Habiba Chrifi-Hammoudi is genomineerd als Sociaal Werker van het Jaar 2018. Chrifi is werkzaam bij Steunpunt Mantelzorg van Utrechtse welzijnsorganisatie U centraal en zet zich in voor zwaar overbelaste, migranten mantelzorgers die niet goed de weg weten te vinden in de beschikbare hulp. Chrifi is voorgedragen door samenwerkingspartner Ellen Visser van Taal doet meer. Naast Chrifi zijn er nog twee andere kanshebbers genomineerd. De winnaar zal op 14 maart, de Dag van de Sociaal Werker, bekend worden gemaakt. De winnaar is in 2018 een jaar lang ambassadeur van het sociaal werk.

In het U centraal kantoor aan de Kromme Nieuwegracht bevindt Habiba Chrifi-Hammoudi zich op haar kantoor. Ze komt om in het werk maar wil graag even tijd maken. Chrifi is consulent van het Steunpunt Mantelzorg Utrecht en coördinator van het AMWAHT-project, dat staat voor Alle Mantelzorgers Werken Aan Hun Toekomst. In dit project zijn mantelzorgers door Chrifi opgeleid om zogeheten ‘lotgenootgroepen’ te organiseren, te helpen en te begeleiden. Deze lotgenootgroepen worden door heel Utrecht georganiseerd, zo waren er in 2017, elf lotgenotengroepen in verschillende wijken. Het programma van deze lotgenootgroepen duurt één jaar waarin er wekelijks bij elkaar wordt gekomen. De groepen bestaan uit acht tot tien migranten dames die thuis de zorg dragen van een kennis of familielid. ‘De bedoeling van de lotgenootgroepen is dat deelneemsters met een soortgelijke situatie met elkaar kunnen praten. Het mantelzorgen voor een familielid kan erg veel eisen van een mantelzorger. Om te voorkomen dat mantelzorgers in een isolement raken, is het belangrijk dat zij ook andere activiteiten hebben.’ De bedoeling van de AMWAHT-lotgenootgroepen is dat deelneemsters zich welkom voelen en even vrij zijn van haar zorgvrager. Ook wordt tijdens de bijeenkomsten opgedane kennis overgedragen. In de groepen worden er taboes doorbroken en de vrouwen leren om voor zichzelf op te komen.  Afgelopen jaar volgden een aantal AMWAHT-lotgenootgroepen naast het reguliere programma ook het programma Gezonde Taal van taal instantie Taal Doet Meer. In dit programma kunnen deelneemsters aan de hand van lesbrieven de Nederlandse taal meer toe eigenen. ‘Ik zie dit project als mijn kindje, ik ben er jaren druk mee geweest. Al voor ik begon bij U centraal was ik al bezig om een opleiding voor mantelzorgers op te starten, aldus Chrifi.

In Nederland zijn er veel Turkse en Marokkaanse vrouwen die de zware taak van mantelzorgster alleen dragen. ‘In veel families is het vanzelfsprekend dat de taak van verzorging wordt opgenomen door de vrouw. Rond verzorgingstehuizen hangt een groot taboe in de Marokkaanse en Turkse cultuur. Ik merk dat thuiszorg en de dagopvang langzamerhand meer worden geaccepteerd, maar ouderen worden bijna nooit in een verzorgingstehuis geplaatst’, Vertelt Chrifi.  Bovenop het taboe dat er hangt op het overdragen van zorg, heerst er in de migranten gemeenschap vaak een onbegrepen gevoel dat onder anderen voortkomt uit een taalbarrière. ‘Migranten mantelzorgers zullen niet snel hulp vragen, en weten vaak niet waar zij terecht kunnen. Zij hebben het gevoel dat ze niet worden begrepen en vragen daarom niet om de nodige hulp.  Bij deze vrouwen is het belangrijk om hun vertrouwen te winnen, sommige vrouwen beginnen heel timide aan de lotgenootgroepen. Pas na een paar bijeenkomsten zie je dat deze vrouwen uit hun schulp kruipen. Door met andere mantelzorgers te praten, worden ze assertiever en komen ze beter voor zichzelf op. Zij zien dat er meer vrouwen in een vergelijkbare situatie zitten.’ Chrifi merkt onder de migranten vrouwen een emancipatie opkomen en zou dit in sommige opzichten ook graag bij de mannen zien. ‘Mannen zijn deze vrouwenemancipatie niet gewend en dat botst soms. Ik zou graag zien dat mannen mee worden genomen in het emancipatieproces van de vrouwen. De taakverdeling van het mantelzorgen zou gelijker kunnen. Zo heeft de vrouw meer tijd voor rust en eigen ontwikkeling en is de zorg beter vol te houden. De migranten mantelzorgers zijn nu voornamelijk vrouwen. Ik denk dat dit over een paar jaar anders kan zijn.’

Habiba  Chrifi is niet veel anders gewend dan het mantelzorgen, al vanaf kleins af aan zorgde en vertolkte zij voor haar zieke moeder. Na het trouwen met haar man heeft Chrifi haar schoonvader verzorgd die aan Parkinson leed. Na diens overlijden werd bij Chrifi’s schoonmoeder Alzheimer, wat een steeds groter wordend probleem is binnen de migranten gemeenschap, geconstateerd.  Zo heeft Chrifi ook haar schoonmoeder verzorgd.  Naast het mantelzorgen volgde Chrifi meerdere post-HBO opleidingen voor maatschappelijk werk. ‘Ik heb eigenlijk stage gelopen bij mijn eigen familie’ vertelt Chrifi hierover. ‘Ik heb altijd hulpverlener willen worden. In Zundert, waar ik ben opgegroeid, was ik onbewust mantelzorger. Door middel van praatgroepen was ik ook tussenpersoon tussen de migranten en Nederlandse vrouwen. Zo organiseerde voor Marokkaanse vrouwen taal- en naailessen.’

Nu is Chrifi jaren verder in het hulpverlenen en is ze genomineerd tot Sociaal Werker van het jaar 2018. Ze blijft bescheiden onder de nominatie en is naast trots vooral dankbaar. ‘Ik ben zo blij dat we met AMWAHT-lotgenootgroepen zoveel migranten vrouwen hebben bereikt en ge-empowered. Een van mijn mooiste prestaties in de tijd bij steunpunt mantelzorg? Dat er voor de mantelzorgers een verbeterde opleiding is gekomen. Er zijn veel mantelzorgers die een opleiding/training hebben gevolgd en die zelf vrijwilliger zijn geworden. Daar kan ik heel trots op zijn.’ Chrifi denkt na en vindt een bijpassende uitspraak: ‘Ik heb ze geen vis gegeven om van te leven, ik heb geprobeerd een hengel te geven zodat ze konden leren vissen.’