Minister Bussemaker van onderwijs, cultuur en wetenschap veroordeelt het declaratiegedrag van Universiteit Utrecht tussen 2013 en 2015. Dat blijkt uit een brief die Bussenmaker afgelopen donderdag aan de Tweede Kamer Stuurde. In de periode tussen 2013 en 2015 zijn er kosten gemaakt waarvan de doelmatigheid en de soberheid in twijfel getrokken worden.

Uit onderzoek van de onderwijsinspectie bleek dat het gros van de declaraties van de Universiteit Utrecht doelmatig was, maar dat er ook enkele kosten zijn gemaakt waar grote vraagtekens achter staan. Het bestuur heeft 13.500 euro aan datagebruik uitgegeven hoewel ze van tevoren konden weten dat het afgesloten mobiele contract te duur zou zijn. Een medewerker van Universiteit Utrecht heeft voor 12.000 euro taxiritjes gemaakt, terwijl hij ook in het bezit was van een lease auto. Verder werden de verkeersboetes van de bestuurder die in het bezit was van de lease auto niet verhaald op de bestuurder zelf. Deze declaraties zijn volgens Bussemaker niet sober.

Er zijn ook oneigenlijke declaraties gedaan waarvan de doelmatigheid onbekend is. Zo hebben de bestuurders van de UU 351 euro aan flessen wijn uitgegeven, is er 3.000 euro uitgeven aan 7 hotelovernaqhtigingen en is er meerdere keren business gevlogen. Deze uitgaves zouden kunnen passen bij het beroep dat de bestuurders uitoefenen, maar dit wordt niet beargumenteerd in een verantwoording.

‘Enkele uitgaves waren niet sober en dat betreuren wij’, verontschuldigde de woordvoerder van de het college van bestuur, Maarten Post zich. Een paar declaraties zijn ook rechtgezet: ‘Het mobiele contract is per direct opgezegd toen de bestuurders er achter kwamen dat het de spuigaten uit liep en veel kosten zijn terugbetaald. 200 Euro van de flessenwijn is gerestitueerd’, aldus Post. De bestuurders van de Universiteit Utrecht en de Raad Van Toezicht hebben duidelijke afspraken gemaakt. Een van die afspraken is dat overnachtingen maximaal 150 euro per nacht mogen kosten. Als het toch niet anders kan, moet dit expliciet beargumenteerd worden en van tevoren goedgekeurd door de Raad Van Toezicht. Dit geldt eveneens voor het businessvliegen.

In dezelfde brief maakt Minister Bussenmaker bekend dat ze graag wil dat Universiteiten en Hogescholen samen gaan werken aan uniforme regels wat betreft declaratie en de verantwoording daarvan. De Raden van Toezicht van de Universiteiten hebben gemeld dat ze samen gaan werken aan een uniforme regeling. Ze streven ernaar de regeling per januari 2018 van kracht te laten gaan. De Hogescholen echter laten het afweten, zij geven aan dat ze niet de intentie hebben om een reglement op te stellen. Zij vinden dit overbodig. Busemaker ‘betreurt’ dit in haar brief aan de Kamer.