Kerst draait voor de meeste mensen om kalkoen eten, schoonfamilie onder ogen komen en de tekst van Last Christmas meebrullen, maar het kan ook anders. Dat bewijst het verhaal van Jan Zwart (66). Rond de kerst van 2003 ging het namelijk helemaal mis met de zoon van van Jan.

Naam:               Jan Zwart
Leeftijd:            66 Jaar
Beroep:             Gepensioneerd

‘Een groot gezin, vijf zonen, het is echt schitterend. Onze oudste zoon is André. Hij is dit jaar veertig geworden. Over hem gaat dit kerstverhaal. Rond de kerstperiode van 2003 ging het helemaal mis met André.’

‘André is een reislustig persoon. Hij is het gewend om te reizen en wonen in andere werelddelen. Toen hij klein was hebben we in Ecuador en in Colombia gewoond, omdat ik daar voor mijn werk vloog. Ik vloog naar slecht bereikbare gebieden toe om de mensen daar te voorzien van hulp.’

‘Maar goed, kerst 2003. Dat jaar is voor ons het meest spannende jaar geweest.  Op dat moment was André 26 jaar en net afgestudeerd voor de studie Antropologie in Amsterdam. André voelde zich al een tijdje niet fit. Hij had vaak last van nachtzweten en met zware dingen tillen kreeg hij snel last van zijn schouders. We hebben de dokter bezocht, maar hier kwam weinig uit. André is toen, met enige klachten, maar met weinig zorgen naar Californië gegaan om daar een project te doen.’

‘Op maandag ochtend, 3 november, belde André ons op uit Californië. Hij was daar toen ongeveer twee weken. Mijn vrouw en ik moesten van André even gaan zitten. André vertelde ons dat hij was flauwgevallen en meteen was opgenomen in het ziekenhuis. Al vrij snel kwam het naar voren: Leukemie. Zijn hele lichaam zat ermee vol. ‘Ik kom je halen’ is wat ik direct tegen André zei. Op 4 november, een dag na het telefoontje, ben ik naar Amerika gevolgen. Toen ik aankwam in het ziekenhuis zag ik het al, hij was hartstikke ziek. De dag daarna zijn we teruggevlogen naar Nederland en daar werd André meteen opgenomen in het ziekenhuis.’

Onderzoek naar onderzoek volgde, maar ondertussen ging André zich alleen maar slechter voelen. Chemokuren, bestralingen en medicijnen. Alles werd eraan gedaan om André beter te maken.  Er kwam licht in de tunnel toen wij te horen kregen dat André geen acute leukemie had, maar chronische leukemie. Deze vorm van leukemie zou beter behandelbaar zijn. Het ziekenhuis is opzoek gegaan naar een donor binnen onze familie, om een stamceltransplantatie uit te kunnen voeren.’

‘De feestdagen braken inmiddels aan, maar de gezondheid van André ging er nog steeds niet op vooruit. De chemo sloeg niet goed aan en de weerstand van André was heel erg laag. Op 5 december moest ik met spoed naar het ziekenhuis komen. Eenmaal in het ziekenhuis aangekomen vertelde André mij dat hij Jezus aan zijn bed zag staan. Jezus met een kaal kindje en een bijtende wolf. Ik dacht: Hij gaat dood. Jezus komt hem halen. Ik merkte dat het bergafwaarts ging met André en ik heb vrienden van de protestante kerkgemeenschap gebeld en gevraagd of zij voor hem wilde bidden. Dit hebben zij gedaan. De dagen daarna ging het beter met André en de chemo sloeg aan. Of dit kwam door het bidden weet ik niet.’

‘Op 1 december mocht André naar huis. Rond de kerst kregen we het nieuws dat er een geschikte donor gevonden was voor een stamceltransplantatie: De broer van André, Martijn. De transplantatie zou plaatsvinden in het UMC in Utrecht en daar leerde André een hele betrokken secretaresse kennen. Ze kwam vaak aan zijn bed om even te kijken hoe het ging. Op 30 december was het dan zover, de stamceltransplantatie vond plaats en sloeg aan. Het herstel van André kon beginnen.’

‘Nu staat André weer volop in het leven en is hij getrouwd met de betrokken secretaressen uit het UMC Utrecht. De kans dat André kinderen zou krijgen was nihil geworden door alle chemo’s en bestraling, maar het is toch gelukt. André heeft samen met zijn vrouw vier prachtige kinderen op de wereld gezet.’

‘De feestdagen zijn sindsdien niet meer zoals vroeger. We staan altijd stil bij de periode uit 2003.’