De studenten Mees Gerkema (19) en Vincent van Gorkom (21) van de HKU investeren hun ‘stufi’ (studiefinanciering) om het uitgaansleven in Utrecht te verrijken en een podium te geven aan jonge kunstenaars.

Ze organiseren onder andere het hiphopfeest La Cassette, waar opkomende dj’s en mc’s optreden. Ze willen hiermee hiphop in Utrecht op de kaart zetten. De tweede editie vindt 29 november plaats. Daarnaast staat de tweede editie van ‘The Postroom’ op de avond van 23 november gepland in Utrecht. Tijdens het feest exposeren jonge creatievelingen hun kunst, in alle vormen. En dit is pas het begin, deze gedreven jongens hebben nog veel meer voor Utrecht in petto.

“De uitgaansscene in Utrecht kon wel een make-over gebruiken.”

 

Wat zijn jullie drijfveren geweest om dit soort evenementen te organiseren?

Mees: “We vonden het uitgaansleven in Utrecht alle twee een beetje saai, we misten hiphop, dus dat was sowieso een drijfveer om iets te ondernemen. We zochten ook een plek voor onszelf. Bovendien ben ik de studie Kunst & Economie begonnen om echt iets te bereiken. Er waren weinig mensen op de studie die gelijk dingen wilden ondernemen. Toen kwam ik in het eerste jaar Vince tegen en die had dezelfde insteek als ik, dus op die manier hebben we elkaar snel gevonden.”

Vincent: “We leren op school best veel, maar ik leer veel meer van de praktijk. Dat was sowieso een reden om dit soort evenementen te organiseren. En zoals Mees al uitlegde, doen we dit ook om een plek voor onszelf te creëren en Utrecht gewoon wat toffer te maken. De uitgaansscene kon wel een make-over gebruiken. In Utrecht wordt wel hiphop muziek gedraaid, maar ik vind dat het erg commercieel wordt aangepakt door de clubs. Ze spelen handig in op de hype rondom dit genre. Ik denk niet dat je die “hiphop muziek” kan vergelijken met die hiphop muziek van vroeger die wij gebruiken. Ik denk dat wij daarin een vreemde eend in de bijt zijn, door gewoon echt naar de essentie van hiphop te gaan.”

“Hiphop was schaars.”

 

Mees: “We doen het meer voor Utrecht en voor alle mensen om ons heen. We willen sowieso mensen bij elkaar brengen, want het is in Utrecht best ‘divided’. Ik kom uit Maarssen en daar had ik al sterk het gevoel dat ik hiphop miste in het uitgaansleven. Je hebt alleen een paar kroegen waar veel muziek als “Leef” van André Hazes wordt gedraaid. Ik ben daar zó klaar mee. Voor hiphop was in Maarssen niet echt plek, hiphop was schaars.”

Vincent: “Grappig, ik heb het juist andersom. Ik kom uit Rotterdam, dat is gewoon het epicentrum van het uitgaansleven in Nederland, haha! Nee, grapje, in Rotterdam heb je gewoon hele toffe hiphop feestjes en ik mis die sfeer wel in Utrecht. Je hebt hier genoeg mensen die weten dat het uitgaansleven veel meer diepgang kan hebben, zoals Rotterdam en Amsterdam dat bieden. Daarom wil ik die sfeer ook in Utrecht brengen en de stad op de kaart zetten.”

 

Waar komt die passie voor hiphop vandaan?

Mees: “Ik begon op m’n elfde met drummen, dus toen was ik al muzikaal ingesteld. Al snel ging ik richting hiphop, omdat ik een heel vette band had ontdekt; “The Roots”. Ze speelde hele toffe en brute hip hop songs en de drummer was de frontman, hij legde ook alle interviews af. Via de band ontdekte ik andere hiphopartiesten. Toen ik wat ouder was ging ik in de keuken werken. Een van de chefs daar was Myron, hij heeft mij een beetje wegwijs gemaakt in de wereld van hiphop. We luisterden eigenlijk altijd alleen maar hiphop en kregen een hele goede band samen. Dus terwijl wij de steaks bakten en de pannenkoeken flipten, waren we gewoon samen hip hop songs aan het rappen. Haha, zieke chaos op het terras verder, maar wij hadden het wel leuk.”

“Shit die je gewoon niet hardop durfde te rappen.”

