Na Delft is het in Utrecht het slechtst gesteld met de huisvesting voor studenten, dat blijkt uit een rapport van de Landelijke Studentenvakbond (LSVB). De bond stelde op basis van verschillende onderdelen een ranglijst op. Utrecht behaalde 21,5 van de 45 punten, Enschede scoorde met 28 punten het best.

De jury uit kritiek op de hoge kosten die een particuliere huurder maakt wanneer hij kamers wil verhuren. De vergunning die daarvoor nodig is – de omzettingsvergunning – is duur en moeilijk te krijgen. Positieve punten zijn er ook: de LSVB looft het meldpunt dat studenten in bescherming neemt tegen de verhuurder. Bovendien stelde de gemeente een actieplan op waarin afspraken zijn gemaakt over het bouwen van nieuwe studentenwoningen, de LSVB merkt op dat de Hogescholen en Universiteiten daarbij niet worden betrokken.

Verantwoordelijk wethouder Kees Diepenveen laat weten dat de regels voor het omzetten van een gewone woning naar een studentenwoning onvermijdelijk zijn: ‘ Ze zijn bedoeld om te zorgen voor kwalitatief goede woningen en om de leefbaarheid van een buurt te beschermen.’ De Universiteit Utrecht meldt op haar beurt ‘alle zeilen bij te zetten’. ‘Iedereen beseft dat een structurele oplossing van het huisvestingsvraagstuk een kwestie van de lange adem is’, zo zegt beleidsmedewerker Lenn Lamkin. ‘Maar we zetten alles op alles om onze gasten een goede ontvangst te bezorgen. Bij de werving en aanmelding besteden we daarom heel veel aandacht aan voorlichting over het vinden van een kamer. En wijzen we op het belang van zelfstandig en heel op tijd  – ruim voor de zomervakantie – op zoek gaan.’