De feestdagen zijn achter de rug en veel ouders gaan met hun kinderen een dagje naar Winterpret in het Universiteitsmuseum. Elke dag in de vakantie organiseert het bedrijf experimenten om kinderen te leren over de winter. ‘s Ochtends vroeg om 10 uur gaan de deuren van het museum open. Het is nog vrij rustig en de medewerker achter de kassa rekt zich nog even uit. “Het is een rustige dag”, zegt ze nog even tegen haar collega terwijl op dat moment de eerste bezoekers binnenkomen. Het is een oma die met haar kleinkind graag komt kijken naar alle bezienswaardigheden in het gebouw.

Tijdens de kerstvakantie kunnen kinderen alles leren over dieren die in de winter moeten overleven. Ook kunnen ze een hoop experimenten doen over de winter, zoals het onderzoeken van verschillende vloeistoffen. Het doel van de dag: kinderen ook in de vakantie laten leren over de wetenschap. Natuurlijk mogen de bezoekers ook naar de rest van het museum, zoals naar de expositie ‘tot op het bot’, waarbij je kunt kijken naar het skelet van dieren. Daar beginnen de eerste bezoekers. Terwijl de schoonmakers het gebouw nog aan het schoonmaken zijn, lopen steeds meer bezoekers door het museum.

Vanaf 11 uur is iedereen welkom in de Educatieruimte. Daar leren kinderen alles over vloeistoffen. “In de winter is het erg koud en dan bevriest het water. Maar niet elke vloeistof bevriest als het 0 graden is”, vertelt een medewerker aan de kinderen. Verschillende vloeistoffen worden onderzocht door de kinderen en ze mogen raden welke vloeistof bevriest en welke niet. Om dat te weten te komen, worden verschillende buisjes met vloeistof uit een vriezer gehaald om te kijken of bijvoorbeeld alcohol nog bevroren is of niet. De medewerker legt uit waarom niet elke stof bevriest. Kinderen reageren verbaast en kijken aandachtig.

De Grote Vergaderzaal gaat inmiddels ook open. Daar wordt samen met een publieksbegeleider onderzocht hoe dieren zich in de winter warm houden. In de zaal hangt een aantal dierenvachten. Op die manier kan de begeleider een goede voorlichting geven. Hij legt uit dat vogels veren hebben om zich warm te houden, maar een olifant heeft dat niet. “Een olifant heeft een soort kuiltjes in zijn lichaam. Dat noem je groeven. Die groeven zorgen er niet voor dat een olifant warm blijft, maar juist koud!”, vertelt de begeleider enthousiast. Zelfs alle ouders staan vol bewondering te kijken. Twee moeders fluisteren naar elkaar: “Zelfs dit wist ik niet. Dit vinden die kleine kids vast leuk.”

Hanke (10) vertelt dat ze enorm veel van dieren houdt en dat ze het leuk vindt dat er zoveel over dieren wordt verteld. “Thuis heb ik een hond waarmee ik heel vaak speel. Hij zal het wel warm hebben in ons huis met zijn vacht”, vertelt ze vol trots.

Veel kinderen lopen na de onderzoeken ook nog even naar het Jeugdlab. Daar kunnen ze nog wat proefjes doen waarbij ze elk zintuig moeten gebruiken. Zo leren ze bijvoorbeeld, door een model oor,  hoe mensen geluiden kunnen horen. Op de gang hangt nog een grote tong die nep is, maar wel als een echte tong voelt. Veel kleintjes voelen en trekken er aan, maar veel ouders reageren boos, omdat je er niet aan mag hangen.

Na een geslaagde dag in het museum zijn de kinderen moe van al dat gespring. De ouders verlaten het gebouw met een opluchting. “Zo nu kan je wel weer even rustig doen.”