 

Vincent: “Mijn story met hiphop begon denk ik toen ik twaalf was en voor het eerst luisterde naar de Rotterdamse rapper Winne. Hij rapte Nederlandstalig en ik vond hem tekstueel zo ‘fucking’ goed. Het was rauw, van die ‘shit’ die je gewoon niet hardop durfde te rappen op die leeftijd. Ik vind hem nog steeds een van de beste artiesten van Nederland. Hiphop is zo echt en controversieel. Je trapt daarmee ergens tegenaan. Soms is het ook wel stoere praat, zelf ben ik meer van hiphopteksten die echt ergens over gaan, het moet draaien om de inhoud. De verhalen die in zulke nummers verteld worden, klinken zo puur en echt. Daar is mijn liefde voor hiphop echt begonnen.”

“Mijn ideeën kwamen zonder Mees nooit van de grond.”

 

Mees en Vincent
Foto: Pleun de Ruiter

 

Hoe hebben jullie elkaar eigenlijk gevonden?

Mees: “Een van de eerste schooldagen raakten we met elkaar in gesprek en had Vince het als snel over zijn plannen en ideeën. Ik kon die motivatie wel vinden en was wel ‘down’ om samen iets te ondernemen.”

Vincent: “We kwamen er al snel achter dat we dezelfde interesses en ambities hadden. We hebben daarna een keer drie uur lang in een café gezeten en allemaal ideeën uitgewisseld, dat was de eerste keer dat we echt een connectie met elkaar hadden. Ik wist toen dat ik iemand had gevonden waar ik echt dingen mee kon ondernemen. Mees en ik zijn een goede combi. Ik heb zelf altijd veel ideeën, maar die kwamen eerder nooit van de grond. Ik ben echt een dromer.”

Mees: “Ik ben meer een realist. Ik kan wel meegaan in abstracte ideeën of een gekke mindset, maar daarna kijk ik wel naar wat echt haalbaar is.”

Vincent: “Ons eerste event, “The Postroom” ging niet om hiphop, maar puur om onze ambitie achterna gaan. We wisten ook niet waar we samen aan begonnen waren, maar gelukkig heeft het goed voor ons uitgepakt. Toen is het echt een sneeuwbaleffect geweest. Zonder die goede samenwerking waren onze plannen en uitvoeringen niet steeds groter geworden. Ik heb heel veel aan Mees, hij is die guy die zegt: “En nu gaan we het gewoon doen.” Zonder hem blijf ik veel te lang in de denkfase hangen.”

Mees: “Vince komt altijd met een soort basisidee en daar kan ik vaak makkelijk op ingaan. We kunnen ook heel goed sparren samen en dat is super chill, want zo komen we ook op de vetste ideeën. Vince is ook gewoon een hele motiveerde kerel en altijd wel energierijk, dat heb ik af en toe ook wel nodig.”

“Volgend jaar zijn we miljonair.”

De jongens hangen posters op in de stad om ‘La Cassette’ te promoten
Foto: anoniem

 

Wat hopen jullie nog te bereiken?

Vincent: “Volgend jaar zijn we miljonair!”

Mees: “Haha, ja was het maar zo. We willen ooit wel op een punt komen dat we genoeg geld hebben om alles te kunnen doen wat we willen op het gebied van creatieve productie. Dus genoeg kapitaal hebben om te investeren in onze ideeën en uitvoeringen, in plaats van dat we nu zelf al het kapitaal moeten fixen.”

Vincent: “Het is tof om dingen voor andere mensen mogelijk te kunnen maken zonder de hele tijd te struggelen met geld. Ons doel is om alle ideeën die we hebben, te kunnen realiseren.”

“We willen jonge artiesten een steuntje in de rug geven.”

 

Met welk geld investeren jullie dan op dit moment in jullie ondernemingen?

Allebei: “Stufi!”

Mees: “Ja, serieus. De winst gaat ook steeds in onze nieuwe events. Maar ons doel is ook echt om andere artiesten te helpen, door in ze te investeren.”

Vincent: “We willen uiteindelijk een uitzendbureau voor jonge kunstenaars worden. Zodat bedrijven of festivals hen kunnen boeken via ons. We hopen ooit een breed assortiment aan kunstenaars te hebben.”

Mees: “We willen hen een steuntje in de rug geven en helpen ontwikkelen. Jonge kunstenaars weten niet altijd hoe ze hun idee moeten aanpakken. Wij kunnen dan helpen door mee te denken en advies te geven.”

Vincent: “Het is een win-winsituatie. Voor Mees en mij is het superleuk om met jonge artiesten te werken en wij proberen een inkomen voor hen te genereren. Dus we helpen elkaar in onze ambities. Zij hebben hun talent en wij helpen hen. Tja, wij kunnen niet rappen.”

Mees: “Haha, hij probeert het wel nog steeds.”