grens bepaal je zelf. Trek een hele dikke lijn en prent wat positieve gedachten in je hoofd als je toch een keer wat langer kijkt: leuk, zo’n keppel! Mooi meisje daar met die hoofddoek. Wees tolerant is toch eigenlijk: wees lief!