UTRECHT – “Door het afsteken van vuurwerk te verbieden ontneem je onze vrijheid en traditie”, klinkt er vanuit de partij tegen de stelling ‘Het zelf afsteken van vuurwerk moet verboden worden’. Dit argument wordt direct tegengesproken door de oppositie. “Wat heb je liever? Meer vrijheid of een vinger verliezen?!” Een luid gejoel vult de aula.

Weken lang hebben de leerlingen van havo vier van het Sint Gregorius College gewerkt naar het paneldebat 2017. Afgelopen vrijdagochtend was het dan eindelijk zover. Voor het eerste en tweede debat hadden een aantal leerlingen zich aangemeld, maar het derde en laatste debat werd door alle leerlingen gevoerd.

Terwijl de snoepautomaten flink rammelen stroomt de aula vol met leerlingen. In de docentenkamer wordt er om half twaalf door drie jurerende gasten overlegd waar ze op gaan letten tijdens het debat. Overtuiging, onderbouwing en het gebruik van metaforen vinden zij belangrijk. Tien minuten later wordt het debat geopend door docente Annemarie Twilhaar. “Ga niet om elkaar lachen, want het is super spannend om te gaan staan en je mening te geven dus heb respect voor elkaar”, spreekt zij de leerlingen toe.

Onder leiding van oud docent Joop van Well gaat het eerste debat dan ook echt van start. De stelling: ‘Etnisch profileren moet verboden worden’. Gastjurylid en politieagent Dwight van de Vijver deelt zijn eigen ervaringen met etnisch profileren zowel als ambtenaar in functie als burger. “Trouwens, ik heb mijn telefoon aan staan, want mijn vrouw kan elk moment bevallen”, meldt hij tussen neus en lippen door waarna er een ontroerd geluid de ruimte vult.

Etnisch profileren wil zeggen dat mensen op basis van etnische achtergrond of huidskleur gecontroleerd worden door de politie. Terwijl de stelling herhaald wordt valt er een licht gespannen stilte. Wie zal er als eerste iets gaan zeggen? De eer is aan een jongen op de voorste rij, Tim. Hij maakt duidelijk dat hij het eens is met de stelling en onderbouwd zijn mening met verschillende argumenten. Hierna volgen er meer leerlingen en komt het debat langzaam op gang. Af en toe valt er een stilte waardoor er vragen worden gesteld door juryleden om de discussie op gang te houden. De tegenpartij stelt alternatieven voor om het etnisch profileren te voorkomen. Zo benoemen zij een systeem dat in het Verenigd Koninkrijk al gehanteerd wordt waarbij politieagenten een formulier moeten invullen over hun motieven voor het staande houden van mensen. De oppositie reageert hierop met het argument dat dit systeem niet waterdicht is. “Politieagenten kunnen dan alsnog invullen wat ze zelf willen, dus het heeft geen zin.”

Het eerste debat wordt in verband met de voorbijvliegende tijd al snel afgekapt. De volgende stelling luidt: ‘Jonge criminelen moeten keihard worden aangepakt’. “Ik ben het niet eens met de stelling”, zegt een van de leerlingen stellig. “Harder aanpakken is duurder, maar bijvoorbeeld heropvoeding is effectiever. Hierdoor wordt de persoon beter en kan hij terugkeren in de samenleving.” Het tegenargument dat er gelet zou moeten worden op de behoeften van het slachtoffer volgt. “Dat is wel zo, maar de dader is ook een slachtoffer. Vaak is hij zelf het slachtoffer in een vervelende thuis situatie, denk aan kindermishandeling. Er moet gekeken worden naar de oorzaak!” Uiteindelijk zijn de partijen het met elkaar eens dat jonge criminelen niet alleen hard aangepakt moeten worden, maar ook dat er naar de persoonlijke omstandigheden van de dader gekeken moet worden.

Het laatste debat gaat over het zelf afsteken van vuurwerk. Moet dit verboden worden of niet? Beide partijen maken zich klaar voor een hevige discussie. “Slacht ze Bo!”, roept iemand aanmoedigend naar zijn medeleerling. Nadat de aula weer tot stilte is geroepen begint een felle discussie. Voor- en tegenargumenten vliegen door de bloedhete ruimte heen en door het grote aantal deelnemers vallen er geen stiltes. De vóór-partij belicht voornamelijk de gevaren en het hoge aantal slachtoffers van vuurwerk. De tegenpartij brengt daar tegenin dat iedereen op de hoogte is van de risico’s en er alsnog zelf voor gekozen wordt om af te steken. In plaats van een verbod zouden er meer veiligheidsmaatregelen volgens hen moeten komen. Beide partijen hebben verschillende argumenten voorbereid en zijn niet van plan op te geven.

Een scherpe opmerking komt van Nathan van de vóór-partij. “Dat iemand vuurwerk afsteekt heeft effect op anderen, dus niet iedereen kiest ervoor.” Luid gejoel barst lost uit de groep leerlingen. De tegenstanders van het verbod benadrukken vooral het gevoel van vrijheid om zelf te kunnen doen wat je wil. Zelfs na de opmerking “Liever minder vrijheid dan mijn vinger eraf!” blijven zij voet bij stuk. Een alternatief dat de vóór-partij voorstelt is om vuurwerkshows te organiseren waarbij het vuurwerk gecontroleerd afgestoken kan worden door professionals en omstanders hun keuze kunnen behouden.

“Afschaffen werkt niet, kijk maar naar België! Daar is illegaal vuurwerk legaal en vallen er ieder jaar een stuk minder slachtoffers dan in Nederland. Doordat het niet verboden is zijn mensen er sneller op uitgekeken”, klinkt het laatste argument voor de timer af gaat.

Terwijl de juryleden verdwijnen voor overleg vat van Well het debat kort samen. Daarnaast uit hij zijn lichte teleurstelling over het feit dat het milieuprobleem dat vuurwerk met zich mee brengt niet besproken was.

Al snel keren de juryleden terug met de uitslag van het derde debat. Van de Vijver onthult de winnaar. “Het tegen team heeft volgens ons dit debat gewonnen. Er werd goed onderbouwd en Nathan, jij was echt super scherp”, complimenteert de politieagent een van de leerlingen. De microfoon wordt overgenomen door Twilhaar die de juryleden en van Well bedankt voor hun bijdrage. “Geniet van jullie weekend… en vergeet niet de stoelen weer op z’n plek te zetten.”