Veel van de Utrechtse studenten wonen ook in de Domstad op kamers. Echter staan ze lang niet allemaal ingeschreven bij een huisarts. Dit kan leiden tot escalatie van gezondheidsproblemen. Verschillende gemeentelijke fracties zien dit als een groot probleem en hebben het daarom geagendeerd. In de raadsinformatiebijeenkomst van 28 mei worden er vragen gesteld en oplossingen aangedragen.

Het doel
Het knelpunt is op de agenda gezet door de fracties van GroenLinks, VVD, ChristenUnie, Student & Starter en D66. Het doel was mogelijke oplossingen verzinnen om het aantal studenten dat ingeschreven staat bij een huisarts in Utrecht te vergroten, bewoners – met name studenten – beter te informeren over het bestaan van buurtteams en andere organisaties, en de verbetering van de samenwerking van alle partners rondom de geestelijke gezondheid van studenten. Kristin van der Veen van Student & Starter trapte af door toe te lichten waarom studenten nu zo’n bijzonder doelgroep zijn: “Je gaat op kamers, begint met je eerste studie en je loopt aan tegen je eerste zorgproblemen.” Van der Veen pleit dan ook voor een informatiepunt met vrije inloop op het Utrecht Science Park (USP). Van der Veen vindt dat er nog veel winst te behalen is op het gebied van informatievoorziening, bijvoorbeeld door in te zetten op sociale mediakanalen die de studenten veel gebruiken of door verhalen te vertellen die studenten aanspreken. Het doel van Student & Starter is de vroege signalering van zorgproblemen onder studenten, zodat deze niet escaleren.

Oplossingen
De andere agenderende fracties beaamden de punten die Van der Veen maakte, en dan vooral de zorgen over het aantal inschrijvingen van studenten bij de huisarts. D66 en de ChristenUnie voegden aan die punten toe dat het een goed idee is om studenten vooral aan het begin van de studie – bijvoorbeeld tijdens de UITweek – te informeren. “Als je ze allemaal bij elkaar hebt, kun je ze samen motiveren om zich in te schrijven bij de huisarts.” zegt Wijmenga van de ChristenUnie. Daar voegde hij aan toe dat hij pleit voor een buurtteam op het USP, die zich speciaal richt op studenten. Bovendien moest er volgens Wijmenga samen worden gewerkt met verslavingszorginstellingen, omdat steeds meer studenten gezondheidsproblemen ondervinden als gevolg van een verslaving.
Meerding van de VVD haalde het Gezond Stedelijk Leven aan. Volgens haar begint dat bij het hebben van een huisarts. Haar vraag aan de wethouder was welke contactmomenten er nu zijn als je je inschrijft in de gemeente Utrecht. Meerding wilde net als de ChristenUnie een buurtteam op het USP, want die zijn er nu wel voor Mbo’ers en het voortgezet onderwijs. Dat zinde Mohammed Saiah van D66 niet helemaal, en hij maakte een interruptie. “Sorry meneer de voorzitter, maar hier moet ik toch echt even tegenin gaan. Mbo’ers zijn natuurlijk ook studenten.” De partijen voelden elkaar meer aan de tand. Zo zag Meerding de meerwaarde van een fysiek informatiepunt, voorgesteld door Van der Veen, niet in.

Verheldering
Tenslotte kwam wethouder Victor Everhardt aan het woord om de vragen te beantwoorden. Hij benadrukte de 2 belangrijke onderwerpen die zijn aangesneden: inschrijving bij de huisarts en de structuur – hoe kunnen we het netwerk beter aan elkaar verbinden? “Er komt géén apart buurtteam voor USP, want buurtteam Utrecht-Oost heeft de benodigde kennis voor studenten.” Everhardt zegt verder bezig te zijn met het maken van een informatiepunt. Van der Heijden van GroenLinks vroeg wanneer dit punt af zou zijn, maar daar had de wethouder geen antwoord op. Hij zei hier voor de zomer nog op terug te komen in een memo. “We zetten in op een klantreis,” – dat betekent het inleven in de studenten om te kijken wanneer de student klaar is voor de info en om zich in te schrijven. De ChristenUnie hamerde weer op het informeren in de UITweek, maar wethouder Everhardt meldde dat er eerst een analyse plaats zal vinden om te kijken wat het beste moment is om de studenten te informeren over zorg. De agenderende fracties vroegen nog om concrete cijfers en data, maar die had Everhardt nog niet. Ook die zouden in de memo gepresenteerd worden.