Een kleine financiële steun van het Ministerie van Onderwijs is niet door iedereen goed ontvangen. De financiële steun is bedoeld om de werkdruk in het onderwijs te verminderen. De Algemene Onderwijsbond en Utrechtse leraren vinden dat de maatregel niet groot genoeg is om de werkdruk te verminderen.

Werkdruk in het onderwijs is al langere tijd een groot probleem. Er is een groot lerarentekort dat blijft groeien. Hierdoor krijgen de huidige leraren in het onderwijs steeds meer taken. Door de vele bijkomende taken zoals administratie en het opvangen van leerlingen waarvan de leraar afwezig is, blijft de werkdruk in het primair onderwijs maar groeien. Daarom eisen de leraren in het primair onderwijs en de actiegroep PO In Actie een eerlijk salaris en een investering in het onderwijs voor vermindering van de werkdruk.

Het Ministerie van Onderwijs heeft deze maand voor ongeveer 50 besturen een kleine financiële steun van 6000 euro beschikbaar gesteld.  De ‘mini-subsidie’ is bedoeld om de werkdruk te verminderen. De scholen die het bedrag ontvangen mogen zelf bepalen hoe ze het geld zullen inzetten, de enige voorwaarde die is gesteld is dat leraren betrokken zijn bij de plannen van het bestuur. De scholen die het bedrag graag willen ontvangen kunnen het zelf aanvragen. Bij het verdelen van het geld wordt er niet gekeken welke school het geld het meeste nodig heeft. Die eerste scholen die het geld aanvragen krijgen het geld. Wel moet er een plan van aanpak ingediend worden dat goedgekeurd moet worden.

De Algemene Onderwijsbond is niet tevreden met de subsidie. De bond noemt het een druppel op een gloeiende plaat. De voorwaarde dat leraren betrokken zijn bij de plannen van het bestuur is niet haalbaar volgens de bond. Tijdens het aanvragen van de 8000 euro hoeven de indieners geen akkoord de hebben van het personeel. ‘Het gaat uit van goed vertrouwen, maar in praktijk gaat dat nog wel een mis,’ aldus AOB-bestuurder Eugenie Stolk. Hierdoor wordt gevreesd dat het geld door de besturen niet goed wordt besteed.

Utrechtse leraren hebben zelf ook last van de werkdruk en het lerarentekort, zo zegt ook Coby Blom, basisschoollerares van groep 8. ‘Veel taken krijgen wij erbij zoals leerlingen opvangen van klassen waarbij de leraar niet aanwezig is, of bijvoorbeeld administratie. Hierdoor ervaren leraren meer werkdruk.’ Wanneer een leraar afwezig is worden leerlingen meestal verdeeld over andere klassen, komt er een onbevoegd iemand voor de klas te staan of worden leerlingen soms zelfs naar huis gestuurd.

De subsidie van het Ministerie van Onderwijs wordt ook in Utrecht niet goed ontvangen. ‘De subsidie is een doekje voor het bloeden. Daarmee denkt het kabinet weg te kunnen komen en de zaak zo op te kunnen lossen,’ aldus e Utrechtse Derek van der Vorst, basisschoolleraar. Volgens de Utrechtse Isabel Correia Dos Santos, lerares op een Internationale school zou het geld goed van pas kunnen komen: ‘Wat mij zou helpen om minder werkdruk te ervaren zijn meer handen in de klas. Een bevoegde klassenassistent zou helpen om enkele taken op zich te nemen en zo de werkdruk te verminderen.