De presentator, Erwin Maas, betreedt het podium en heet iedereen van harte welkom. Hij legt uit dat er vandaag wordt gesproken over reizen en herinnert het publiek nog even aan de vorige onderwerpen. Voordat de gasten het podium op komen maakt de presentator eerst nog een rondje in het publiek om hun ervaring te peilen. ‘Om te beginnen, wie houdt er hier van reizen?’ Iedereen steekt zijn hand op. ‘Oke, dat was te verwachten, wie houdt er niet van reizen?’ Het blijft angstvallig stil.

De eerste gast die aan het woord komt is cultureel geograaf Arie Stoffelen, hij is verbonden aan de Rrijksuniversiteit Groningen waar hij onderzoekt doet naar het verband tussen toerisme en regionale ontwikkeling. Hij begint te vertellen over het verschil tussen reizen vroeger en nu. ‘De jaren 70 was de tijd van het massatoerisme. Heel populair waren de zon, zee en strand vakanties. In de jaren 80 werden de gevolgen van dat massatoerisme duidelijk en dus zag je dat het ecotoerisme opkwam. Nu willen mensen steeds verder weg gaan en vaak korte weekendtrips maken.’ Er wordt gevraagd wat toerisme doet voor de ontwikkeling van een stad, als je bijvoorbeeld het Eurovisie Songfestival erbij betrekt. ‘Als je puur economisch naar het Songfestival kijkt, dan draait een stad eigenlijk verlies. Maar we moeten hier een verschil maken tussen groei en ontwikkeling van zo’n stad. Groei is namelijk puur economisch en bij ontwikkeling gaat het om regionale trots en een stukje marketing. En dat is voor veel steden veel belangrijker.’

De tweede gast die aan het woord komt is Sterre Gilsing, ze doet promotieonderzoek naar muziek en fotografie in de Braziliaanse favela’s. Ze legt uit wat slum-toerisme is. ‘Slum-toerisme is dat reisbureau toeristen naar de favela’s brengt en allerlei verhalen vertelt over het leven daar. Dat is het ene uiterste. Het andere uiterste is dat mensen die zelf in die wijken wonen verhalen gaan vertellen over hun leven aan toeristen. Veel mensen zijn geïnteresseerd in die wijken, door onder andere de muziek die uit Brazilië komt.’ Iedere gast heeft een filmpje meegenomen. Het filmpje van Gilsing gaat over een aantal Britse jongens die worden rondgeleid door bewoners van de favelas. ‘Ik vind dit een interessant filmpje omdat hier eigenlijk armoede wordt verheven tot commercieel product. Ik denk dat sommige toeristen echte interesse hebben in de favela’s, dat hoor je niet vaak. Als je naar Rio de Janeiro gaat, willen de meeste mensen op het strand liggen, maar deze mensen willen echt de plaatselijke cultuur ontdekken.’

De laatste gast is cultureel geograaf Martijn Duineveld, hij is verbonden aan Wageningen University en doet onderzoek naar massatoerisme. Hij denkt dat het massatoerisme zo’n groot iets is, dat het probleem alleen opgelost kan worden door een soort wereldbestuur. ‘In vijftien jaar tijd hebben we al die toeristen onze kant opgehaald, dan moet het ook mogelijk zijn om ineens te stoppen. Niet bij alle landen in de wereld lukt dat, maar bij Nederland kan dit wel. Onder andere door marketing en duurdere vliegtickets kun je dit probleem aanpakken.’ Het filmpje dat Duineveld heeft meegenomen is een promotiefilmpje over Vlaanderen. Hij zegt hierover: ‘In het filmpje worden vragen gesteld, die daarna niet meteen beantwoord worden. Als je bijvoorbeeld kijkt naar het Wereldkampioenschap voetbal dat in 2014 in Brazilië werd gehouden. Opeens werden er allemaal zwaarbewapende, speciale politieagenten neergezet in de favela’s om maar veiligheid uit te stralen. Als je een voetbaltoernooi in je land nodig hebt om je problemen op te lossen, dan gaat er iets niet goed in je land. Dan heb je een structureel probleem. Ik kaart het onderwerp hier aan, omdat het te maken heeft met toerisme. Want zo’n groot toernooi is dé manier om je land op de kaart te zetten voor toeristen. En als je allemaal politieagenten gaat inzetten, terwijl die er normaal niet lopen is, gaat er dus iets mis.’

Er wordt afgesloten met een vragenrondje en stipt om tien uur vertrekt iedereen weer naar huis.