Op 9 januari kondigden de onderwijsvakbonden een grootschalige staking aan. Het zou de eerste keer in Nederland zijn dat zowel het basis- en voortgezet als het hoger onderwijs gaan staken. Door deze staking hopen de vakbonden af te dwingen dat er meer geld voor salarissen komt en een verlaging van de werkdruk. Maar hoe ervaren leraren in Utrecht deze werkdruk? En is het probleem echt zo groot als de vakbonden beweren? Linda (24) is lerares Duits op een middelbare school in Utrecht en wilde graag vertellen hoe zij tegen de staking aankijkt.

Wat vind jij van het idee van een nieuwe staking?

“Vanuit het oogpunt van de leraren in het basisonderwijs snap ik het heel goed. Ik weet zelf niet hoe het is om voor een basisschoolklas te staan, maar ik kan me wel voorstellen dat de werkdruk daar hoog is door alle verschillende vakken die je geeft. Aan de andere kant: er wordt altijd heel duidelijk verteld dat je deze baan niet voor het geld moet doen. Je moet echt hart hebben voor het onderwijs en het vak waarin je lesgeeft.”

Hoe ervaar jij de hoge werkdruk die wordt beschreven door de onderwijsvakbonden?

“Ik sta nu drie jaar voor de klas, waarvan één jaar wat ik volledig heb gedraaid zoals zou moeten. Als startend docent heb je in de eerste twee jaar dat je voor de klas staat een percentage werkdrukvermindering, wat ik heel erg fijn vond. In het eerste jaar is dat twintig procent, dus dan hoef je twintig procent minder uren te draaien, en in het tweede jaar is dat tien procent. Pas vanaf het derde jaar, waar ik nu mee bezig ben, ga je eigenlijk pas de uren van de volledige baan draaien. Vorig jaar ervoer ik wel een hoge werkdruk omdat ik toen ook mentor was van 31 leerlingen. Over dit jaar kan ik nog niet zoveel zeggen, omdat ik nog een groot aantal uren open heb staan die de school nog moet invullen.”

Merk je bij je collega’s iets van de hoge werkdruk?

“Bij mijn collega’s zie ik wel echt dat sommigen hoge werkdruk ervaren. Die werken elke dag door van half acht ’s ochtends tot zes uur ’s avonds, zodat ze thuis minder hoeven te doen. En daar komt nog eens bij dat de toetsen vaak daarna ook nog eens nagekeken moeten worden. Wat ik merk is dat sommige collega’s die echt gebukt gaan onder de werkdruk het ook vaak zwaar hebben voor de klas. Aan hen zie je dat ze af en toe een beetje aan het wankelen zijn. Als er dan nog allemaal taken bij komen, krijgen ze het helemaal zwaar. Ik denk dat deze baan goed vol te houden is, maar je moet niet verwachten dat je thuis niks meer hoeft te doen. Het is gewoon hard werken. 

Je maakt het net zo druk voor jezelf als je wilt."

Als je een leuke les wilt voorbereiden met zelfgemaakte opdrachten of een PowerPoint, ben je zo anderhalf uur verder. Je kunt er natuurlijk voor kiezen om dat niet te doen en alleen het boek te volgen, maar dan nog ben je wel gauw een half uur bezig met voorbereiden. Je maakt het net zo druk voor jezelf als je wilt.

Wat ook als verhoging van de werkdruk wordt ervaren, zijn allerlei nieuwe methodes die worden ontwikkeld voor in de klas. Je kunt dan denken aan iPad-klassen waarvoor veel nieuw materiaal moet worden ontwikkeld. Een andere nieuwe onderwijsmethode is die van formatief toetsen, dan maken de leerlingen het hele jaar door kleine toetsjes die niet meetellen voor het rapport en een aantal grote toetsen die wel meetellen. Maar ook de kleine toetsen moeten wel allemaal gemaakt en daarna nagekeken worden, zonder dat ze meetellen.”

Is een nieuwe staking wel noodzakelijk? Het kabinet heeft namelijk aangekondigd dat er dit jaar 830 miljoen euro naar het onderwijs zal gaan.

“Ik denk dat als mensen daar een sterk standpunt over hebben, dat ze zeker voor zichzelf op moeten komen. Ik hoop ook echt dat het iets bijdraagt en dat de staking ervoor zorgt dat er meer geld naar het onderwijs gaat. Aan de andere kant: misschien zouden we beter eens kunnen kijken naar hoe het geld verdeeld wordt wat naar het onderwijs gaat. Op dit moment krijgen scholen een jaarlijks vastgesteld budget. Mij lijkt het een goed idee als vanuit de overheid vastgelegd wordt waar het geld aan besteed wordt. Dan moet de overheid er ook op toezien dat deze regels nageleefd worden. Op deze manier komt het op de juiste plek terecht, daar waar het nodig is. 

Misschien zouden we beter eens kunnen kijken naar hoe het geld verdeeld wordt wat naar het onderwijs gaat."

Als je voor het onderwijs kiest, moet je wel beseffen dat het gewoon echt hard werken is. Men zegt wel altijd dat we het niet zo zwaar hebben omdat we zoveel vakantie hebben, maar zij weten niet wat er allemaal achter de schermen gebeurt. Je redt het in dit vak alleen als je een grote passie hebt voor het onderwijs. Als je dat hebt, vind je het ook niet erg om hard te moeten werken.”