Kerst draait voor de meeste mensen om kalkoen eten, schoonfamilie onder ogen komen en de tekst van Last Christmas meebrullen. Maar het kan ook anders, dat bewijst het verhaal van mevrouw Verkuyl. Zij vierde 20 jaar geleden voor het laatst kerst met haar man en heeft heel goede herinneringen aan Kerstmis dat jaar. Na dat jaar is kerst volledig veranderd voor haar.

Naam: Mevrouw Verkuyl
Leeftijd: 76 jaar
Beroep: Gepensioneerd

‘De laatste kerst met mijn man was heel mooi. Hij was op jarig op 2 december. Dat was dus al een feest, en toen hoorde hij die maand, zo’n 20 jaar geleden, ook nog dat hij voor 80% genezen was van kanker. Natuurlijk was dat fantastisch nieuws, en de eerstvolgende kerst was voor ons dus heel bijzonder. We besloten het groots te vieren en nodigden familieleden, vrienden en kennissen uit, dus we zaten met een mannetje of 30. We huurden tafels en stoelen, en er is natuurlijk best een borreltje gedronken. We gingen kaarten, vertelden verhalen over vroeger, over hoe leuk we het wel niet hadden toen de kinderen klein waren, over de cadeautjes… En er werd veel gegeten, tot in de late uurtjes. Dat was echt wel een heel bijzondere en gezellige kerst. Toen leefde mijn zoon ook nog, dus we waren helemaal compleet. We hebben die kerst met z’n allen samen meegemaakt.

‘Maar na een half jaar was de vreugde weg. Toen kreeg mijn man te horen dat de kanker was uitgezaaid, en dat hij niet meer te genezen was. De daaropvolgende kerst was hij er niet meer bij…

‘Dat jaar was kerst niet veel aan. Ik heb geen boom gezet en normaal kwamen m’n kinderen altijd, om te eten, maar dat heb ik ook niet gedaan. Daar stond m’n hoofd helemaal niet naar, om iedereen uit te nodigen. En er bleef een stoel leeg…

‘Dus toen ben ik naar m’n vriendin gegaan, die woonde in Loosdrecht. Ik zat er wel, maar voor mij was het geen kerst. Ze had een kroeg en daar gingen we toen een potje kaarten, klaverjassen. Wat tijdverdrijf, dus dan kon je je gedachten op wat anders zetten. Dat was altijd wel lekker. Ik heb kerst sindsdien vaker bij hun in de kroeg gevierd. Dan nodigden zij alle familieleden en allemaal kennissen uit. Ja, dan zat je daar met 40 man. Dat was altijd wel gezellig, want je was eruit.

‘Maar thuis heb ik het nooit meer gevierd, na het overlijden van mijn man. Na verloop van een paar jaar heb ik wel weer een kerstboompje neergezet, maar ik vond het te confronterend om het thuis te vieren. Die stoel van m’n man bleef leeg, en even later ook nog de stoel van m’n zoon…

‘Het lijkt wel alsof mijn man met zijn dood alles heeft meegenomen. Het samenzijn, ook van de kinderen. Het hele gezin is uit elkaar gevallen. Mijn man was echt de spil van het gezin eigenlijk. Dat is heel raar, maar het was zo. En dat besefte je je niet toen je nog jong was en toen het er allemaal nog was, maar nu je ouder wordt, denk je: toch was dat zo, hij was echt de spil van het hele gezin. Hij regelde alles, en… het was toen ineens allemaal weg. Ik zou wel graag de klok zoveel jaar terug willen draaien, echt. Ja, dat zou ik wel willen, maar dat kan niet.

‘De maand december is een maand die me veel doet. Ook omdat m’n man altijd jarig was in december. En toen viel, na mijn man en mijn zoon, m’n moeder ook nog weg, een paar jaar later, in augustus. Dan ga je de stoelen weer tellen, en dan zijn het drie stoelen die leeg zijn. Nou was m’n moeder wel op leeftijd, maar ja, in de maand december denk je toch aan al die dingen. Ik vind het eigenlijk een verschrikkelijke maand, sinds het overlijden van mijn man, en ik zie er altijd heel erg tegen op. Ik heb ook nooit meer uitnodigingen gedaan met kerst. Ik zette wel kleine kerstboompjes op, maar geen echte kerstboom meer. Meestal ging ik met kerst naar m’n vriendin, of ik ging naar één van de kinderen.

‘Deze kerst is de eerste kerst dat ik hier, in Transwijk Woonzorgcentrum, ben. Op kerstavond komt m’n kleindochter, en daar zou ik mee uit eten gaan. Maar ik zei: ‘Nou, anders gaan we een keertje naar het casino, dan gaan we daar een sateetje eten, en misschien wil je dan wel een klein gokkie wagen.’ En dat vindt ze prachtig, m’n kleindochter. Dan zegt ze: ‘Oma, dat vind ik zo leuk’, dus ik zei: ‘Nou, dan gaan we dat een keertje doen.’ Dat is wel iets om naar toe te leven. Daarna heb ik op eerste kerstdag hier een kerstbrunch, dus dan ga ik niet weg, want dat is ’s middags. En op tweede kerstdag ga ik naar m’n oudste zoon, maar dan ga ik niet de hele dag, want dat houd ik niet uit, dat is te vermoeiend. Dus daar ga ik ’s middags heen en dan brengt hij me ’s avonds weer naar huis.

‘En dan zeg ik ook: ‘Je moet je zelf er maar op instellen, want het is niet anders.’ Je moet er zelf maar wat van proberen te maken, al heb je wel je kwaaie dagen ertussen natuurlijk. Dan denk ik: nou, ik zal blij zijn als het 1 januari is, en december voorbij is. Weer een nieuw jaar. En je moet maar zo denken: ik ben niet de enige die alleen is, er zijn nog duizenden andere mensen, die net zo zitten als ik. Dat is gewoon zo, dat is niet anders. Maar we proberen er toch maar wat van te maken, hè?’