Een keer per maand voelde ik me verschrikkelijk illegaal. Midden in de maand kwam de huisbaas het geld contact ophalen. Het huis netjes opruimen, gordijnen en deuren dicht en alle alcohol snel op het balkon. Er hing bij zijn bezoek altijd een ongemakkelijke sfeer, die zich het best laat omschrijven als het weerzien van een klasgenoot van de bassischool die je eigenlijk nooit meer wou zien en van wie je niets meer weet behalve zijn voornaam. Het scheelde dat voor zowel ons als de huisbaas de bezoekjes zo snel mogelijk voorbij mochten gaan. Hij wilde het geld, wij wouden weer een maand langer in Utrecht kunnen leven. Wanneer hij wegging nam hij zijn post mee die hij vervolgens tientallen minuten ging lezen in een auto met een draaiende motor. Ondertussen namen wij een biertje om bij te komen, en keken we elke minuut stiekem door het gordijn of hij al weggereden was. Zo ging er weer een maand voorbij.

Onlangs werd bekend dat in Amsterdam tussen de 10 en 20 procent van de sociale huurwoningen illegaal wordt onderverhuurd. Hierdoor ontstaat er nog meer schaarste op de woningmarkt omdat er zo minder woningen vrijkomen voor nieuwe huurders. De Utrechtse SP-fractie vroeg de gemeente naar aanleiding van deze berichtgeving ook een onderzoek naar illegale onderverhuur van sociale woningbouw in Utrecht te doen. De resultaten hiervan zijn nog niet bekend.

Wat ik wel weet is dat ik ooit onderdeel van deze cijfers was. De markt voor studentenkamers is zo verschrikkelijk krap, dat je na een tijdje niet meer terugdeinst voor zulke constructies. Het was een leuk flatje op driehoog. Ik deelde het met een andere student. In het begin voelde we ons nog schuldig over het feit dat het een sociale huurwoning betrof, en dat we hiermee andere mensen dwars zaten die misschien de woning harder nodig hadden dan ons. Langzamerhand vergeet je dat, en praat jezelf aan dat je als student uit het oosten toch niet elke dag heen en weer kan blijven reizen? Je hebt zelf ook recht op een woning. En stiekem was dat illegalen nog leuk ook. Het gevoel dat je er elke dag uit kan worden gezet en daarom jezelf eigenlijk niet mag laten zien in de buurt maakt je rebels. ‘S nachts stiekem een verkeersbord door de wijk mee naar huis slepen wordt extra spannend.

Er waren wel degelijk ook ongemakken. Je post niet in je ‘eigen’ stad kunnen laten bezorgen, voor de verkiezingen heen en weer met de trein naar de plaats waar je staat ingeschreven en de politie niet kunnen bellen als je criminaliteit in de straat ziet. Zonder er bewust naar op zoek geweest te zijn werd ik de gelukkige eigenaar van een nieuwe, legale, kamer. Daarnaast werd ik officieel inwoner van Utrecht.

Aankomende zomer moeten er naast de eerstejaars die op kamers willen nog eens 500 extra studenten op zoek naar een kamer vanwege de sloop van de studentenhuisvestegingen op de Archimedeslaan. Niet iedereen zal een legale kamer kunnen vinden, en de mensen die het niet zo breed hebben ruiken geld. Weer zullen er sociale huurwoningen onderverhuurd worden, en zijn mensen op de wachtrij de dupe.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben hier absoluut geen voorstander van. Maar ik begreep de studenten en ik begrijp de verhuurders. Met een woningtekort op deze schaal roept de gemeente het deels over zichzelf af. Er zijn hordes studenten die gedwongen nog thuis wonen. Ik prijs mezelf daarom gelukkige met een legale kamer, maar stiekem mis ik mijn illegale flatje.