Het is woensdagavond, en tijd om het acht uur journaal te kijken. Het is een uitzending met uiteenlopende onderwerpen. Van te weinig politieagenten tot laadpaalklevers. Maar ook docenten die zich steeds vaker geïntimideerd voelen, en dan vooral op middelbare scholen. Dat laatste wekt mijn interesse, want uit een onderzoek blijkt dat vooral docenten uit het vmbo-onderwijs hier te maken mee hebben. Hoe was dat eigenlijk bij mij op school?

Toen ik jaren geleden mijn schooladvies kreeg, werd het mij aangeraden om een school te kiezen waar ik vmbo-kader kon gaan doen. Het aantal punten uit mijn toets had volgens mijn juf de meeste overeenkomsten met het kaderniveau. Ik weet nog dat ik er alles aan heb gedaan om dat advies om te draaien, want wat voelde ik mij dom. Uiteindelijk mocht ik toch nog de vmbo-theoretische leerweg volgen, oftewel mavo. Dat was een enorme opluchting, omdat ik het gevoel had dat mensen me dan in ieder geval niet zouden wegzetten als dom of een ongeïnteresseerd, niet leergierig meisje. Hoe vaak ik de term ‘typisch vmbo’ertje’ wel niet door mensen heb horen zeggen, is niet op twee handen te tellen.

Laat ik als ‘vmbo’er’ voorop stellen dat ik een onwijs boeiende schooltijd heb gehad. Inspirerende docenten, fijne klasgenoten en inhoudelijk goed onderwijs hebben er voor gezorgd dat ik mezelf heb kunnen ontwikkelen. Net als op elke school heb je te maken met docenten met wie je geen klik hebt of medeleerlingen die je buiten schooltijd niet spreekt, omdat je simpelweg niet dezelfde interesses deelt. En ja, sommige docenten of leerlingen hebben een gebruiksaanwijzing of minder prettige werkhouding. Maar is dit iets wat je aan niveau moet of kunt koppelen?

Nadat ik op het NOS journaal hoorde over de docenten die zich vooral in het vmbo-onderwijs geïntimideerd voelen, open ik mijn Facebook. Ik zie verschillende oud-docenten waar ik mee bevriend ben berichten plaatsen over de wijze waarop verschillende media-platformen dit onderzoek presenteren. Wanneer vmbo-scholen op het nieuws verschijnen is het vrijwel altijd negatief. Ik kan mij geen nieuwsitem bedenken waarbij er iets positiefs werd of wordt gezegd. In tegenstelling tot andere niveaus. De start van het examen ‘Latijn’ bijvoorbeeld. Leuk nieuws, maar vaak zijn de examens van de vmbo-leerlingen dan allang begonnen. De keuze om bepaalde nieuwtjes wel of niet in de media te delen draagt wel bij aan het beeld dat aan de burger wordt getoond.

De NOS heeft de toon gezet door ervoor te kiezen om het item af te sluiten met: ”docenten op een vmbo-basis of kaderschool hebben meer kans op fysiek geweld dan docenten op een havo of vwo-school”  Waar de nadruk gelegd kan worden op geweld tegen docenten in het algemeen, wordt dit nu gelegd op vmbo-scholen.

Pissig als ik ben, ga ik opzoek naar de cijfers van het door Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) uitgevoerde onderzoek. Wat blijkt, er zijn 1.124 docenten uit het voortgezet onderwijs gevraagd om een, uit 45 vragen bestaande, enquête in te vullen.

Gemiddeld geven de docenten hun sociale veiligheid een rapportcijfer van 7,8, tegenover een 8,6 in 2015. Best een verschil inderdaad. Docenten die lesgeven op vmbo-basisniveau geven hiervoor gemiddeld een 7,1. Docenten die lesgeven op de twee hogere vmbo-niveaus geven gemiddeld zelfs een 7,8. Docenten die op havo of vwo-niveau doceren komen uit op een 8,0. Als ik zo naar deze cijfers kijk, geeft mij dat een totaal ander beeld dan wat de NOS en DUO mij schetsen. Zeker de kader en theoretische leerwegen van het vmbo zijn maar twee tiende punt verwijderd van havo en vwo.

Ik ben de laatste die beweert dat geweld er niet is, want het bestaat wel degelijk. Het lijkt mij zeker zinvol om te gaan zoeken naar oplossingen waardoor docenten zich veilig voelen en leerlingen minder noodzaak voelen om geweld te gebruiken. Maar denk volgende keer ook even aan de ”vmbo’er” die zich vaak onterecht moet verdedigen voor zijn of haar niveau.