18e-Eeuwse seks, drugs en rock en roll werden gisteravond door Jos Koning en het Speelhuys Ensemble ten gehore gebracht. De tentoonstelling ‘Vieze liedjes op deftige speelklokken’ van Museum Speelklok is gisteren geopend en tot en met 8 april 2018 te bewonderen. Het museum vierde dit gisteravond met een speciale concertlezing over “vieze” Hollandse liedjes.

Een kleine honderd man vult om 21.00 uur de kerkzaal. Een voornamelijk grijs, geverfd of kaal publiek is geïnteresseerd in het concert. Kort wordt uitgelegd dat het idee van de expositie startte door het promotieonderzoek van Marieke Lefeber-Morsman naar 18e-eeuwse deftige speelklokken.

Mensen die driehonderd jaar geleden wat te besteden hadden konden muziek beluisteren via een speelklok. Lefeber-Morsman kwam erachter dat veel melodieën die werden afgespeeld op deze klok werden geassocieerd met pikante teksten. Terwijl dit uurwerk notabene in de woonkamer van de chique burgers te vinden was.

Ik zal mijn rijpe pruim aan geen dronken vent verkopen

Musicoloog en violist van het Speelhuys Ensemble Jos Koning stapt het podium op en stelt de drie andere muzikanten van het kwartet voor aan de zaal. Hij vertelt dat op basis van de verschillende klokmelodieën en bijbehorende teksten, de stukken van vanavond in elkaar zijn gezet. De theorbe, een snaarinstrument met een extreem lange hals dat aan het eind van de 16e eeuw is ontstaan, gespeeld door Martin van Vliet, valt direct op. Daarnaast maken ze gebruik van de barokgitaar, violone, viola d’amore en welbekende contrabas en viool.

Elf liederen worden ten gehore gebracht, met telkens een analyse van de tekst en een korte uitleg van de melodie. Mensen die komen voor een lezing vol vieze verhalen zijn misschien ietwat teleurgesteld. Het Speelhuys Ensemble maakt muziek over de liefde tussen een blinde en zijn beminde, overspel van een heer met een prostituee, Luytje die brakend van de alcohol in het vuur valt, en Amsterdammers die een Rotterdams café verlaten zonder te betalen.

In het opvallende stuk ‘Truytje mijn lief’, een dialoog gezongen door zangeres Felicia van der Maden en Martin van Vliet, verklaart een jonkheer de liefde aan Truytje. Ondanks dat het “schoon” klinkt, komen woorden als magere teef, hoer en stinkende hond, die Truytje in de mond neemt, voor. De zaal kijkt hier echter niet vreemd van op en luistert in alle stilte naar het lied. Ondanks Truytjes woordgebruik beslist ze uiteindelijk met haar minnaar te trouwen.

Als je de muziek van vroeger vergelijkt met dat van nu was het toen echt viezer

Het lied met de lange titel ‘Op het Nieuwe Modeze Haar-zette van de Gemoutonneerde Juffers’ wordt door Koning benoemd als ‘het vieste stuk van de avond.’ De tekst gaat over een vrouw die haar schaamhaar laat scheren. De melodie van dit lied wordt regelmatig op de speelklokken gebruikt. ‘Ik zal mijn rijpe pruim aan geen dronken vent verkopen’, een zin uit ‘Slobbedoes’, een ander lied op dezelfde melodie, zorgt wel voor veel gegniffel en geroezemoes in de zaal.

Het publiek zingt tijdens het laatste lied ‘Adieu schoon Rotterdam’ enthousiast mee. Een vrouw port haar man die uit volle borst meezingt in zijn zij, en maakt duidelijk dat hij moet stoppen. In stilte luistert hij verder naar het stuk, ondanks dat Koning de zaal van tevoren had gevraagd mee te doen.

Na bijna twee uur is het concert afgelopen en Ruben Timmer, projectmedewerker expertmeetings van Museum Speelklok, bedankt de muzikanten met een cd van het museum. Het publiek schuifelt de zaal uit en hier en daar wordt nagepraat over het concert. De algemene indruk lijkt positief ‘al was de zang soms moeilijk te verstaan’, aldus een van de schuifelaars.

Koning doet al langer onderzoek naar “vieze” liedjes. Met een ander trio, Twee Violen en een Bas, speelt hij al dertig jaar volksmuziek van rond 1700. Hij is zich gaan afvragen welke wereld daarachter schuilt en is daar nog steeds mee bezig. Hij publiceert hier regelmatig over en via Marieke Lefeber-Moorsman is hij bij het vieze liedjes project gekomen.

‘Als je de muziek van vroeger vergelijkt met dat van nu was het toen echt viezer’ zegt Koning. ‘Wij hebben altijd geleerd, vroeger was alles netjes en nu niet meer. Dat nette begint pas aan het eind van de 18e eeuw. Er vond een enorme verburgerlijking en versobering plaats. Mensen refereren nu naar de muziek die zich daarna pas ontwikkelde, maar daarvoor was het echt heel anders. En zeg nou zelf, wat is vies?’