Wanda Bazuin is nu sinds een jaar vrijwilliger bij Stichting Haarwensen. Een keer in de maand, rijd ze vanuit Drenthe naar Utrecht om in het pas geopende Princes Maxima Centrum kinderen en hun ouders te begeleiden bij hun haarverlies en bij het aanmeten van hun haarwerken. Een heftige maar dankbare bezigheid.

Afgelopen zomer is het Princes Maxime Centrum in Utrecht geopend. Een nieuw ziekenhuis speciaal voor kinderoncologie, waar zorg en onderzoek gecombineerd zullen worden. Op de begaande grond van het ziekenhuis zijn verschillende organisaties gevestigd die zich in zetten voor kinderen met kanker. En zo ook Stichting Haarwensen, die bij de opening van het PMC zijn eerste haarwensen salon heeft geopend.

Stichting Haarwensen is een organisatie die haarwerken geeft aan kinderen die door chemotherapie hun haar zijn verloren. Per jaar zijn dat zo’n 500 jonge patiëntjes. Het verliezen van je haar heeft vaak een grote impact en met een kaal hoofd kan een kind zich minder zelfverzekerd voelen. Stichting Haarwensen biedt deze kinderen een haarwerk aan, zonder dat daaraan voor hen kosten verbonden zijn. De haarwerken worden gemaakt van echt haar dat door volwassenen en kinderen aan de Stichting gedoneerd wordt en waar zij vervolgens een pruik van maken.

Wanda, een kapster uit Hooghalen, is nu sinds een jaar vrijwilliger bij de organisatie. Toen ze een oproep op Facebook voorbij zag komen, dat de stichting een salon in het Princes Maxima Centrum ging openen, en nog opzoek was naar vrijwilligers, melde ze zich aan. “Ik heb zelf een zieke dochter gehad en weet hoe belangrijk het is dat je op een of andere manier hulp krijgt. Ik vind het fijn om kinderen te helpen en gezien mijn vakgebied leek dit een passende bijdrage.” Wanda zette zich al meerdere jaren in voor de organisatie door; de donoren gratis te knippen en verschillende producten te verkopen waarvan de opbrengst naar de organisatie ging. “Ik merkte dat dat mij zoveel voldoening gaf dat ik meer wou doen. In de Haarwensen salon helpen, sloot goed aan en leek me dankbaar werk.”

In de salon geeft ze kinderen en ouders informatie over het aanmeten van de haarwerken en maakt ze afspraken om de haarweken aan te meten. Daarnaast mogen de vrijwilligers mutsjes uitdelen van de stichting Orange Love en in de ontmoetingsruimte van de salon, mogen kinderen gebruik maken van de aanwezige kaptafels met haarproducten en make-up. “Omdat ik kapster ben, mag ik ook kinderen hun haren afscheren of eventueel korter knippen. Dit om het proces van haarverlies iets minder heftig te maken dan dat ze elke keer hun haren verliezen op hun kussen.”

Intussen komt er een mevrouw de salon binnen die een donatie komt doen. Terwijl Wanda wat noteert legt ze uit dat die mevrouw die ochtend met haar dochtertje langs was geweest. “Een heel mooi klein meisje van 1,5 die eigenlijk uitbehandeld was. Eind vorige week werden ze gebeld dat ze toch nog een behandeling gaan proberen. Als je dan zo’n kindje ziet, raakt dat je enorm. Dit is dus zon verhaal waar je vanavond van moet huilen.”

Wanda ligt toe: “Ik probeer het op dit soort momenten niet zo binnen te laten komen, maar ik weet dat als ik dan straks thuis ben en er wordt gevraagd, ‘hoe was je dag?’ ik wel even moet slikken. Maar op het moment zelf, moet ik dat niet doen. Dat kan niet. Het raakt me wel, maar ik probeer mijn emoties gewoon binnen te houden en voor hun een luisterend oor te zijn.”

“Ondanks dat ik het soms heftig vind, vind ik het super dankbaar werk. Het laat me beseffen wat ik allemaal heb en hoe dankbaar ik mag zijn dat ik gezond ben en dat mijn kinderen gezond zijn. Door hier te zijn en die gezinnen te zien, realiseer je je dat de rest eigenlijk niet zo belangrijk is.”